HET PUBLIEK

Het publiek bij windsurfwedstrijden is goed ingevoerd in het `plankzeilen', een combinatie van surfen en zeilen. Voor een leek is de wedstrijd nauwelijks te volgen, mede door de vele vaktermen. Stuurboord en bakboord zijn wat bekendere begrippen, maar vaktaal als `gijpen', `skeg' of `giek' zegt de argeloze toeschouwer aan de waterkant niets. Wereldwijd doen meer dan 15 miljoen mensen aan deze watersport, die mede door de successen van de Amerikaanse legende Robbie Naish in de jaren tachtig aan populariteit won. Windsurfen beleefde in 1984 zijn debuut als olympische sport bij de mannen, acht jaar later bij de vrouwen. In Nederland is het een klein wereldje. Dat geldt ook voor het publiek, dat ruwweg in twee groepen uiteenvalt: familieleden en surffanaten. In spanning kijken ze naar de kunsten en manoeuvres van de surfers op het wateroppervlak. Een geslaagde speed loop wordt met luid gejuich onthaald. Een mislukte poging om overstag te gaan kan rekenen op een misprijzende opmerking of een zucht van teleurstelling. Langs de waterkant staat een klein groepje toeschouwers, vaak met gebruind en verweerd gelaat, gehuld in windjack en gewapend met verrekijker. De rest van het publiek gaat zelf met bootjes het water op om het wedstrijdveld van nabij te bekijken. Ondertussen houdt de wedstrijdleiding scherp in de gaten of de `supportersboten' de boeien die het strijdperk markeren, niet te dicht naderen.

Dit is aflevering 32 in een serie over publiek.