Column

Rijen

Rijen in een wagentje. Het ritje van Amsterdam naar Bergen aan Zee deed ik afgelopen woensdag in precies drie uur. Dan moet je een snellere auto kopen, denkt u waarschijnlijk. Maar mijn auto is redelijk ordinair, kan heel hard en ik heb de afgelopen jaren de kosten van het voorarrest van Mink K. met mijn bolide al zeker drie keer bij elkaar geflitst. Huisgerookt, dubbel getrokken en stinkend aangebrand strompelde ik mijn auto uit en schreeuwde wanhopig dat ik de komende vier dagen niet meer in dat kreng ging zitten. Alleen al op de ring heb ik zeker anderhalf uur stilgestaan. Maar dat komt door die werkzaamheden, denkt u nu. Nee, want die zijn gisteren pas begonnen. Ik denk dat ik er morgen een uurtje of zes over doe. Gisteren hoorde ik op het nieuws dat Rijkswaterstaat het fileleed wil verzachten door de automobilisten maandag een optreden van Paul de Leeuw aan te bieden. En als je niet van Paul de Leeuw houdt? Sterker nog: Paul de Leeuw is het ergste wat je als mens kan overkomen! Dan sta je in de zinderende zon in de eindeloze file en opeens verschijnt hij op je voorruit. Als je naar een artiest wilt koop je een kaartje en ga je naar de concertzaal of theater, maar in de file? Op wie kan ik als automobilist nog meer rekenen? Maak ik ook nog kans op Frans Bauer, Marianne Weber of Ben Cramer? Gaat de NS-directie dit ideetje overnemen? Een laatste klantvriendelijkheidsoffensief voordat ze worden ontslagen? Opeens komt Vader Abraham je coupé binnen en begint een potje te smurfen. Of wat te denken van Imca Marina of het ploegje imbecielen van Starmaker? Treintje Oosterhuis is een wat al te gemakkelijke woordspeling.

Waar haalt Rijkswaterstaat de gore moed vandaan om mij te confronteren met een artiest? Ik word al gek als ik een bedrijf bel, in de wacht wordt gezet en vervolgens twintig minuten moet luisteren naar de meest gruwelijke klanken van allerlei abjecte zangers. Ik wil zelf bepalen wanneer ik wie zie of wat hoor. Wie dit stukje leest heeft er zelf voor gekozen, maar stel je voor dat je de krant uit de bus haalt en het papier begint via een of andere supersonische minichip tegen je te praten. En je hoort mij dit stukje voorlezen, terwijl je een notoire Youp van 't Hek-hater bent. Ik zou onmiddellijk mijn abonnement opzeggen. Ik ken overigens veel NRC-lezers, die dit stukje wekelijks lezen om zich dood te ergeren, maar die hebben dit hoekje zelf opgezocht en zijn gewoon oliedom.

Paul de Leeuw in de file is volgens mij een denkfout, maar je hebt dus geen keuze. Opeens staat deze gezellige nicht op je bumper te kwelen. Het doet een beetje denken aan het doodzieke kind dat ongevraagd geconfronteerd wordt met een zooitje quasi-vrolijke comaclowns. Je vergaat van de pijn, piekert over je veel te korte elfjarige leven dat misschien wel gaat eindigen en daar staan zomaar opeens twee van die gesjeesde kleinkunstpatiënten in je kamertje koddig te doen. Ik heb al laten vastleggen dat mijn kinderen dit bespaard blijft. Maar dat moet je tegenwoordig keihard in je verzekeringsvoorwaarden laten opnemen. Hoe je dat meldt? Je belt je zorgverzekeraar, wordt in de wacht gezet en moet vervolgens twintig minuten naar verschrikkelijke bukmuziek luisteren om daarna te kunnen vertellen dat je geen roodneuzige stomaclown aan het bed van je stervende kind wilt.

Bij Ajax worden we dit seizoen bij elke thuiswedstrijd getrakteerd op een optreden van een of andere derderangs nephazes en dat zijn zware minuten. De artiesten worden aangeboden door een kroeg met de naam La Bastille. Een ding weet ik zeker: niemand van mijn vrienden zal daar ooit een pilsje drinken. Bij dat soort muziek kan bier niet schuimen.

Binnenkort kom ik Paul de Leeuw ergens tegen en informeer naar zijn carrière.

`Gaat heel goed', zegt hij dan, `enorm succes. De mensen staan in de rij. Sterker nog files. Hele lange files!'

Tsja? Soms wil ik dood. Ik vroeg mijn dokter om vrijwillige euthanasie. Geen probleem. Ik sta op de wachtlijst.