Trap in 3D

In Copán in Honduras staat de wereldbe- roemde trap der hiëro- gliefen, in de achtste eeuw gebouwd door de Maya's. Ter voorberei- ding van een conserve- ringsplan is hij in 3D gefotografeerd.

IN HET UITERSTE westen van Honduras, niet ver van de grens met Guatemala, liggen de overblijfselen van de oude Maya-stad Copán. Op een gebied ter grootte van zo'n 20 hectare, ver weg van de bewoonde wereld, bevinden zich twee grote piramides, stenen tempels, diverse trappen, pleinen en een veld waar eens een balspel werd gespeeld. Op het hoogtepunt, in de negende eeuw, woonden er naar schatting 20.000 mensen. Kort daarna zette zich het verval in – over de precieze oorzaak tasten de archeologen nog altijd in het duister. De stad liep leeg en rond 1200 was Copán door de Maya's volledig verlaten.

Na eeuwenlang in het oerwoud verscholen te zijn geweest, werden de ruïnes van Copán in 1834 ontdekt. De eerste serieuze opgravingen begonnen in 1885 onder leiding van de Britse archeoloog Alfred Maudsley. Tot zijn vondsten behoorde het nu beroemdste monument van de stad: de trap der hiërogliefen, die naar een van de Maya-tempels leidde. Hij was 10 meter breed en 24 meter hoog en bestond uit blokken steen ter grootte van een sofa. In de voorzijden van de treden zijn meer dan 2000 hiërogliefen uitgehouwen, samen de omvangrijkste Maya-tekst die bewaard is gebleven.

Aanvankelijk kon die tekst niet worden gelezen, maar sinds de jaren vijftig zijn veel van de hiërogliefen ontcijferd. De trap, zo bleek, vertelt het verhaal van Yak Kux Mo en zijn troonopvolgers, de dynastie die van 435 tot 820 over Copán regeerde. In 755, tijdens de regering van `Gerookte Schelp', is het monument ingewijd. Met de bouw ervan was begonnen onder leiding van zijn voorganger `18 Konijn', die in 738 op smadelijke wijze door de vorst van een naburige stad gevangen was genomen en onthoofd. De uitbreiding van de trap door `Gerookte Schelp' diende om zijn autoriteit te vestigen en via de weg van de propaganda de inwoners van Copán ervan te doordringen dat alles weer onder controle was.

Toen Maudsley de trap ontdekte lagen alleen de onderste tien treden nog op hun plaats. De rest van de stenen was in de loop der jaren omlaaggegleden en bedolven geraakt onder hopen aarde. Eerst werden die losse stenen verzameld en gereinigd, later werden ze op de trap teruggeplaatst. Dat was lang voor de tekst gelezen kon worden, en een substantieel deel van de stenen is dan ook op de verkeerde plek beland. Ook is de trap minder steil dan oorspronkelijk, wat zich verraadt door de manier waarop de stenen elkaar overlappen. In de huidige staat telt de trap der hiërogliefen 63 treden; oorspronkelijk waren het er wat meer. Ter bescherming tegen weersinvloeden is de trap tegenwoordig overkapt met een zeilconstructie.

MAYA-INITIATIVE

In 1996 startte het Getty Conservation Institute uit Los Angeles (GCI) het `Maya Initiative'. Doel is de Maya-landen samen te laten werken bij het conserveren van de monumenten en de opgedane kennis uit te wisselen. Tot de eerste projecten behoort het opstellen van een conserveringsplan voor de trap der hiërogliefen in Copán. Het Getty werkt daartoe nauw samen met Instituto Hondureño de Antropología e Historia (IHAH). Inmiddels loopt er een onderzoek naar de fysieke toestand waarin de trap verkeert. Gekeken wordt naar de invloed van micro-organismen en plantengroei. Ook worden foto's van de trap die eind negentiende eeuw en in de jaren veertig en zeventig van de twintigste eeuw zijn gemaakt vergeleken met de huidige situatie om te zien of er sprake is van voortschrijdend verval. Verder is de trap nauwgezet gefotografeerd met geavanceerde technieken die het mogelijk maken desnoods tot op een millimeter nauwkeurig een driedimensionaal beeld te reconstrueren. GCI-directeur Tim Whalen deed afgelopen februari verslag van de fotosessie in Copán op het AAAS-symposium `Technology and the Protection of Cultural Heritage Materials' in San Francisco.

Bij het Getty Conservation Institute is Christopher Gray belast met de coördinatie van het fotometrische onderzoek. ``Het vastleggen van de textuur van de trap der hiërogliefen kan op twee manieren', zegt Gray vanuit Los Angeles. ``Ofwel je scant de zaak met een laserbundel, ofwel je past digitale fotogrammetrie toe, een methode waarbij je met stereo-paren van foto's werkt om de diepte in het beeld te vangen. De aanwezigheid van de dakconstructie boven de trap verhindert het werken met lasers, zodat we aangewezen waren op de tweede methode.'

Digitale fotogrammetrie heeft twee componenten: het maken van foto's die elkaar voor een groot deel overlappen, en het precies opmeten in drie dimensies van de posities van de camera en van markeerpunten die voor de gelegenheid op de trap zijn geplaatst. Via speciale software zijn vervolgens (op basis van wiskundige projectietechnieken) de beelden en de referentieposities met elkaar te combineren, waarna op een beeldscherm paren opnames van een detail van de trap zo over elkaar zijn te schuiven, dat het kijken door een stereobril diepte oplevert.

In totaal zijn in Copán zo'n 2500 foto's gemaakt en 2000 referentieposities bepaald. Vanwege het dak was de afstand tussen camera en trap maar 1,30 meter, zodat per opname niet meer dan twee treden tegelijk konden worden meegenomen: anders zou de ene traptrede het zicht op de andere beletten. Om de vereiste 60 à 70 procent overlap tussen buurfoto's te realiseren, waren er per stel treden 20 à 25 opnames nodig. De opnames zijn gemaakt door het in fotogrammetrie gespecialiseerde Britse bedrijf Photarc Surveys. Gekozen werd voor een gewone camera met film; het inzetten van een digitale camera zou door zijn lagere resolutie de toepassingsmogelijkheden te zeer hebben ingeperkt. Gray: ``Daar kwam nog bij dat onze partner in Honduras een sterke voorkeur voor archiveren met negatieven heeft. De foto's zijn op locatie ontwikkeld, gescand en in de computer ingevoerd. Waarna we met de software direct konden zien of ze aan de specificaties voldeden.'

De bulk van de opnames en metingen in Copán is vorig jaar zomer uitgevoerd. Gray: ``De fotografie vergde vijf weken, het opmeten van de referentiepunten nog eens drie extra. Het was zwaar werk: hitte, insecten, zware donderbuien aan het eind van de dag en het balanceren op de steile trap was niet van gevaar ontbloot. Van zonsopgang tot in de namiddag waren we bezig. Medewerkers droegen uit voorzorg een reddingslijn die aan het dak was bevestigd. Dankzij een houten paralleltrap naast het monument bleef het contact met de stenen tot een minimum beperkt en wie op de trap der hiërogliefen moest zijn droeg sokken. Vanwege het gebrek aan ruimte rustte de driepoot op de trap, zij het met ingepakte voeten.'

CONSEQUENTIES

Wat er precies met de data gaat gebeuren, en welke consequenties ze voor de trap der hiërogliefen zullen hebben, is nog onduidelijk. Françoise DesCamps, werkzaam bij het Getty Conservation Institute en verantwoordelijk voor het maken van een conserveringsplan voor de trap, vindt het nog te vroeg om conclusies te trekken. ``We zitten in de fase van het in kaart brengen van de toestand van de trap', zegt ze. ``Of hij er slecht aan toe is valt op dit moment nog niet te zeggen. Wel hebben we de indruk dat de situatie stabiel is, mede door toedoen van de overkapping.'

In 1997 werd op een conferentie in Copán het plan geopperd om op basis van de fotogrammetrie een replica van de trap te maken en de originele stenen trap in een museum op te stellen. Dat zou de gelegenheid bieden de stenen ditmaal wél in de goede volgorde te leggen. De rigoureuze ingreep kan Descamps vooralsnog weinig bekoren. ``Niet alle hiërogliefen zijn voor honderd procent ontcijferd. Die goede volgorde is een hypothese, over de interpretatie van de tekst wordt nog altijd gediscussieerd, de epigrafen zijn er nog niet uit. Wie zegt dat de originele stenen niet zwaar te lijden zullen hebben onder zo'n drastische operatie? En is het verval van de hiërogliefen werkelijk zo dramatisch? Voor ik de trap zoiets ingrijpends aandoe zou ik toch eerst uitgezocht willen zien of er geen effectieve methodes te verzinnen zijn om het verval tot staan te brengen.'

    • Dirk van Delft