Steeds meer problemen na couveuse

Bij kinderen die hun leven als couveusekind zijn begonnen, openbaren zich in de jeugdjaren steeds meer problemen.

Dat blijkt uit langlopend onderzoek onder bijna alle in 1983 in Nederland geboren kinderen met een geboortegewicht beneden de 1.500 gram, of een zwangerschapsduur van minder dan 32 weken.

In totaal waren 1.338 kinderen bij dit project on preterm and small for gestational age infants (POPS) betrokken. Ruim een kwart van hen stierf in zijn eerste levensjaar. De overlevende POPS-kinderen werden inmiddels vijfmaal onderzocht, toen ze 2, 5, 9, 11 en 14 jaar oud waren. Volgend jaar komen de dan 19-jarigen weer aan de beurt. Dan kijken de onderzoekers vooral, aldus projectleider prof.dr. Pauline Verloove-Vanhorick van TNO Preventie en Gezondheid in Leiden, hoe de kinderen terechtkomen als volwassenen.

De toenemende moeilijkheden die couveusekinderen op latere leeftijd ondervinden blijken goed uit hun schoolcarrières, beschreven in een overzichtsartikel in het vandaag verschenen nummer van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Toen de POPS-kinderen negen waren ging 19 procent naar het speciaal onderwijs, tegen 6,5 procent van alle negenjarigen. Toen ze 11 waren zat 21 procent op een school voor speciaal onderwijs; drie jaar later was dat nog toegenomen tot 27 procent, tegen 5 procent van alle negenjarigen. Couveusekinderen die wel regulier onderwijs volgen zitten overigens relatief weinig op havo en vwo.

In een internationale vergelijking van de gedragsproblemen van ongeveer tienjarige kinderen die op de wereld kwamen met een geboortegewicht beneden de 1.000 gram (normaal is 3.250 gram), vond TNO-epidemiologe dr. Elysée Hille dat de couveusekinderen vooral aandachts- en sociale problemen hebben. Ze worden vaker gepest en hebben last van dwanggedachten. Andere gedragsmoeilijkheden in de jeugd, zoals agressie, criminaliteit, teruggetrokkenheid en overdreven angsten komen niet vaker voor. Het gedragsonderzoek van Hille en collega's uit Canada, de Verenigde Staten en Duitsland verschijnt vandaag in het Britse medische tijdschrift The Lancet.

Het POPS-onderzoek heeft al bijgedragen aan verbetering van de zorg rond couveusekinderen. Dit heeft tot gevolg dat steeds vroeger of lichter geborenen in leven blijven zodat de problemen waarschijnlijk even groot blijven. Het aantal couveusekinderen neemt ook nog toe doordat vrouwen de laatste decennia op hogere leeftijd hun kinderen krijgen. Als er problemen aan het licht komen zijn er opvoedingsprogramma's die de leerachterstand van couveusekinderen kunnen beperken.

COUVEUSEKINDEREN pagina 53