Slecht nieuws van het oostelijk front

Het gaat niet goed in Duitsland. De cijfers die deze week binnenkwamen over de Duitse economie hebben definitief de droom doorgeprikt dat Europa het dit jaar substantieel beter zou doen dan de Verenigde Staten. In Duitsland bleek de economische groei in het eerste kwartaal nog maar 2 procent, en de meeste economen verwachten nu dat geheel 2001 niet meer groei zal opleveren dan zo'n 1,6 procent. Deutsche Bank sluit zelfs een kleine economische krimp in het tweede kwartaal niet meer uit. Tegelijkertijd zijn er de eerste indicaties dat de inflatie, die acht jaar onder controle was, in mei op kan lopen naar 3,5 procent.

Slecht nieuws dus, van het oostelijk front. Maar doet Duitsland ter zake voor Nederland? Wie naar het opgelopen verschil in economische groei tussen Nederland en Duitsland in de jaren negentig kijkt, zou concluderen dat Nederland zich had losgemaakt van zijn grotere zus. Vanaf 1992 groeide de Nederlandse economie gemiddeld met 3,1 procent, de Duitse maar met 1,6 procent. Maar immuun zijn we niet: feit blijft dat bijna eenderde van de Nederlandse export zijn weg vindt naar Duitsland.

Minstens even belangrijk is de rente-ontwikkeling. De Europese Centrale Bank probeert een gemiddelde te nemen van alle euro-economieën om zijn rentebeleid op te voeren. Maar op de obligatiemarkt, waar de veel belangrijkere langetermijnrentes worden bepaald, speelt Duitsland een veel zwaarwegender rol dan haar gewicht van eenderde van de euro-economie doet vermoeden. De euro-obligatiekoersen worden gemaakt in Frankfurt en Londen, op basis van Duitse obligaties – die allereerst luisteren naar Duitse cijfers en dan pas naar de rest.

De oplopende Duitse inflatie doet het totale Europese renteklimaat dus geen goed. Nederland is een tijd goed weggekomen met zijn hoge inflatie, omdat er op de kapitaalmarkt geen aandacht aan werd besteed, en de `lange rente' op de bagagedrager van Duitsland dit jaar daalde van 5 procent naar 4,7 procent. Maar sinds de schrik over de Duitse inflatie er goed in zit, is ook de Nederlandse langetermijnrente omhoog geschoten van 4,7 procent naar 5,35 in twee maanden tijd. De eerste hypotheekrenteverhogingen voor langere looptijden in Nederland zijn deze week al gesignaleerd, en als het zo doorgaat, volgen er meer.

Duitsland doet ter zake, en het gelijktijdig optreden van een economische groeivertraging en oplopende inflatie is slecht nieuws. Met maar één schrale troost. Nederland is niet langer het enige euro-land waar de term `stagflatie' valt.