TSUNAMI BIJ PAPOEA NIEUW-GUINEA GEEN GEVOLG VAN AARDBEVING

De grote vloedgolf die langs de noordkust van Papoea Nieuw-Guinea op 17 juli 1998 grote schade aanrichtte, was geen gewone tsunamI in de zin dat hij het gevolg was van een aardbeving met het epicentrum in zee. Seismisch was er wel iets geregistreerd, maar geen duidelijke aardbeving.

Een team onderzoekers uit Engeland, de Verenigde Staten, Nieuw-Caledonië en Japan heeft nu de ontstaanswijze vastgesteld (Marine Geology, mei). Ze deden dat door geofysische waarnemingen van de zeebodem en door het opvissen van monsters met materiaal van de zeebodem met behulp van een op afstand bediend onderzoeksscheepje en een bemande onderzeeër. Ze concentreerden zich daarbij op het zeegebied nabij Sissano, waarvan bekend is dat een van de complexe stukken lithosfeerschollen actief wegschuift, als gevolg waarvan de Nieuw-Guinea Trog zich nog steeds verder ontwikkelt. Door de bewegingen en de topografie ter plaatse zijn twee afzonderlijk bewegende gebieden te onderscheiden, die overigens beide dalen. De grens tussen deze twee gebieden staat bekend als een plaats waar tsunami's kunnen worden opgewekt.

De onderzoekers kwamen tot de conclusie dat de tsunami niet door een aardbeving is opgewekt, maar door het onderzees afglijden van een enorme massa waterverzadigd materiaal. Het ging daarbij om een hoeveelheid van 5-10 km³, waardoor een enorm, amfitheather-vormig `gat' overbleef in de helling waarvan het materiaal omlaag gleed.

    • A.J. van Loon