Open in plaats van bevroren water

Henk Gemser (60) leek vergroeid met de ijsvloer, tot de oud-schaatscoach twee weken geleden aantrad als technisch directeur van het watersportverbond.

Een potje zonnebrandcrème was wel het laatste waar hij aan dacht bij het inpakken van zijn sporttas. Maar de doorgewinterde coach die tot voor kort vergroeid leek met de ijsvloer weet inmiddels beter. ,,Nooit meer vergeten'', grijnsde Henk Gemser, nadat de nieuwe technisch directeur van het Nederlands watersportverbond (KNWV) met een roodverbrand gezicht voet aan wal had gezet na zijn inspectietocht op de derde dag van de Spa Regatta in Medemblik.

Zijn benoeming, twee weken geleden op voordracht van bondscoach Jaap Zielhuis, kwam voor velen als een verrassing. Behalve voor de inmiddels 60-jarige oud-schaatsbondscoach zelf. ,,Water loopt van jongsaf aan als een rode draad door mijn leven. Bovendien: toen ik vorig jaar stopte bij de kernploeg, heb ik nooit gezegd voorgoed afscheid te nemen van de topsport.''

Daarbij komt dat Gemser al jaren een verwoed zeiler is. Maar wat graag stapt de geboren Fries 's zomers in zijn kajuitjacht van het type-Olympia Jol. Trots: ,,Meedoen aan de Sneekweek is elk jaar vaste prik. Wat in mijn geval overigens meestal betekent dat ik een dag van tevoren de schuur binnenstap om te zien hoe de boot erbij ligt.''

Maar zo vrijblijvend als Gemser zelf te werk gaat, zo professioneel dient de Nederlandse zeiltop zich voortaan te gedragen. Zijn inventarisatie heeft hij weliswaar nog niet afgerond, maar: ,,Een waterland als Nederland mag en kan niet tevreden zijn met eens in de zoveel jaar een gouden medaille. De laatste dateert al weer van 1984 (plankzeiler Stephan van den Berg, red.). Dat kan niet alleen beter, dat moet beter.''

Harde woorden sprak Gemser donderdag dan ook tijdens zijn maidenspeech. ,,Zoals er nu gewerkt wordt, lijkt nergens op'', doceerde hij. ,,De inzet van de huidige trainersstaf is 200 procent, maar ze varen heen en weer tussen start en finish. Van de ene naar de andere klasse. Dat is gepruts in de marge. Pas als de interactie tussen sporter en coach optimaal is, kun je succes afdwingen.''

Aan de boorden van het IJsselmeer lag de woordspeling een dag later voor de hand: het roer moet om. Gemser, glimlachend: ,,Zo zou je het kunnen zeggen, ja. Waar het om gaat is dat ik het woord `proberen' de komende jaren niet meer wil horen. Het is een of het ander, het is wel of niet. Want compromissen bestaan niet in de topsport.''

Gemser zet hoog in. In acht van de elf olympische klassen moet Nederland over drie jaar vertegenwoordigd zijn in Athene. Verder streeft hij naar een forse uitbreiding van het aantal trainer-coaches (van vier naar acht) en moet het topsportbudget van 2,2 naar 4,4 miljoen gulden.

Vraag is hoe realistisch dat eisenpakket is. Onlangs haakten twee sponsors van het watersportverbond (Fortis en Dutchtone) om uiteenlopende redenen af, reden waarom de leden van de nationale ploeg nog slechts twee coaches, Rigo de Nijs en Jacco Koops, tot hun beschikking hebben. De derde, bondscoach Zielhuis, werkt nog slechts op halve kracht, nu hij zelf weer in de boot is gekropen.

Met de aanstelling van Gemser hoopt het KNWV evenwel nieuwe geldbronnen aan te boren, vanuit de gedachte dat de schaatsveteraan te boek staat als vakman bij uitstek die deuren kan openen die voor anderen gesloten blijven. Zelf hoopt Gemser het zeilen ,,in de huiskamer te brengen''. Oftewel? ,,Niet de mast en de boot centraal stellen, maar de sporter. Want niemand zit te wachten op beelden van een bootje dat van links naar rechts gaat.''

Als tegenprestatie voor de sponsorgelden verlangt Gemser van de zeilers een professionele(re) houding. Ook van Margriet Matthijsse (zilver bij de laatste twee Olympische Spelen in de Europe-klasse) en Roy Heiner (in Sydney vierde in de Soling). Niet dat Gemser beiden wil afvallen, maar: ,,Met hun kwaliteiten en de trainingsmogelijkheden die ze in de aanloop hebben gehad, had er in Sydney beslist meer ingezeten.''

Meer nadruk zal hij daarom leggen op ,,de mentale en sociale vaardigheden'' van de sporters, want ,,die zijn minstens zo belangrijk als een goed zeil''. Van het zeilcentrum in Medemblik wil hij mede om die reden een centraal trainings- en ontmoetingscentrum maken. ,,Alleen dan kan er een collectief project ontstaan dat stijl en niveau heeft. Medemblik moet het Papendal van Nederland aan het water worden.''