KOOPJESJAGER MET OOG VOOR TALENT

Al twintig jaar lang fungeert Nol Hendriks (64) als de huisbankier van de Limburgse voetbalclub Roda JC, die zich morgen ten koste van Ajax kan plaatsen voor de voorronde van de Champions League. Het handelen zit de textielmagnaat in het bloed. ,,In de oorlog heb ik de drang ontwikkeld om later financieel onafhankelijk te worden.''

Het kantoor in de textielzaak van Arnold `Nol' Hendriks op de grens van Heerlen en Landgraaf fungeert tevens als eregalerij voor de elftallen van Roda JC in de afgelopen twintig jaar. De portretten aan de muur herinneren de huisbankier van de Limburgse voetbalclub vooral aan de talloze aankopen, die Roda zich zonder zijn weldoener nooit had kunnen permitteren. Mede dankzij het uitgekiende aan- en verkoopbeleid van Hendriks kwalificeert de ploeg van de scheidende coach Sef Vergoossen zich morgen bij winst op RKC voor de voorronde van de Champions League. En daar mogen ze bij Ajax wel even over nadenken, stelt Hendriks.

Volgens de 64-jarige textielmagnaat heeft de naaste concurrent van Roda geen recht op de derde plaats. ,,Ajax moet zich diep schamen dat het met een zes keer groter budget dan Roda JC tot de laatste speeldag moet vechten om bij de beste vijf te komen'', zegt hij. En op samenzweerderige toon: ,,Ik denk ook niet dat Co Adriaanse volgend seizoen nog trainer is bij Ajax. Ik zou het geen juiste keuze vinden van de directie, maar ik heb informatie gekregen dat Adriaanse het nieuwe seizoen niet haalt. Ajax wil blijkbaar weer op nul beginnen. Maar dan heb je toch geen visie? Als je Adriaanse drie jaar de tijd geeft om het elftal te renoveren, moet je hem zijn werk laten afmaken. Ajax vergeet dat elk beleid staat en valt bij een goede scouting, terwijl het de afgelopen jaren toch kapitalen over de balk heeft gesmeten.''

De directie van Ajax zou graag het geheim willen weten van de specialist bij Roda JC, veronderstelt Hendriks met een ironisch lachje. Het bestuurslid technische zaken stond als multimiljonair tot voor kort niet alleen garant voor de aankopen van de club, hij leverde de talenten ook zelf aan. Wekelijks bezoekt Hendriks vier tot vijf wedstrijden, vooral in België. ,,En dan vooral bij de reserves van de clubs in de eerste klasse. België is voor mij de beste markt. Soms zie ik maar een halve wedstrijd, maar ik heb vaak aan één scouting genoeg. Dan zie ik een speler en denk ik: `die heeft het'. Ik kan aan één actie de gave van een voetballer aflezen.

,,Je moet ook een beetje geluk hebben. Een dag nadat Peeters naar Vitesse vertrok, tekende de Griekse spits Anastasiou een contract bij Roda JC. Hij speelde bij de reserves van Anderlecht en Heerenveen-coach Foppe de Haan zag niets in hem. Voorzitter Riemer van der Velde heeft vergeefs getracht Foppe op andere gedachten te brengen. `Nol vergist zich niet gauw', zei hij. Nu erkent De Haan dat het één van zijn grootste blunders is geweest om Anastasiou niet naar Heerenveen te halen. Het mooiste was nog dat we voor Peeters veertien miljoen gulden hebben ontvangen, terwijl we Anastasiou voor twee miljoen uit Brussel hebben meegenomen. Die man is een geschenk geweest voor Roda JC.''

Deze week presenteerde Hendriks het nieuwste talent uit België, de pas 18-jarige Jorin Collineth, die bij het tweede elftal van Standard Luik speelde. ,,Talloze Nederlandse scouts zagen hem over het hoofd. Die jongen is één keer bij Roda JC geweest. Ik wist dat ik Collineth nooit meer zou zien als ik hem zonder contract de deur uit zou laten gaan. Hij was ook in beeld bij GBA in Antwerpen. Maar die club was na zeven besprekingen nog niet rond met Collineth. Daaruit blijkt wel hoe slecht de dochteronderneming van Ajax wordt geleid. De kracht van Roda is dat we met een kleine directie van vier man werken, we hebben aan een half woord genoeg. Ik zou natuurlijk ook in Duitsland kunnen scouten, maar daar ligt de prijs tien keer zo hoog als in België. We hebben geluk met die Belgen, hun mentaliteit past goed bij Roda.''

In Afrika heeft Hendriks nog nooit zijn gezicht laten zien. ,,Door hun internationale verplichtingen zijn Afrikaanse spelers niet aantrekkelijk voor Nederlandse clubs'', meent Hendriks. ,,Onze Nigeriaanse aanvaller Lawal heeft dit seizoen zeker tien wedstrijden gemist, omdat hij een groen-wit hart heeft en uitnodigingen voor de nationale ploeg niet kan weigeren. Wegens de dood van zijn moeder hebben we Tchoutang al te lang moeten missen. Nu is hij weer op stap met het elftal van Kameroen. Die jongens spelen het hele jaar door, ze zijn altijd moe. Het is een ramp voor de club. Lawal heeft een geweldige discipline, Maar zo kan het niet langer. Lawal mag vertrekken of hij moet volgend seizoen minder interlands spelen. Voor Tchoutang geldt hetzelfde.''

Maandag was Hendriks nog aanwezig bij een oefenwedstrijd van de reserves van Roda JC. Je weet maar nooit of er nog handel tussenloopt, zal hij hebben gedacht. Morgen mist Hendriks echter voor het eerst sinds twintig jaar een wedstrijd van het eerste elftal en dat is uitgerekend de cruciale confrontatie met RKC. Donderdag is hij vertrokken naar het Griekse eiland Rhodos voor een vakantie met de familie. ,,Ik vind het vreselijk'', zegt Hendriks hoofdschuddend. ,,Diep in mijn hart had ik mijn plaats graag aan een ander willen afstaan. Zelfs het personeel van mijn bedrijf houdt bij het organiseren van feesten rekening met het wedstrijdprogramma van Roda JC. Maar mijn familie was onverbiddelijk. Ik zorg dat ik op Rhodos een open lijn tot mijn beschikking heb. In gedachten ben ik morgen in Waalwijk.''

RKC-trainer Martin Jol hoeft dus niet de hand te schudden van de man die hem bij Roda JC op non-actief stelde. ,,Ik heb in al die jaren één trainer meegemaakt die na zijn vertrek op mijn schouders huilde en dat was Martin Jol'', zegt Hendriks. ,,Ik betreur de rancune bij Jol, hij heeft winnen van Roda JC tot zijn missie verheven. Jol had bij ons niet de meest ideale werkomstandigheden. Van zijn assistent Eddy Achterberg moest hij telkens horen hoe goed zijn voorganger Huub Stevens wel niet was. Jol en Achterberg hadden een enorme hekel aan elkaar. Ik kan me nog herinneren dat Martin hem voor een vriendschappelijke wedstrijd tegen Schalke 04 opzettelijk een verkeerde opstelling gaf. `Want Eddy brieft toch alles door aan zijn vriend Stevens', was zijn argument. Martin had bovendien de pech dat hij meteen succes had. Hij won de beker en wilde meteen het aan- en verkoopbeleid bij Roda bepalen. Maar dat moet je als clubbestuur nooit uit handen geven.''

Een trainer, die de invloed van Hendriks bij Roda JC tracht te beperken, is nu eenmaal tot mislukken gedoemd. ,,Ik ben dominant'', geeft Hendriks ruiterlijk toe. Volgens de naar Racing Genk vertrekkende coach Vergoossen is Roda echter te afhankelijk geworden van het netwerk van Hendriks. ,,Maar zijn afscheid heeft niets te maken met het beleid van Roda JC'', zegt Hendriks. ,,De voornaamste reden is dat Sef niet populair was bij een deel van de supporters, omdat hij Doomernik naar NAC heeft laten vertrekken. Daarom werd hij telkens uitgescholden. Ook op het internet zijn kwalijke teksten over Vergoossen verschenen. Hoewel het slechts om een kleine groep supporters ging, hadden ze wel de overhand.

,,Vergoossen verdiende die scheldkanonnades niet, die man heeft dag en nacht voor de club gewerkt. Misschien was Sef iets te kleurloos. Toch hadden we hem graag als technisch-directeur behouden. Maar Sef wilde nog zo graag op het veld staan. Hij heeft immers twintig jaar moeten wachten voor hij als trainer succes kreeg. Ook Sef stond in dubio of hij wel bij Roda moest blijven door die supporters. We hebben het zo niet naar buiten gebracht, maar het was voor alle partijen beter dat Vergoossen naar Genk vertrok.''

De nieuwe trainer Jan van Dijk heeft in elk geval meer charisma dan de docent Vergoossen, hoewel Hendriks al een kandidaat uit België op het oog had. ,,De voormalige Belgische bondscoach Leekens was aanvankelijk favoriet, al vroeg hij een te hoog salaris. Maar het duurde te lang. Toen hoorde ik dat Jan van Dijk graag naar Roda wilde komen. Binnen tien minuten wist ik dat hij de juiste man voor ons was. Bovendien neemt Jan zijn jongste zoon Gregoor mee. Vader en zoon Van Dijk zijn mensen die het Limburgse publiek graag bij Roda ziet. Zij staan garant voor negentig minuten strijd.''

Nu Roda JC voor 85 miljoen gulden een nieuw stadion heeft laten bouwen en de club financieel op eigen benen kan staan, zal Hendriks volgend jaar na zijn pensionering met een gerust hart een functie in de Raad van Commissarissen accepteren. Maar als scout blijft hij actief, want het handelen zit hem in het bloed. ,,Ik ben gevormd door de oorlog'', zegt Hendriks. ,,Mijn zuster raakte invalide na een bombardement van de geallieerden in 1944, voor een kind zijn dat traumatische beelden. Ik zat zelf helemaal onder de granaatscherven. Mijn vader heeft die tragedie nooit kunnen verwerken. Elke dag moest hij vijf kilometer heen en terug naar het ziekenhuis lopen, omdat er nog geen openbaar vervoer was. Geld hadden we niet, één keer in de week werden mijn twee broers en ik in een grote teil gewassen. In die tijd heb ik de drang ontwikkeld om later financieel onafhankelijk te worden.

,,Ik was al snel de steunpilaar van het gezin. Ik deed alles voor geld. Ik had als kind van vier jaar oud een spraakgebrek, ik kon de k niet uitspreken. Maar voor een dubbeltje perste ik die letter wel over mijn lippen. Ik was in het katholieke Limburg protestants opgevoed. Alleen voor geld was ik op school bereid katholieke gebeden uit te spreken. Ik ging met alles langs de deuren en ik hielp de kapper op zaterdag met het inzepen van de mijnwerkers, die zich lieten scheren. Vlak na de bevrijding speurde ik de vuilnisbelten af naar zilverwerk, dat ik met de geallieerde soldaten kon ruilen voor sigaretten, die we vervolgens op de fiets naar Gelderland smokkelden.''

Zoals veel Limburgse families heeft ook het gezin Hendriks psychisch geleden onder de mijnen. Zolang de bijna vergeten koempels zich verzamelen op de tribunes van Roda JC zal Hendriks in gedachten zijn vader zien staan. ,,Bijna elk kind in Limburg was in die tijd voorbestemd naar de mijnen te gaan'', vertelt hij. ,,Maar het was juist de grote frustratie van mijn vader dat hij daar in de oorlog heen moest. Om aan deportatie naar Duitsland te ontsnappen, besloot mijn vader eind 1941 van Gelderland naar Limburg te verhuizen om in de mijnen te werken. Hij wilde per se niet dat zijn kinderen daar terechtkwamen.

,,Ik heb die man veel pijn gedaan door op mijn veertiende van school te gaan, terwijl ik goed kon leren. Hij heeft het me nooit vergeven. Uit rancune heeft hij nimmer laten blijken dat hij trots op me was. Hoewel mijn vader nog 77 jaar is geworden, is hij aan stoflongen overleden. Toen ik hem in het ziekenhuis aan allerlei slangen zag liggen, wist ik waarom hij zijn kinderen niet naar de mijnen wilde sturen. Toch had ik graag één keer van hem willen horen dat ik iets goeds heb gedaan in mijn leven.''