Brendel speelt Mozart-sonate als mini-opera

`Brendel Breeduit' heet de miniserie ter viering van de zeventigste verjaardag van meesterpianist Alfred Brendel, de vrijheidsdenker onder de pianisten die al een halve eeuw weet te boeien met zijn geïnspireerde academisme aan de vleugel. Een vreemde titel voor een serie die helemaal gericht is op de Weense Klassieken, uitgevoerd door een gedistingeerde pianovirtuoos die zowel uiterlijk als wat betreft zijn heldere interpretatiekunst aan alles behalve `breeduit' doet denken.

Brendel opende de serie met het ideale klassieke pianorecital:de Sonate in g van Haydn, de Fantasie in d en de Sonate in a van Mozart, en de 33 Variaties op een wals van Diabelli in C van Beethoven.

Na een langdurige Beethoven-fase, concentreert Brendel zich de laatste jaren bij voorkeur op Mozart, met wie hij een vurige relatie heeft opgebouwd. Want ook al ontleedde Brendel diens Sonate in a, KV 310 met een chirurgische nauwkeurigheid, hij liet de melodieën en harmonieën opdraven alsof het de hoofdpersonages in een dramatische mini-opera betrof, die Brendel stelling liet nemen met het plezier van een jongetje dat met zijn tinnen soldaatjes speelt. Architectonische perfectie vloeide samen met gepassioneerde zangerigheid, en dat leidde tot betoverende taferelen over het leven en de liefde.

Ook Mozarts Fantasie in d, KV 397 benaderde Brendel, die van origine naar het cerebrale neigt, met warme vrijmoedigheid en een voor hem ongekende slordigheid. Zo woest of juist zo vol tedere passie zette Brendel stemmen en tegenstemmen in, dat hij zich zo af en toe in technisch opzicht vergaloppeerde. Voorafgaand aan Mozart bedreef Brendel pure magie met de intieme noten van Haydns Sonate in g, Hob. XVI nr. 44. Haydn klonk weids en toch kernachtig, vol rust en wijsheid maar ook boordevol stemmingswisselingen en nuances. Maar zelden wordt Haydn bekeken vanuit zo'n rijk caleidoscopisch perspectief.

De 33 Variaties op een wals van Diabelli in C van Beethoven vergden veel van zowel Brendel als zijn publiek. Met ruim drie kwartier ononderbroken concentratie op de soms lyrische, vaak grillige of nukkige, en af en toe dramatische variaties die Beethoven op Diabelli's wals losliet, leverde Brendel het bewijs dat hij ondanks zijn leeftijd nog lang niet is uitgespeeld, en dat hij zonder uitgeput te raken nog altijd de grimmigste toppen van de muzikale Olympus verovert.

Concert: Alfred Brendel (piano) Gehoord: 27/5 Concertgebouw Amsterdam. Vervolg: 6/6 Brendel leest voor uit eigen werk; 7/6 liedrecital met Matthias Goerne; 13/6 kamermuziek Mozart; 25/6 Mozart pianoconcerten KV 271 en 503, Scottish Chamber Orchestra o.l.v. Charles Mackerras.

    • Wenneke Savenije