Nee zeggen

Het is de tragiek van de oud-kampioen. Zijn hoofd is als een schoenendoos vol medailles. Wanneer hij zich voortbeweegt, meestal met de nostalgische tred van iemand die zojuist zijn vakantiebungalow heeft verlaten, hoor je bijna het rammelen van al dat metaal in zijn hersenspan. Heel soms zie je in de blik van de oud-kampioen het waakvlammetje opzwellen en ronken, dan wordt de situatie pas ernstig. Dan overweegt hij zijn terugkeer. De wereldgeschiedenis kent veel voorbeelden van lamentabele comebacks en lachwekkende rentrees. Vermakelijk is het wel voor het publiek, maar zeker ook pathetisch.

Regilio Tuur is bezig zijn grote comeback te voorbereiden. Hij traint weer. Ergens in Amerika. En niemand die hem tegen zichzelf in bescherming wil nemen. Die zal roepen: niet doen Tuurtje, ga desnoods een wildvreemde vrouw op straat vloeren, maar betreed die ring niet weer. Hou je pantoffels aan, ga puzzelen, snoei de heg of was je auto één keer per dag.

Het zal niet de eerste verkeerde beslissing zijn die de bokskampioen in z'n bewogen leven heeft genomen. Ik heb het niet over die afgrijselijke prijs die hij een paar jaar geleden van een sekte genaamd Clear Air Now aanvaardde. Toen werd Regilio Tuur door de CAN tot `Niet Roker van het jaar 1999' benoemd. Regilio kan nooit `nee' zeggen. Goeie gozer. Als een basisschool in Hoogvliet of Spijkenisse een actiedag tegen racisme organiseert, dan hoeft de juf van groep zes alleen een telefoontje te plegen en Regilio maakt zijn hele dag vrij.

Op TV Rijnmond zag ik hem voor een verkiezing de meest obscure bejaardentehuizen afstropen. Ongemakkelijk bewegend tussen al die verbrande knarren die nog nooit van hem hadden gehoord en nog nooit naar een bokswedstrijd hadden gekeken. Tuur was opnieuw de prooi geworden van particuliere belangen. Hij was in Rotterdam tot lijstduwer gebombardeerd van alweer een sekte: de Unie 55+. Kan geen nee zeggen, zag je hem bij zijn kopje slappe kruidenthee denken. Het leverde wel de mooiste uitspraak op die ik ooit heb gehoord: `De kerstman zou de ideale politicus zijn. Hij vervult de wensen van iedereen en dat is ideaal'. Diep in zijn ziel had Tuur kerstman willen worden.

Lange tijd kwam ik hem in het weekeinde tegen. Hij stond meestal op de hoek van de Oude Binnenweg in zijn glanzende pakken, soms omringd door mooie lange blonde vrouwen. Voor de deur van zijn modezaak. Een kostuumboer die nooit in, maar voor zijn winkel staat, dat kan nooit goed gaan, dacht ik telkens weer. Op een dag stond in grote letters het woord `Faillissement' op alle ramen. Tuur was de huur vergeten te betalen. Mijn vriendin duwde mij `Regilio' binnen. Ik liep op eieren, was bang achter ieder rek per ongeluk tegen het uitgetelde lichaam van de kampioen te schoppen. Toen ik weer uit de winkel sloop, droeg ik schaamteloos een jas van zachte kasjmier die ik voor de helft van de prijs had gekocht. Het was een paar weken voor kerst.

Kort daarop sloegen alle stoppen door bij Regilio en vervolgens sloeg Regilio zijn vriendin. Maar dat was niet het ergste. Het ergste was dat Regilio – eenmaal zijn straf uitgezeten – alweer geen nee kon zeggen. Tegen de charlatans van Barend en van Dorp dit keer. Daar zat hij dan tegenover botte inquisiteur Henk van Dorp: `Waarom zo dom? Wie slaat nou zijn vrouw? Waarom doet iemand zoiets? Waarom ben je dom? Geef antwoord op mijn vraag!'

Ik zag Regilio een kwartierlang op zijn onderlip bijten en schreeuwde hem vanaf het puntje van mijn stoel toe: toe, sla hem op zijn bek! Die dikzak vol lauwe lucht doet toch niets terug. Vraag het maar aan de Hell's Angels: een aanklacht hoef je niet te verwachten en je krijgt ook nog publieke excuses van hem. Wie weet heeft deze schoffering de terugkeer van Tuur gemotiveerd. Of het geld. Regilio kan geen nee zeggen. Zeker niet tegen zijn schuldeisers.