Gravel is aan nationale tennistop niet besteed

Op de gravelbanen van Roland Garros begint maandag het tweede grandslamtoernooi van het jaar. De Nederlanders behoren in Parijs niet tot de gravelspecialisten.

Nederlanders leren tennissen op gravel. Vrijwel ieder tennispark ligt er vol mee. Honderdduizenden liefhebbers spelen er wekelijks op. Maar voor de nationale top is gravel de minst geliefde ondergrond. De Nederlanders zullen de komende twee weken op Roland Garros naar alle waarschijnlijkheid dan ook niet meer dan een marginale rol vervullen naast de echte specialisten uit Spanje en Zuid-Amerika.

Het belangrijkste Franse tennistoernooi kent sinds 1891 slechts één Nederlandse winnaar in het enkelspel. Kea Bouman won in 1927 de enige Nederlandse grandslamtitel op gravel op de banen van het toenmalige Stade Français in St. Cloud. Bouman versloeg met haar baselinespel de Zuid-Afrikaanse Gwen Peacock in twee sets. Een jaar later verhuisde het evenement naar het Bois de Boulogne en kreeg het de naam Roland Garros – genoemd naar een in 1918 omgekomen piloot die als rugbytalent een illuster lid van Stade Français was geweest.

Na Bouman is er nooit meer een Nederlander geweest die zelfs ook maar als één van de grote favorieten aan het graveltoernooi in Parijs begon. Verder dan de halve finales van Tom Okker (in 1969) en Richard Krajicek (1993) gaan de Nederlandse successen op Roland Garros in het enkelspel niet. Nederlanders zijn in tegenstelling tot Zuid-Europeanen geen gravelbijters. Mede ingegeven door het klimaat spelen ze liever op het snellere hardcourt, tapijt of gras.

Piet van Eijsden (64), toernooi-directeur van de Dutch Open die jaarlijks op gravel in Amsterdam wordt gespeeld, moet tot zijn grote spijt vaststellen dat Nederland geen echte gravelspecialisten heeft. ,,Graveltennis is het mooiste wat er is'', zegt Van Eijsden. Zelf debuteerde hij op zijn 16de op Roland Garros. ,,Het tennis wordt vanuit het achterveld gespeeld. Prachtig die rally's, die gevechten. Maar de Nederlanders spelen een ander spelletje. Snel en agressief. Dat werkt niet op gravel. Kijk maar naar Krajicek. Die slaat op gravel nog geen deuk in een pakje boter. Hij kan die bal niet dertig keer achter elkaar heen en weer krijgen.''

Davis-Cupcaptain Tjerk Bogtstra is op Roland Garros aandachtig toeschouwer in het land waartegen Nederland het in september moet opnemen in de halve finale van de Davis Cup. Dat zal niet op gravel zijn, maar op een snel supreme court in een overdekt Ahoy'. ,,Fransen kunnen overal op terecht. Maar de Spanjaarden en Zuid-Amerikanen hebben zich echt gespecialiseerd op gravel'', zegt Bogtstra. ,,Ze hebben een klimaat waardoor ze er het hele jaar op kunnen spelen. De instelling en fysieke gesteldheid is verder heel belangrijk. Je moet er klaar voor zijn om lange rally's te spelen. Onze spelers zijn meer allround. Ze kunnen op iedere ondergrond wel terecht. Gravel is voor specialisten. Mark Koevermans was onze laatste echte gravelspeler.''

Koevermans, die inmiddels al weer jaren met tennis is gestopt, won ooit graveltoernooien in Athene en Oporto. Maar bekend werd hij pas echt na het Davis-Cupduel Spanje-Nederland in 1993. De nationale ploeg won uiteindelijk met 3-2 nadat Koevermans in een bloedstollend gevecht de Spaanse gravelspecialist en tweevoudig Roland Garros-winnaar Sergi Bruguera op het gravel van Barcelona had verslagen.

,,Als ik mijn carrière over mocht doen, zou ik me nog meer op het gravelspel specialiseren'', zegt Koevermans nu. ,,Mijn manier van spelen kwam op gravel goed tot zijn recht. Ik had een heel extreme greep waardoor ik veel topspin kon geven. Het nadeel van de Nederlanders is, dat ze altijd allround willen zijn. Bij elke ondergrond moeten ze de techniek weer aanpassen. Dan ben je altijd minder dan de specialisten die zich maanden voorbereiden op gravel.''

Jan Siemerink, een liefhebber van zeer snelle banen, treft op Roland Garros in de eerste ronde de Argentijnse gravelkoning Franco Squillari. Het enige wat de Nederlander tegen de halve finalist van vorig jaar kan doen, is zijn eigen servevolley spel spelen. Een speelwijze die een tennisleraar op een gravelbaan zijn pupil nooit zal aanleren.