Omstreden beelden in Z-Afrika

Een museum in Kaapstad sloot onlangs een diorama over Bosjesmannen omdat het `uit de tijd' was. Maar wat moet er dan er wel tentoongesteld worden, zeven jaar na het einde van de apartheid?

Een arcadisch tafereel achter glas in het Zuid-Afrikaans Museum te Kaapstad. Bosjesmannen, van gips, bezig met de jacht en het verzamelen van brandhout. De kleine bronskleurige oerbewoners van zuidelijk Afrika, nu San genoemd, zijn naakt op een lendendoekje na. Daartussen lopen echte mensen, medewerkers van het museum. Ze ontmantelen het diorama, jarenlang een geliefd onderdeel van de permanente expositie over volken en stammen uit de regio, omdat het volgens de directie ,,niet meer in deze tijd past''. Het besluit heeft tot verdeelde reacties geleid.

Veel musea in Zuid-Afrika zijn nu pas aan verandering toe, meer dan zeven jaar na afschaffing van de apartheid. ,,Het probleem is dat tentoonstellingen als deze, over de San, geen weerspiegeling zijn van de antropologie die de gehele mensheid omvat. Daarom zullen we nieuwe exposities opzetten over alle mensen'', aldus het Zuid-Afrikaans Museum.

De gipsen modellen waren op zich historische museumstukken geworden – ze stammen uit 1911, toen wetenschappers vreesden dat de Bosjesmannen zouden uitsterven en men van de laatste overgebleven `exemplaren' afdrukken liet maken. Het uitsterven is afgewend, maar het aantal San (nu veelal in één adem genoemd met de Khoi – Hottentotten – onder de noemer Khoisan) is in Zuid-Afrika teruggelopen tot een geschatte 200.000.

Het Kaapse museum, vlakbij het parlement, werd in de jaren zestig vanuit een eurocentrisch gezichtspunt zo ingericht dat de San en de zwarte stammen als het ware onderdeel uitmaken van de natuur. Nog altijd ligt de afdeling `primitieve volkeren' ingeklemd tussen de archeologische vondsten en het zee-aquarium. Andere bezienswaardigheden in het museum, variërend van een vitrine over de boekdrukkunst tot een planetarium, zijn alle gerelateerd aan een `hoger niveau', lees: blank.

In Zuid-Afrika had na de democratische overgang van 1994 geen beeldenstorm plaats. Van de zichtbare getuigen van de apartheid zoals monumenten en musea, zijn vele intact gebleven. De zwarte meerderheid lijkt er niet wakker van te liggen.

Een van de meest in het oog lopende pronkstukken uit de blanke tijd is het J.G. Strijdomplein in Pretoria. In een hoek van het plein staat een enorme buste van Strijdom, in de jaren vijftig als premier een gedreven uitvoerder van de apartheid. Hier schoot in 1988 een zekere Barend Strydom, een christen-fascist, acht zwarte voorbijgangers dood. Deze Strydom, bijgenaamd Witwolf, zag J.G. Strijdom als zijn voorbeeld. Barend Strydom trad naar eigen zeggen op als ,,soldaat namens God, volk en vaderland''. Omdat zwarten in de ogen van de christelijke god geen mensen waren had hij het recht hen te doden. Strydom zat drie jaar gevangen. Het plein, symbool van alles wat fout was in Zuid-Afrika, ligt er nog ongeschonden bij.

Vervolg ZUID-AFRIKA: pagina 5

'Musea zijn politiek wapen van het ANC geworden'

Vervolg van pagina 1

Ook de vele musea in de hoofdstad, waarin zonder uitzondering de blanke Boerenstaat werd verheerlijkt, zijn jarenlang onveranderd gebleven. Maar dat is nu afgelopen. Beruchte odes aan de apartheid, zoals het Politiemuseum, zijn tijdelijk gesloten voor een grondige reorganisatie, terwijl het bombastische Transvaal Museum voor natuurhistorie half leeg staat.

Wat moeten de Zuid-Afrikaanse musea dan laten zien? Een ,,viering van menselijk kunnen in Zuidelijk Afrika'', antwoordt Mauritz Naudé, hoofd communicatie van een samenwerkingsverband van acht staatsmusea. ,,Waar wij naar toe willen is een multidisciplinair museum over de verworvenheden van alle volkeren uit de regio, of ze nu zwart, blank of groen zijn. Misschien gaan we het wel `museum van de mensheid' noemen en zullen mensen zelf de artefacten zijn.'' Of het er van komt is de vraag, want Naudé voegt er meteen aan toe dat de overheid er andere ideeën op nahoudt: ,,Musea zijn een politiek wapen geworden in handen van het ANC.'' De musea hebben een lijst ontvangen met politiek correctie onderwerpen die aan de orde zouden moeten komen, waaronder de strijd tegen de apartheid, aids, misdaadbestrijding, en opheffing van armoede. ,,Ik zie niet hoe we dat ooit fatsoenlijk en onafhankelijk in beeld kunnen brengen'', verzucht Naudé. ,,Het gevaar dreigt dat onze musea in de toekomst opnieuw een vertekend beeld weergeven.''

Toch verandert langzaam maar zeker het aanzicht van Zuid-Afrika. De zwarte, niet-Europese meerderheid eist haar plek op. Parken en pleinen krijgen beelden van Afrikanen, musea openen exposities waarin het zwarte bevolkingsdeel tot haar recht komt. Zo besteedt het museum over de Anglo-Boerenoorlog in Bloemfontein nu aandacht aan de rol van zwart Zuid-Afrika in die oorlog, honderd jaar geleden.

De zwarte regering in Pretoria heeft op haar beurt de Khoisan erkenning gegeven. Als eerbetoon aan de Bosjesmannen en de Hottentotten presenteerde de minister van Cultuur vorig jaar een nieuw landswapen, met daarin de afbeelding van twee Khoisan en het motto: !ke e: /xarra //ke. In de taal van de San de diakritische tekens geven de klikklanken aan betekent dat: `Mensen van verschillende culturen, verenigt u.'