GROEN KRIJGT EINDELIJK ZIJN BUSTE EN EEN BUNDEL BOVENDIEN IN DE GODSDIENSTLOZE STAAT

,,Geen staatsman, maar een Evangeliebelijder'', zei Guillaume Groen van Prinsterer (1801-1876) van zichzelf. Maar hij was staatsman genoeg om overmorgen geëerd te worden met de onthulling van een borstbeeld in het nieuwe gebouw van de Tweede Kamer. Een ereschuld wordt daarmee ingelost jegens de man die algemeen beschouwd wordt als de inspirator van alle christelijke, in het bijzonder protestantse partijen in Nederland.

Toen de Tweede Kamer in 1992 aan het Binnenhof haar nieuwe behuizing betrok, was de 19de-eeuwse liberaal Thorbecke de enige grondlegger van ons staatsbestel die zowel in het oude als in het nieuwe Kamergebouw zijn buste kreeg. In het nieuwe gebouw kwam verder, oh, hoogmoed der tijdgenoten, nog een borstbeeld van Den Uyl, een sociaal-democratische premier uit de jaren zeventig wiens ster sindsdien goeddeels verbleekt is.

Het verzuim ten opzichte van Groen van Prinsterer wordt thans goedgemaakt met een door Marcus Ravenswaaij vervaardigde buste. De partijen in de Kamer die Groen als een erflater zien, knopen er een klein Groen-symposium aan vast. Het Tweede-Kamerlid Van den Berg voert het woord namens de SGP, de partij die Groen in de Kamer het meest citeert. Van Dijke spreekt namens de ChristenUnie, de fusie van GPV en RPF.

En waar Groen als geen ander de these verkondigde dat de opstand tegen Spanje een geloofszaak was, en het protestantisme derhalve het wezen van Neêrlands onafhankelijkheid, verdient vermelding dat op het feest ook van roomse zijde een woordje zal worden gesproken. De Hoop Scheffer zal iets zeggen namens het CDA, waarin de protestantse ARP en CHU immers zijn opgegaan.

Intellectueel hoogtepunt van de middag lijkt de lezing van professor A. Th. van Deursen, eminent kenner van onze vaderlandse geschiedenis en tevens een van de weinige prominente intellectuelen die het hedendaags streng-reformatorisch milieu in Nederland rijk is. Het is zeer te wensen dat Van Deursen woensdag wel iets concreter wordt dan in zijn bijdrage aan de zojuist verschenen feestbundel Vonken van heilig vuur, Groen van Prinsterer tweehonderd jaar (Uitgeverij Groen, Heerenveen). Met de verregaande behoedzaamheid die ook Van Deursens recent verschenen monografie over Maurits en Oldebarnevelt zo moeilijk leesbaar maakt, komt hij daarin niet veel verder dan de constatering dat voor Groen evangelie en geloof een centrale plaats innamen. Daar zullen de talrijke gereformeerde studie- en jongerengroepen die zich heden ten dage bezighouden met de bestudering van Groens leven en werk niet van opkijken, vrees ik.

Het is verder trouwens een alleraardigste bundel, waarin politici en anderen uit reformatorische kring vertellen hoe zij tot lezing van en bewondering voor het omvangrijke oeuvre van Groen zijn geraakt: de hoofdwerken Ongeloof en revolutie en Handboek der geschiedenis van het vaderland niet alleen, maar ook de schier oneindige stroom van brieven en verspreide geschriften. Zoals wel vaker met productieve 19de-eeuwse denkers – Karl Marx mag hier met ere worden genoemd – biedt Groen aanleiding tot verschillende interpretaties. Zelfs een postmoderne benadering, waarin Groen een overdreven preoccupatie met ontologie wordt verweten, ontbreekt niet.

Verreweg het klinkendst is zonder meer het standpunt van het Kamerlid Van den Berg (SGP), geplaatst onder het kopje Staatsman en profeet: Van den Berg ziet Groen als de man die tegenover de volkssoevereiniteit de soevereiniteit Gods stelde, en die de grote tegenstander was van de liberale staatsordening van na 1848, die in wezen nog steeds de onze is.

Er is echter ook een meer liberale lezing van Groens staatsmanschap mogelijk. Jammer, dat deze in de bundel ontbreekt. Zeker, Groen verwierp het liberalisme omdat het uitging van mens en samenleving. Hij meende dat elke politieke filosofie die niet Gods woord als vertrekpunt nam, slechts tot revolutie – in Groens denkwereld dan de excessen van de Franse revolutie – voeren kon.

Maar hoezeer zijn erfdeel ook later is geclaimd door de antirevolutionairen en de daaruit voortgekomen SGP en GPV, het zou toch onjuist zijn hem als een voorstander van een soort theocratie, of als een reactionair in staatkundig opzicht af te schilderen. Niet voor niets was Groen in zijn jeugd wel een leerling, maar geen volgeling van Bilderdijk, die zijn Leidse studenten bijbracht dat niet het volk, maar de vorst de macht diende te bezitten.

In de bundel wijst dr. W. Aalders erop dat Groen, bij zijn terugkeer in het parlement in 1862, nadrukkelijk de Thorbeckiaanse, godsdienstloze staatordening heeft aanvaard. ,,Den godsdienstlozen, zeg ik, niet den anti-christelijken staat. Den onzijdigen staat, die alle kerken gelijkelijk beschermt. Niet een staat, die zelf heersend ongeloofskerk wordt''.

Dit treffend staaltje van gezond opportunisme toont mijns inziens aardig aan dat Groen ook kan gelden als voorloper van het poldermodel, waarin Prinzipienreiterei uit den boze is. Zelfs de SGP, die immers boos wordt als anderen haar antidemocratische gezindheid voor de voeten werpen, zal dat moeten erkennen.

Groen is overigens ook nog van actuele betekenis voor een meer praktisch vraagstuk, zo viel laatst in het SGP-orgaan De Banier te lezen. Als hoofd van het Kabinet des konings en beheerder van het Koninklijk Huisarchief onder Koning Willem I had bij Groen een uitgesproken opvatting over het Huis van Oranje postgevat: Gods bijzondere voorzienigheid ten opzichte van de Nederlanden komt tot uitdrukking in het feit dat een lid van dit Huis aan het hoofd van de staat staat, en dat deze de beginselen der Reformatie huldigt.

Groot was dan ook Groens onsteltenis, toen Willem I na de dood van koningin Wilhelmina in 1837 wilde hertrouwen met de katholieke, Belgische gravin Henriette d'Oultremont. Zouden de katholieke Belgen, die zich in 1830 tot opluchting van Groen hadden losgemaakt van de noordelijke Nederlanden, alsnog het reformatorisch karakter van onze staat bedreigen? Onder druk van een door Groen aangevoerde publiciteitscampagne trad Willem I in 1840 eerst af, voordat hij met Henriëtte trouwde. Nu anno 2001 de Prins van Oranje zich opmaakt een katholieke Argentijnse te huwen, en garanties over Máxima's overgang naar het protestantisme ontbreken in de ontwerp-Toestemmingswet voor dit huwelijk, lijkt het zaak Groens opmerkingen daarover in pamfletvorm te herdrukken.

De Tweede Kamer spreekt deze week over de Tabakswet

    • Raymond van den Boogaard