Kwestie-Cyprus

De veroordeling door het Europese Hof van wandaden die 27 jaar geleden door Turkije zouden zijn begaan (NRC Handelsblad, 11 mei), herinnert mij weer aan de volstrekt eenzijdige voorlichting van het Westeuropese publiek over deze kwestie. Tijdens mijn bezoek in 1995 aan Noord-Cyprus (wegens Europese boycot was dit alleen vanuit Turkije mogelijk) nam ik kennis van de gebeurtenissen die hieraan voorafgingen, zoals onder meer beschreven in P. Oberling's boek: `Negotiating for survival', waaruit ik het volgende citeer: ,,In 1974 werd ik getroffen door een onrecht zo groot, dat het schreeuwde om mijn aandacht. In Cyprus werd een volk afgeslacht om de enige reden dat zij moslim waren en een andere taal spraken.'' Aan een in 1992 door 131 Engelse parlementsleden van alle partijen opgesteld rapport ontleen ik enige relevante details: Op kerstavond 1963 gingen (na systematische voorbreidingen) (Grieks-) Cypriotische paramilitaire eenheden tot actie over. In het ziekenhuis van Nicosia werden 25 Turkse patiënten vermoord, gevolgd door massale moorden elders, als begin van een etnische schoonmaak. Europa keek de andere kant op, waarna de voorzitter van de toezichtcommissie, prof. Forsthoff uit protest ontslag nam.

In 1972 escaleerde de terreur tegen de Turkse bevolking toen door het Griekse kolonelsregime gesteunde militairen de macht grepen en de (fel anti-Turkse, maar te diplomatieke) bisschop-politicus Makarios als president wegjoegen. Toen een Turks verzoek om samen in te grijpen door de Engelse regering geweigerd werd beval de Turkse president Ecevit onder zeer zware druk van de publieke opinie militair in te grijpen met een `reddingsoperatie', door Europa `invasie' genoemd. Dat ook hierbij mensenrechten zijn geschonden ligt voor de hand. Maar alleen die veroordelen lijkt op veroordelen van Bosnische en Kosovaarse wreedheden zonder die van de Serviërs te noemen.

Tot slot citeer ik opnieuw het einde van het Engelse rapport: ,,Een van de meest opmerkelijke aspecten van de Cypruskwestie is de mate waarin de Grieken erin geslaagd zijn om plechtige overeenkomsten te verbreken, op enorme schaal mensenrechten te schenden en toch, door verbazingwekkend effectieve propaganda de wereld te doen geloven dat zij, en niet de Turks-Cyprioten de benadeelde partij zijn.'' De aanklacht bij het Europese hof is het laatste, sprekende bewijs voor deze stelling.

    • E.J. Dorhout Mees