Rebellen Sierra Leone houden ontwapeningsshow

De RUF-rebellen in Sierra Leone hebben vorige week beloofd hun wapens neer te leggen. Alwéér. Ze zeggen dat ze de oorlog beu zijn. De bevolking heeft er weinig vertrouwen in.

Tijdens de lunchpauze in de vredesonderhandelingen strekte de zesmans-delegatie van de rebellenbeweging Revolutionary United Front (RUF) de benen in de wandelgangen van het VN-hoofdkwartier in Freetown. Ze keuvelden ontspannen en lieten zo nu en dan een klaterende lach klinken, zoals ze internationale diplomaten op televisie hadden zien doen, vermoedde een lokale journalist. ,,Ze hadden ook pakken aan! En hun schoenen gepoetst!'' rapporteerde hij geërgerd. Al verkleedt een rebel zich als westerling, het is en blijft een lelijk ding, zoiets wilde deze verslaggever maar gezegd hebben.

Het akkoord van Freetown dat regering en RUF een week geleden, op 18 mei, ondertekenden is volgens de meeste Sierra-Leoners het papier niet waard waarop het geschreven staat. De rebellen beloven hun wapens in te leveren. Alwéér. Precies hetzelfde beloofden ze twee, vier en zes jaar geleden ook. In hun 10-jarige bestaan hebben de rebellen al zoveel beloftes verbroken dat Sierra-Leoners `de RUF-leugens' niet eens meer horen.

,,We zijn de oorlog moe'', zei de woordvoerder van de rebellen vorige week. Maar er is mogelijk een andere verklaring voor het vertoon van bereidwilligheid van het RUF. Het zit de rebellen de laatste tijd op het slagveld niet mee. RUF-vestingen langs de grens met Guinee beven onder Guinese luchtaanvallen en op de grond worden de rebellen beschoten door regeringsgezinde Kamajor-milities. De RUF-doden die daarbij vallen kunnen door de internationale gemeenschap genegeerd worden, zolang het rebellen zijn die door hun beroepskeuze nou eenmaal lijken te vragen om een gewelddadig einde.

Maar het RUF in de gedaante van in Westerse pakken gehulde partners bij vredesbesprekingen kan plotseling rekenen op internationale inmenging. VN-vertegenwoordigers en de Sierra-Leoonse president Kabbah vlogen al naar Guinee om de Guinese president te vragen met bombarderen op te houden, en de eis van het RUF-commando in het noordelijke district Kono, in de personen van `Colonel Vandamme' en `Captain Cut-Hands', tot bescherming tegen Kamajors door VN-blauwhelmen, wordt door de VN-Veiligheidsraad serieus overwogen.

Op 19 mei, daags na de ondertekening van het akkoord, legden rebellen AK-47's en handgranaten aan de voeten van de speciale vertegenwoordiger van de Verenigde Naties in Sierra Leone, Adeniji, tijdens een feestelijke ontwapeningsshow. Met de wapens leverden de rebellen ook enkele tientallen kindsoldaten in. Adeniji, daartoe door de RUF-organisatie uitgenodigd, deed een vrolijk dansje.

Drie weken eerder had Adeniji nog gezegd dat het RUF ,,niet te vertrouwen'' was. Een verklaring voor de ommezwaai is te vinden in de druk die donoren uitoefenen op de VN en de regering in Sierra Leone. Het internationale politieke of economische belang van Sierra Leone is nihil en het geduld van Westerse donoren daarom klein. De grootste geldschieters de EU, de VS, het IMF en de Wereldbank werden het slakkegangetje waarin het vredesproces zich ontvouwde beu en dreigden de geldkraan voor Sierra Leone op een druppelstand te draaien.

Door dat ongeduld heeft het Westen zich al eerder door het RUF in de luren laten leggen, waarschuwde Adeniji begin mei. Nog maar een jaar geleden had het RUF ook beloofd de wapens neer te leggen en werden VN-blauwhelmen uitgenodigd om in hun territorium dat driekwart van het land beslaat te bivakkeren. De internationale gemeenschap toonde zich toen, in Adeniji's woorden ,,naïef, door het RUF op z'n woord te geloven'', en die blauwhelmen inderdaad te sturen. De rebellen gijzelden prompt zo'n 500 VN-soldaten en schoten er een aantal dood.

Nu, een jaar later maar geen stap verder met de vrede, zijn de donoren nog gretiger dan toen. Het RUF heeft aan geen enkele eis van de VN voldaan: op een handvol vuurwapens na hebben ze niet ontwapend en ze houden zich ook niet aan het staakt-het-vuren. Mensenrechtenorganisaties melden dat berovingen, verkrachtingen, ontvoeringen en verminkingen door de rebellen doorgaan. Toch worden er opnieuw blauwhelmen het rebellen-territorium ingestuurd. ,,Als we moeten wachten tot [de rebellen] alles gedaan hebben wat we willen, zijn we er over tien jaar nog niet'', gromt een diplomaat geïrriteerd.

Behalve 'moe van de oorlog' zijn er weinig redenen waarom de rebellen werkelijk de wapens zouden willen neerleggen. Met de uitbreiding van de oorlog in Sierra Leone naar buurlanden Guinee en Liberia dreigen juist gouden tijden aan te breken voor de rebellen: RUF-leden verhuren zichzelf en hun wapens nu al aan nieuwe strijdende partijen. Zónder wapens kun je je alleen nog maar aansluiten bij Sierra Leone's leger van arme en werkloze burgers.

Onlangs kraakten geweerschoten in het centrum van Freetown. Ogenblikkelijk zetten duizenden mensen het op een rennen. ,,Rebellen! Rebellen!'' gilden ze, hun kinderen met zich meesleurend. Automobilisten, ook in paniek, drukten hungaspedalen en claxons in en persten hun voertuigen dwars door de mensenmassa heen. Winkeliers lieten hun rolluiken ratelend neer. Zelfs de straathonden doken jankend weg.

Na een uur kwam op de nationale radio de mededeling dat het geschiet afkomstig was geweest uit de stadsgevangenis, waar cipiers een beginnendopstandje moesten neerslaan. 's Avonds volgde een tweede bekendmaking: de regering zei ,,buitengewoon teleurgesteld'' te zijn over de paniek van die middag. Het volk had best wat meer vertrouwen in de vorderingen van de vredesonderhandelingen mogen hebben.

,,Oh ja?'' luidde een schampere reactie. ,,Waarom reden dan vlak na het geschiet al die Mercedessen voor bij de privéscholen waar de ministerskinderen les krijgen, om ze uit de klaslokalen te grissen en met 150 kilometer per uur in veiligheid te brengen?''

Het bleef nog lang stil in State House.