Zakenbankiers nog met vorige oorlog bezig

Overcapaciteit blijft het grootste schrikbeeld voor de meeste zakenbanken.Dat kan afgeleid worden uit het jongste memo dat is uitgelekt bij JP Morgan Chase. Klaus Diederichs, hoofd van de zakenbankdivisie, berispt daarin stafleden voor het slaafs opdraven bij vergaderingen van bestaande klanten waar ze niets te zoeken hebben. Hij oppert dat ze er beter aan doen de straat op te gaan om nieuwe klanten te zoeken. Dat is een opdracht die hij als urgent omschrijft. De onderliggende boodschap is dat er te veel mensen bij JP Morgan rondlopen die niet genoeg te doen hebben.

Als dat bij JP Morgan al het geval is, moet het leven bij andere banken nog zwaarder zijn. JP Morgan heeft minder last van de slapte op de markt voor beursintroducties. In het eerste kwartaal namen de kosten 60 procent van de inkomsten voor hun rekening. Dat lijkt vrij redelijk in vergelijking met de 70 procent van Merrill Lynch of de 74 procent van Morgan Stanley.

En vergeleken met de Europese zakenbanken is het zeker aan de sobere kant. Hieruit kan opgemaakt worden dat de meeste banken nog steeds te veel kosten maken, ook al vertoont de markt weer tekenen van leven.

Deze stelling vindt steun in de reeks ontslagen van afgelopen week bij UBS Warburg en Goldman Sachs. De kosten blijven te hoog omdat de banken harde ingrepen tot nu toe vermeden hebben.

In plaats daarvan hebben ze hier en daar wat vet weggesneden, in de hoop dat de markten hen uit de penarie zouden helpen. Ze hebben dat gedaan, omdat ze hoopten dat de zakenbanksector liever vroeg dan laat eenzelfde soort wonderbaarlijk herstel zou beleven als in 1998.

Maar het zou wel eens kunnen dat de generaals ten onrechte denken dat ze nog met de vorige oorlog bezig zijn.

Ondertussen zijn het de aandeelhouders die in de vorm van lagere rendementen de kosten moeten dragen van al die overbodige bankiers.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld