LOF DER MECHANICA 2

Vincent Icke slaat in zijn column van 12 mei de plank mis. Hij valt Von der Dunk aan op iets wat die niet gezegd heeft en ongetwijfeld ook niet bedoeld heeft. Hij citeert Von der Dunk als volgt: ``Maar natuurkundigen zijn inmiddels in dimensies gepenetreerd die zij alleen nog maar in de vorm van wiskundige formules kunnen benaderen. Ze kunnen het niet meer begrijpen, integreren.'' Icke leest in dat `integreren' dat Von der Dunk een tegenstelling zou creëren tussen wiskunde en mechanica enerzijds en introspectie en zintuiglijke waarneming anderzijds. Maar daar gaat het helemaal niet om.

Waar het om gaat, wordt toevallig in dezelfde krant duidelijk door een voorbeeld dat Dirk van Delft geeft ('Groeispurt of grote mep'): ``Nu gaan vijfdimensionale werelden het menselijk voorstellingsvermogen te boven...'' Precies, het voorstellingsvermogen te boven. Dat is alles. Icke heeft gelijk dat de wiskunde ons niet in de weg zit, alleen moet na gedane wiskundige arbeid de uitkomst worden terugvertaald naar iets wat wij ons kunnen voorstellen. Bij zoiets als een vijfde dimensie is dat niet meer mogelijk. Een vijfde dimensie is alleen nog maar wiskundig te benaderen en daarmee wordt, anders dan Icke erin leest, niets denigrerends bedoeld.

Er worden door de bèta-wetenschappers wel vaker metaforen gebruikt, zoals `gekromde ruimtetijd' of `snaren', die nog wel de suggestie wekken dat men zich er iets bij kan voorstellen, maar die de aandacht afleiden van het feit dat het alleen nog gaat om wiskundige berekeningen. Misschien is vol te houden dat zulke berekeningen bijdragen tot onze kennis, maar tot ons begrip dragen ze zeker niet meer bij. Volgens mij is dat alles wat Von der Dunk bedoelde.