Naar Polen

HET IS TE HOPEN dat de directie van de Nederlandse Spoorwegen zich grondig heeft verdiept in de kansen en problemen om treinen te laten rijden in Polen. De recente inschrijving voor een bod op een aantal spoorlijnen in Noord-Polen verplicht daartoe. De Poolse spoorwegen worden geprivatiseerd. Buitenlandse investeerders zijn welkom en een van de bedrijven die marktaandeel in Polen proberen te verwerven is NS. Samen met de Poolse spoorwegmaatschappij PKP hebben de Nederlandse Spoorwegen een bedrijf opgericht, NS Polska, dat in aanmerking hoopt te komen voor de verwerving van elf concessies voor regiosporen. De betrokken spoorlijnen zijn verliesgevend. Dat ze verlies lijden is geen nieuws. In heel Polen, in heel voormalig Oost-Europa, is moeilijk een spoorverbinding te vinden die winstgevend is. NS onderzoekt nu of de Poolse lijnen rendabel te maken zijn. Het zal een hele klus worden. Al sinds mensenheugenis is niet of nauwelijks meer geïnvesteerd in het Poolse spoor. Het materieel is oeroud; er is veel achterstallig onderhoud. Positieve punten zijn dat de treinen in Polen meestal op tijd rijden en dat er veel gebruik van wordt gemaakt.

Toch zal menigeen bij het bekend worden van dit opmerkelijke feit hebben gedacht: wat zoekt de NS daar? En vooral: laat de NS-directie eerst zorgen dat ze haar zaakjes hier op orde heeft voordat ze in het buitenland haar geluk beproeft. Het op tijd laten rijden van de treinen tussen – bijvoorbeeld – Gouda en Alphen is voor de Nederlandse reiziger belangrijker dan de vraag hoe de spoorverbinding winstgevend te maken tussen – bijvoorbeeld – Olsztyn en Elk. Maar los van de bizarre timing, op een moment dat NS dagelijks met allerlei binnenlandse onheilstijdingen in het nieuws is, moet worden gezegd dat het om gescheiden zaken gaat. Buitenlandse expansie is een direct gevolg van twee kwesties: de verzelfstandiging van NS en het toelaten van concurrentie op het Nederlandse spoor vanaf 2003. De verbaasde reacties op de NS-plannen zijn te begrijpen. Iedere Nederlander voelt zich een beetje NS-directeur. Maar ze gaan voorbij aan de essentie. De NS is het als bedrijf aan zijn aandeelhouders verplicht om op zoek te gaan naar manieren om geld te verdienen. Als er kansen zijn in Polen – waarom niet?

ZIJN DIE KANSEN er? Misschien. Gezien de staat van onderhoud van het Poolse spoor is duidelijk dat er vooral veel problemen zijn. Maar Polen staat in de wachtkamer voor lidmaatschap van de Europese Unie. Is het eenmaal zo ver dan zullen de structuurfondsen van de Unie – zij het wat uitgedund – ook voor dit land opengaan. Dat betekent dat met Europees geld wegen en spoorlijnen kunnen worden vernieuwd en aangelegd. De noordelijke spoorlijnen in Polen kunnen bovendien interessante mogelijkheden bieden als verbinding naar de Baltische staten. Dit zijn evenwel langetermijnoverwegingen die geen zicht geven op prompte rentabiliteit. Voor de korte termijn geldt dat ook in Polen niemand op een duurder treinkaartje zit te wachten en dat de meeste Polen vooral in het bezit van een eigen auto zijn geïnteresseerd. Het is nu aan de NS-directie en niemand anders om aan te tonen dat Polen als markt meer is dan het avontuur waarvan de Nederlandse reiziger met enige reden zegt: je houdt je hart vast.