GEWONE WERKDAG IN MONDAIN MONACO

De Grote Prijs van Monaco trekt Japanse toeristen die met een kunstwerk van ruim duizend gulden naar huis gaan, tot botenbezitters die voor een paar dagen 14.000 gulden liggeld betalen. Glitter en glamour aan de Middellandse Zee.

Drie Japanse toeristen vergapen zich voor de etalage van Galerie Riccadonna aan een handvol bijzondere kunstwerken. De maker, Didier Bécet, produceert een mengsel van speelgoed en kunst, met Formule I-taferelen van Monaco als onderwerp, en eigenaresse Helene Jauquet verkoopt ze in haar galerie als warme broodjes. Ook een van de drie Japanse toeristen trekt zijn portefeuille. Met een paar travellerscheques en enkele biljetten betaalt hij voor een Niki Lauda-in-Ferrari, een bevroren tijdbeeld van zo'n twintig jaar geleden.

Van welk spul het object van ongeveer 40 bij 30 centimeter is gemaakt, wil Jauquet niet kwijt. ,,Geheim'', zegt ze lachend. ,,Maar het is wel extreem licht.'' Voor 3.900 Franse francs, omgerekend ongeveer 1.300 gulden, wisselt het kunstvoorwerp met piepschuimgewicht van eigenaar. In een van de etalages hangt een Schumacher, met de afmetingen van een fors schilderij. Prijs: 40.000 FF. Niet eens zo duur voor zoiets bijzonders, en weer eens wat anders dan een dure modelracewagen of een schilderij met een Ferrari of een Mercedes-McLaren erop.

Dat vindt een Formule I-coureur als David Coulthard ook. Net als veel van zijn collega's woont de Schot in het belastingparadijs dat Monaco is. Galerie Jauquet, al zestien jaar gevestigd in Rue Grimaldi, mag Coulthard tot zijn klanten rekenen. Aangetrokken door de extravagante meubels uit de collectie van de galerie, en door de werken van Bécet. `DC' kocht er twee; foto's daarvan bewaart Jauquet in een klapper met het verzamelde werk van Bécet. Beide kunstwerken beelden hem af in een zilvergrijze Mercedes-McLaren. Van haar bewondering voor Coulthard maakt Jauquet geen geheim. ,,Hij is een klant van wie ik veel houd. Een lieve vent die zichzelf is, superaardig en spontaan. Ik wil dat hij wereldkampioen wordt.''

Hoewel ze vlakbij het circuit werkt, gaat Jauquet al jaren niet meer naar de race. ,,In het begin heb ik dat natuurlijk wel jarenlang gedaan'', zegt de galeriehoudster terwijl ze het Lauda-object stevig inpakt voor de vliegreis naar Japan. ,,De ambiance is schitterend. Maar op een gegeven moment heb je het wel gezien.'' Op de dag van de race draait ze een van haar beste dagen in het jaar. Wat voor de coureurs geldt, geldt ook voor galeriehoudster Jauquet. De meest bijzondere dag van het jaar in het prinsdom is voor haar een `gewone' werkdag. En die blijkt voor de galeriehoudster heel wat voorspoediger te verlopen dan voor de Schotse coureur die ze op handen draagt.

Monaco mag dan de meest extravagante Grand Prix op de kalender zijn, voor modezaken met grote namen als Chanel, Louis Vuitton en Dior gaat de lol er een beetje af. In het verleden was de Grote Prijs van Monaco een feest van glitter en glamour, met sterren en vips. En die deden ook allemaal hun inkopen in de straten van het nog geen twee vierkante kilometer kleine staatje aan de Middellandse Zee.

`De clientèle is door de jaren heen veranderd', klaagt een werkneemster van Chanel in het nieuwste nummer van Monaco Hebdo, een van de vele glossy tijdschrijften die in Monaco verschijnen. Ze herinnert zich bijvoorbeeld hoe ongeveer vijftien jaar geleden tijdens het vier dagen durende evenement Formule I-coureurs als Patrese, Nanini, Alboreto en Berger binnenwandelden. Vaste klanten waren dat, elk jaar kwamen ze terug.

`Van de huidige lichting coureurs, zoals Schumacher, Hakkinen en Villeneuve, hebben we er nooit één gezien. De clientèle is veranderd. Er stappen wel meer mensen binnen, maar ze geven minder uit. Voorheen verdiende je bijvoorbeeld in een half uur 150.000 francs, nu ben je soms net zo lang bezig om een bril van 800 francs te verkopen. De grote evenementen hier in Monaco, zoals de Grand Prix, worden voor ons steeds minder interessant.'

Wat ook een rol speelt is dat de vips vaak aan een strak programma zijn gebonden, met vaste routes van hotel naar circuit. Mede als gevolg van de steeds strengere veiligheidsmaatregelen die de Internationale Automobielfederatie (FIA) stelt aan de organiserende Automobile Club de Monaco (ACM), wordt het lastiger om sommige belendende panden te bereiken.

De impact van de Grote Prijs van Monaco op het nog geen twee vierkante kilometer grote prinsdom blijft onveranderd enorm. De organisatoren hadden dit jaar een budget van 160 miljoen francs. In Monaco en omgeving wordt in een kleine week dankzij de race 800 miljoen francs verdiend. Volgens Michel Boéri, voorzitter van de Automobile Club de Monaco, zitten er wereldwijd tijdens de race ruim 1,3 miljard mensen voor de televisie en kijken er nog eens drie miljard naar samenvattingen en herhalingen. In Monaco zelf volgen jaarlijks ongeveer 100.000 betalende bezoekers de race – velen vanaf de talloze balkons en vanuit de hotels langs het kortste circuit in de Formule I (3,37 kilometer). Volgens ACM-voorzitter Boéri is het aantal toeschouwers dat niet betaalt net zo groot.

Dat de Grote Prijs van Monaco desondanks de meest glamoureuze ter wereld is, wordt nergens zo goed duidelijk als in de jachthaven van Monaco. Het ene jacht is nog groter dan het andere en elke zichzelf respecterende Formule I-sponsor probeert de ander de ogen uit te steken. De grootste boot in de nabijheid van de Grand Prix is die van Formule I-baas Bernie Ecclestone, een vaartuig van 110 meter lang. Met een sleepboot ervoor om de Monegaskische haven in- en uit te kunnen varen.

De haven vormt tijdens de Grand Prix een van de grootste bronnen van inkomsten voor het ruim 35.000 inwoners tellende ministaatje dat is ingeklemd tussen Frankrijk, Italië en de Middellandse Zee. De havendirectie verhuurt voor de duur van het autosportevenement, van donderdag tot en met zondag, tussen de 110 en 130 ligplaatsen, op een totaal van 350 ligplaatsen.

Gemiddeld komen er 250 aanvragen binnen. Tweederde van mensen die zijn verbonden aan de Formule I, zoals de teamleden, de coureurs, de organisatoren en de sponsors. Verder veel vips. Die hebben een streepje voor als ze bij de havendirectie zijn aanbevolen door prins Rainier.

Vorig jaar incasseerde Monaco twee miljoen franc aan liggeld, omgerekend 6,6 miljoen gulden, tegen 1,4 miljoen franc in 1999. Geen enkele boot in de haven overtreft in lengte die van Ecclestone. Langer dan zestig meter zijn ze volgens de havendirectie niet. Voor de boten tussen de 50 en 60 meter (vijf procent van het totaal) moet gedurende de Grand Prix 43.000 franc liggeld worden betaald (ruim 14.000 gulden). De helft van de boten meet tussen de 30 en 40 meter; liggeld 17.000 FF (5.600 gulden). Voor de boten tussen de 10 en 20 meter ligt die prijs tussen de 3.500 en 9.600 franc.

Waarschijnlijk gaan de prijzen in de komende jaren omhoog, omdat de haven op een drastische manier wordt uitgebreid. Onlangs is een begin gemaakt met de werkzaamheden. Een van de eerste `kunstwerken' in wat `de haven van het derde millenium' moet worden, is een reusachtige steiger annex dam. Beweegbaar en 352 meter lang, een `zeemuur' waaraan cruiseschepen kunnen afmeren. In de zeearm worden een parkeergarage en een warenhuis aangelegd. Het is slechts het begin van de verdubbeling van de jachthaven van Monaco, straks een van de grootste en modernste aan de Middellandse Zee. Kosten: 1,6 miljard franc, ruim een half miljard gulden. Net iets minder dan het nieuwe treinstation (1,8 miljard FF). Wil Monaco de Formule I kunnen behouden, zo beseffen de Monegasken, dan is ook een goede infrastructuur van levensbelang.

Met het nieuwe station behoren vertragingen nog niet tot het verleden, bleek gisteravond. De trein naar Nice had een half uur vertraging. Toen die mededeling was omgeroepen, maakte een Engelse Formule I-fan een grap ten koste van de man die de overwinning die middag aan Michael Schumacher had weggegeven. ,,Wordt die trein misschien bestuurd door David Coulthard?''

    • Ward op den Brouw