Telecomreus zet kleine stappen

Nokia, marktleider op het gebied van mobiele telefoons, is het zicht op de toekomst kwijt. Het telecombedrijf richt zich daarom op het verder exploiteren van datgene waarin het goed is: spraak. Internet op de mobiele telefoon is nog een brug te ver. De concurrentie ruikt kansen.

Het elan van Nokia, de fabrikant van mobiele telefoons die al vroeg in de jaren negentig als geen ander begreep dat mobiele telefonie een hoge vlucht zou nemen, is verdwenen. Met zijn visionaire blik veroverde het bedrijf uit Finland toen met grote stappen de markt. Vorig jaar verkocht Nokia 128 miljoen telefoons – elke seconde vier exemplaren. Eenderde van de mobieltjes op aarde is een Nokia.

Maar vanaf nu zet de mobiele-telecomfabrikant kleine stapjes, zo werd deze week duidelijk. Tijdens een presentatie aan de internationale pers zette het concern de strategie voor de komende jaren uiteen. Nokia waagt zich voorlopig niet aan internet op de mobiele telefoon, kortweg mobiel internetten, zoals dat al twee jaar in Japan onder de naam i-mode furore maakt.

De belangrijkste klanten van Nokia – de telecomaanbieders – zijn blut. Torenhoge investeringen hebben ze gedaan in radiofrequenties voor mobiel internetten (UMTS of 3G). Het geld dat ze verdienen gaat nu helemaal op aan het afbetalen van schulden. Aan het kopen van producten van Nokia, bestemd voor de aanleg van de UMTS-netwerken, wordt liever niet gedacht. Nokia is voorstander van samenwerking tussen telecombedrijven die samen een netwerk willen bouwen. Deze week heeft het daartoe een plan voor zijn klanten gepresenteerd, een plan waarmee 40 procent op de aanlegkosten kan worden bezuinigd. Op korte termijn verliest Nokia inkomsten, maar het bedrijf vindt een snelle opleving van de telecomsector te belangrijk.

Zorgelijk voor Nokia is de verzadiging van de markt. Veel mensen hebben al een mobiel toestel en zullen niet meteen een splinternieuwe telefoon kopen. Daarbij komt dat mobieltjes steeds alledaagser worden gevonden en daardoor ook in prijs (moeten) dalen. Nokia zag zijn winstmarges op de toestellen het afgelopen jaar slinken van 20 tot ongeveer 17 procent. Nokia haalt tweederde van zijn omzet uit telefoons, de rest komt uit de verkoop van netwerkapparatuur. In maart gaf Nokia al een waarschuwing: de omzet zal dit jaar niet met 25 tot 30 procent groeien, zoals eerder was voorspeld, maar met 20 procent.

Het voorzichtige antwoord van Nokia op deze marktontwikkelingen is Multimedia Messaging System (MMS), een veredelde versie van de populaire berichtenservice Short Messaging System (SMS). Met MMS kunnen SMS-berichten worden uitgebreid met foto's en geluidjes. MMS borduurt voort op datgene waarin Nokia sterk is – spraak – maar dan in een chic jasje.

Intern is geen overeenstemming over deze strategie. Olli-Pekka Lintula, die de productplanning verzorgt voor Nokia Mobile Phones, heeft de mond vol van beeldtelefonie, waarbij bellers elkaar kunnen zien. Maar de bedachtzamen bij Nokia hebben de overhand, zoals Timo Luuka (marketing) die meent dat consumenten nog lang niet toe zijn aan `beeldbellen'. Luuka wil niet verder kijken dan het MMS-stadium.

,,MMS is beter dan i-mode'', beweert Luuka. ,,Het vergt een minimale investering die wel tot veel meer omzet zal leiden. We wedden niet op de beste browser (de software waarmee op internet kan worden gesurft) maar op toegevoegde emotionele waarde (foto's). Daarmee kunnen grotere volumes en meer omzet worden gehaald dan met mobiel internet.''

Met MMS hoopt Nokia het onverwachte succes van SMS-berichten te kunnen herhalen. De vraag is of dat zal lukken. SMS kon aanslaan doordat alle telefoons, ook die van de concurrenten, waren uitgerust met de mogelijkheid om berichten te versturen. MMS is geen standaard – het is een uitvinding van Nokia. Het product zal minder succesvol zijn als het ene deel van de wereld straks geen MMS-berichten kan versturen naar het andere deel.

Opvallend genoeg kon Nokia in Helsinki geen MMS-telefoon laten zien. MMS vereist, net als i-mode, een kleurenscherm van redelijk formaat. Pas vanaf volgend jaar zullen er toestellen zijn, drie jaar na de lancering van i-mode. Volgens Nokia gaat in Europa alles trager wegens standaardisatieproblemen. In Japan heeft NTT Docomo zijn standaard kunnen invoeren omdat er indertijd nog niets was.

Niet alleen MMS, ook de introductie van de zogeheten GPRS-telefoon, die in principe nog vóór de MMS-telefoon komt, komt traag op gang. De GPRS-techniek maakt bestaande GSM-netwerken sneller waardoor het versturen van grote hoeveelheden data mogelijk wordt. De meeste netwerken, zo verzekert Nokia, zijn inmiddels aangepast – in de tweede helft van dit jaar zal Nokia op grote schaal GPRS-telefoons produceren. Intussen heeft het Amerikaanse Motorola wel een GPRS-telefoon op de markt gebracht, ook in Finland notabene.

Nokia heeft een tweede, parallelle strategie voor het geval MMS geen succes wordt. Die strategie is gericht op het halen van meer omzet uit netwerkapparatuur, een `stabiele' activiteit en van oudsher het domein van de Zweedse concurrent Ericsson. Omzetgroei neemt Nokia op de korte termijn helemaal in beslag. Daarnaast wil Nokia met in eigen huis ontwikkelde diensten voor de mobiele telefoon meer verdienen aan telecombedrijven die nu alleen nog maar de toestellen afnemen.

De vraag is of een voorzichtige tactiek de deur naar Europa niet openzet voor concurrenten. Luuka erkent dat de concurrentie snel toeneemt, vooral op het gebied van geavanceerde mobiele telefonie (GPSR, UMTS). Hij ziet de concurrentie vooral komen uit Japan – van de producenten van i-modetelefoons (Matsushita, NEC) – en uit Duitsland (Siemens). ,,Wij zijn niet bang voor de concurrentie'', zegt Luuka. ,,We zijn tevreden met onze huidige positie.'' De houdbaarheidsdatum van die positie is volgens hem nog niet verstreken.

    • Stéphane Alonso