Meizoentje

Regelmatig verandert mijn Spartaanse badkamer in een eldorado. Doordeweeks bevat het plankje onder de spiegel een limonadeglas met tandenborstel, haarkam, scheergerei plus een tube tandpasta. Gedecideerd schuift Nuf alles naar links, plant haar felroze tandenborstel in mijn glas en vult de rest met een keur aan exquise zalfjes, dag- en nachtcrèmes, parfumflesjes, contactlenzendoosjes, lipsticks, nagellak, wenkbrauwpotloden. Op de raarste plekken duiken wattenbolletjes en wattenrondjes, tissues, tampons en inlegkruisjes op. Een en ander valt in haar eigen appartement niet uit de toon, dankzij het verchroomde rek vol opmerkelijk zachte handdoeken en washandjes, zeepjes en oliën van Elizabeth Arden en Dior. Bij mij wel.

Het contrast is zo groot dat ik ooit bij de aanblik van al dat wufte spul in de lach schoot. Ga je winkeltje spelen? vroeg ik toen wij voor de eerste keer in mijn badkamer naast elkaar de tanden poetsten. ,,Fuck you'', bubbelde zij en ramde haar elleboog in mijn ribben; kermend strompelde ik naar de bedstee. Poeslief lispelde zij even later: ,,Did I really hurt you, darling?''

,,Laten wij verder werken aan je inburgering'', bromde ik manmoedig, ,,waar waren we gebleven?''

,,That stunning sweet Acadabra-poem, darling.''

Krèk, het probleem van de meizoentjes van Tante Lize in het door N[ienke] van Hichtum (Sjoukje Troelstra-Bokma de Boer) samengestelde Flard-oor en andere verhalen (1911). Weliswaar wist ik dat meizoentje een adequaat en mooi woord is voor madeliefje, vorig weekeind kwam ik echter niet tijdig op daisy.

Het is een pervers genoegen om kinderversjes voor Nuf te vertalen. Deels omdat het mij terugvoert naar overzichtelijker tijden; deels omdat zij veel plezier beleeft aan mijn worsteling een en ander zo goed mogelijk over te zetten. Zij heeft, raar maar waar, weinig herinneringen aan haar kindertijd. Als dochter van een diplomaat groeide zij op in de Verenigde Staten, Japan en het Verenigd Koninkrijk, bezocht scholen die onderling verwisselbaar zijn. Haar kindertijd is domweg overgeslagen.

Ik viel door de mand toen Nuf informeerde wie `for fuck's sake' Tante Lize is. Geen idee, dotje, zoiets vraag je je als kind nu eenmaal niet af. ,,But you'll find out of course, smartass.''

Zij had het pand nog niet verlaten of ik belde Tine van Buul en Reinold Kuipers, als oud-uitgevers van Arbeiderspers en Querido van oudsher vertrouwd met kinderboeken. ,,Kerel, daar vraag je me wat'', baste Kuipers, ,,ik bel je zo snel mogelijk terug.'' Een half uur later beschikte ik over geboorte- en sterfjaar, maar niet over de doordeweekse naam van Tante Lize. Dus belde ik Aukje Holtrop, biografe van Nienke van Hichtum: opnieuw nul op rekest.

,,They're not very smart, those friends of yours, isn't it'', jubelde Nuf. Repliek: dat moet jij zeggen. Na al die jaren kun je niet eens een Nederlands kinderboek begrijpen; laat staan de krant. ,,Ah but I have you, don't I, darling?'' Jij zegt het. ,,And what's that suppose to

mean?''

Leve de Mei luidt de titel van bovenstaand versje. Wijsneuzig legde ik uit dat Mei niet alleen de bloeimaand is, maar ook de titel van Herman Gorters meesterwerk. Vertelde over het inmiddels bijna verdampte begrip van 1 mei als internationale feestdag voor arbeiders. Het fenomeen meiboom (in Limburgse gehuchten als Banholt en Noorbeek meiden genoemd), socialistische folklore zoals de AJC-meidans en, vooral niet te vergeten, het uit wilgen- of lijsterbeshout gesneden meifluitje. Ik was net toe aan mijn lofzang op de overheerlijke meikaas toen ik merkte dat Nuf er niet meer was. Juffertje-in-het-groen sliep als een meizoentje, roerend zacht ademend in mijn linker oksel.

    • Peter Yvon de Vries