IJSGEBREK LEIDDE TOT UITEENVALLEN VAN KOMEET LINEAR

De komeet die in juli vorig jaar in versneld tempo uiteenviel en verdween, ging waarschijnlijk mede te gronde aan een tekort aan zijn belangrijkste `bindmiddel': ijs. Dat is een van de conclusies van een groep onderzoekers uit de Verenigde Staten, Frankrijk en andere Europese landen die deze komeet, 1999 S4 LINEAR geheten, met telescopen op aarde en in de ruimte heeft waargenomen.

Het uiteenvallen van een komeet is al vele malen eerder waargenomen, maar het volledig verdwijnen is een veel zeldzamer verschijnsel. In Science van vorige week doen de onderzoekers verslag van hun waarnemingen op golflengten tussen het radio- en het röntgengebied.

De komeet was op 27 september 1999 ontdekt en zou op 26 juli 2000 zijn kortste afstand – 115 miljoen kilometer – tot de zon bereiken. In juni begon de helderheid van de komeet echter pieken te vertonen die er op wezen dat er af en toe wat van deze bal van ijs, gruis en stof uit de ontstaansperiode van het zonnestelsel afbrak. De gemeten hoeveelheid waterdamp in de omringende gaswolk (coma) wees erop dat de komeet iedere dag een meer dan drie meter dikke laag van zijn oppervlak verloor. Dit betekende dat er niet alleen door verdamping (sublimatie) komeetmateriaal in de ruimte verdween, maar ook en vooral door het afbrokkelen van oppervlaktemateriaal.

Op 19 of 20 juli begon dit proces in exponentieel tempo toe te nemen en op 23 juli was de kern geheel gefragmenteerd. Op 5 en 6 augustus waren er 16 fragmenten van 50 tot 100 meter diameter te zien, die elk een eigen coma en staartje hadden. Het uiteenvallen in zoveel fragmenten van juist deze afmetingen zou er op kunnen wijzen dat de komeetkern 4,6 miljard jaar geleden – langs de omgekeerde weg – was ontstaan door het samenklonteren van vooral brokken oermaterie van 50 tot 100 meter diameter. Het grootste deel van de komeetkern viel echter uiteen in veel kleinere, en dus vanaf de aarde niet waarneembare fragmenten en heel veel stof. De diameter van de oorspronkelijke kern zou zo'n 900 meter hebben bedragen.

Opmerkelijk is dat de kern voor een veel groter deel uit stof bestond dan uit ijs. Dit tekort aan `bindmiddel' zou een belangrijke factor in het desintegratieproces kunnen zijn geweest. Een andere factor was waarschijnlijk het feit dat de rotatie-as van de komeetkern naar de zon wees, waardoor het ene halfrond veel sterker werd verwarmd dan het andere. Dit leidde tot grote spanningen, scheurvorming en het afbreken van brokstukken. Zo werd in snel tempo `vers' ijs aan het zonlicht blootgesteld, waardoor er nòg meer stukken konden afbreken, nog meer ijs ging verdampen, enzovoorts. Escalatie van dit proces leidde toen al snel tot de volledige desintegratie van de komeet.