Excuus Poolse bisschoppen

De rond honderd Poolse bisschoppen hebben gisteren in gebed om vergiffenis gevraagd voor de moord op de joodse bevolking van het stadje Jedwabne in 1941. ,,Wij betreuren ten diepste het optreden van diegenen die in Jedwabne en elders joden hebben vervolgd en ter dood gebracht'', zei bisschop Gadecki, die de voltallige bisschopenvergadering voorging in gebed.

Gadecki leidt de dialoog tussen de katholieke kerk en andere godsdiensten in Polen. Het gebed liet aan duidelijkheid niets te wensen over: ,,De slachtoffers waren joden, onder de daders bevonden zich Polen en katholieken, mensen die gedoopt waren'', aldus Gadecki. Negentig procent van de Polen is katholiek.

De bisschoppen waren bijeengekomen in de Allerheiligenkerk in Warschau, aan de rand van de plaats waar tijdens de Tweede Wereldoorlog het joodse getto stond. De dienst was bedoeld als gebaar van verzoening tegenover de joden van Polen. Maar de tijdelijke opperrabbijn van Warschau, Michael Schudrich, liet verstek gaan omdat dit weekeinde ook het joodse wekenfeest werd gevierd. De rabbijn liet zich verontschuldigen met de boodschap dat hij niet in ,,twee tempels tegelijk kon zijn''.

Het ontbreken van de rabbijn lijkt echter ook verband te houden met recente opmerkingen van de leider van de Poolse kerk, kardinaal Glemp, aan het adres van de joden. Glemp vindt dat de joden zelf ook excuus zouden moeten aanbieden voor de rol die ze gespeeld zouden hebben tijdens de Russische bezetting van Oost-Polen (1939-1941) en onder het communisme. De conservatieve kardinaal Glemp voert een andere lijn dan paus Johannes Paulus, die vorig jaar tot twee keer toe het joodse volk namens de katholieke kerk om vergiffenis vroeg.

De opmerkelijke kerkdienst in Warschau – waar Glemp wel bij was – komt na een jaar van fel debat in Polen over het eigen oorlogsverleden. In de oorlog kwamen drie miljoen Polen en drie miljoen Poolse joden om. In de Poolse geschiedschrijving wordt het Poolse volk altijd voorgesteld als louter slachtoffer van de nazi-agressie. De jodenvervolging werd uitsluitend aan de Duitsers toegeschreven – totdat de historicus Jan Gross vorig jaar met een reconstructie kwam van de moord op de hele joodse bevolking van het stadje Jedwabne. Rond 1.600 joden werden toen na een pogrom in een boerenschuur door hun Poolse buren verbrand. Het was de eerste keer dat Polen als daders werden aangewezen.

De Poolse president Kwasniewski was een van de eersten om de Poolse verantwoordelijkheid onder ogen te zien. Er werd een officieel onderzoek ingezet. De rooms-katholieke kerk in Polen volgde schoorvoetend. Deze week wordt in Jedwabne het massagraf, waarin de resten van de joden liggen, geopend. Op 10 juli, precies zestig jaar na de massamoord, wordt in Jedwabne een grote herdenkingsplechtigheid gehouden en een monument onthuld.