Koningin Máxima

Constitutioneel deskundige Harry van Wijnen vergist zich (Opiniepagina, 19 mei) als hij meent dat de regering voorstellen zou moeten doen of zelfs zou kunnen doen om Máxima tot koningin te benoemen na de troonsbestijging van haar toekomstige echtgenoot. Ook is het niet juist dat de regering zulke voorstellen in het verleden ooit zou hebben gedaan. De titel koningin komt in ons staatsrecht niet voor, en is dan ook nooit aan iemand toegekend. Hare majesteit koningin Beatrix is evenals haar moeder en grootmoeder staatsrechtelijk koning en niet koningin van Nederland. Dat de echtgenoot van een vrouwelijke koning niet zelf ook koning wordt spreekt vanzelf. Ook prins-gemaal is geen staatsrechtelijke functie. Beide zijn gewoon namen die aan de echtgenoot van de staatsrechtelijke koning worden gegeven. Zij berusten op traditie en niet op een wettelijke basis. De enige wet waarvan zou kunnen worden gezegd dat hij nodig is om iemand koningin of prins-gemaal te maken, is de Goedkeuringswet. Deze maakt voor de kroonprins het huwelijk mogelijk met behoud van zijn rechten op de kroon. Als men wil is ook de daaraan voorafgaande Naturalisatiewet van zijn toekomstige buitenlandse echtgenote nog een vereiste.

Het is voorts een vergissing te menen dat de naam koningin hoger dient te worden aangeslagen dan prins-gemaal. Er is hier sprake van een `non problem', dat de moeite van het discussiëren eigenlijk niet waard zou zijn als het niet een rol speelde in de geëmotioneerde discussies rondom koningschap en republiek en rondom de Argentijnse achtergrond van de verloofde van de kroonprins. In elk geval zouden in deze discussie verzonnen staatsrechtelijke argumenten buiten beschouwing moeten blijven.