Terreuraanslagen in Colombia

Bij twee bomaanslagen in de Colombiaanse hoofdstad Bogota zijn gisteren vier doden en 23 gewonden gevallen. De aanslag was het werk van rechtse paramilitairen. Dat heeft minister van Binnenlandse Zaken Armado Estrada verklaard.

Hij doelde op de Verenigde Zelfverdedigingskrachten van Colombia (AUC), de ruim 8.000 man tellende strijdmacht die al 37 jaar in een guerrillaoorlog gewikkeld is met de marxistische Gewapende Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia (FARC) die over ruim 16.000 manschappen zou beschikken. Bij de binnenlandse oorlog zijn verder de reguliere troepen betrokken en het ultra-linkse Nationaal Bevrijdingsleger (ELN, ruim 4.000 manschappen).

De bom ontplofte gisteren vlakbij het stadion El Campín, waar eind juli de finale van het Amerikaanse voetbalkampioenschap wordt gehouden. De Colombiaanse president Pastrana heeft afgelopen week gezegd dat het kampioenschap van elf Latijns-Amerikaanse landen en Canada doorgaat, ondanks de terreur. De afgelopen weken zijn 12 doden en tweehonderd gewonden gevallen bij bomaanslagen. Meer dan 20.000 politieagenten moeten voorkomen dat het kampioenschap wordt verstoord.