God, Nederland & Oranje

God, Nederland en de franje' heet een boekje uit 1967 van Henri Faas, onder de naam Wandelganger toen parlementair redacteur van de Volkskrant. Het was een jaar na het huwelijk van Beatrix en Claus. `We weten hoe het vroeger was', schreef Faas. `Je had een koning (-) Hij zat op een troon van donkerrood pluche moeilijk te manoeuvreren met een scepter, een stuk druipend vlees en een bak bier (-) Naast hem troonde de koningin, meestal een nicht vol puisten, die getrouwd moest worden om haar stuk land er ook bij te kunnen krijgen. Op Haar Edele Hoofd stond een lange tuut met tule fladders en zij keek chagrijning.'

Nu de Toestemmingwet voor het huwelijk tussen Willem-Alexander en Máxima is ingediend kunnen we ons afvragen hoe het er tegenwoordig voorstaat met de trits God, Nederland en Oranje? Het is vandaag de dag moeilijk deze ideologische drievuldigheid van christelijk opperwezen, nationale staat en vorstelijke dynastie anders dan in een ironische setting te zien.

Eerst Oranje. Oranje heeft bijgeleerd. Máxima is in ieder geval geen chagrijnige nicht vol puisten. De moderne monarchie symboliseert met haar jetset-achtige in flitskapitaal handelende aanwas de globalisering, in contrast met het verstofte, kneuterige en mystieke imago dat het Huis van Oranje zo lang kenmerkte. Ook de autoriteiten die zowel de monarchie als de openbare orde moeten bewaken, hebben bijgeleerd. In 1966 stelde Justitie nog om de haverklap vervolging in wegens majesteitsschennis – iets waarmee men zich nu alleen nog maar belachelijk zou maken. Nu zijn het eerder autonomen en oudstrijders als Roel van Duijn die zich belachelijk maken als zij een reprise overwegen van de actiefilm uit 1966 die allang uit de roulatie is. Knap pr-werk van een dynastie,die de revanche van een vlekkeloos en feestelijk huwelijk in Amsterdam wil beleven: dit keer zullen eventuele actievoerders het archaïsche, achterhaalde, verveelde en humorloze element vormen.

Over de band van de dynastie met God is eigenlijk nauwelijks meer iets te doen. Kinderen uit een huwelijk tussen Willem-Alexander en Máxima zullen Nederlands Hervormd worden opgevoed, maar symbool van een `protestantse natie' kan het bruidspaar onmogelijk worden. Máxima is katholiek. Toen prinses Irene dat bij haar huwelijk werd, was het land nog te klein. Nu is het alleen nog de SGP (een partij die in de woorden van Henri Faas ruikt naar vis en natte pakken), die vasthoudt aan de traditie dat een drager van de kroon protestants moet zijn, zich beroepend op de Tachtigjarige Oorlog. En dat terwijl die oorlog Nederland in een republiek veranderde.

Wat kan anno 2001 dan nog de betekenis kan zijn van de equatie God, Nederland en Oranje? Het lijkt me een zuiver historische kwestie te zijn geworden. Ongetwijfeld maakt de door Willem de Zwijger gevestigde dynastie deel uit van het antwoord op de vraag wat Nederland tot een natie heeft gevormd. Een lastig punt hierbij is alleen dat niemand ooit heeft kunnen duidelijk maken wat een natie eigenlijk is. Weliswaar is deze kwestie dankzij de Europese integratie en de voortschrijding van het internationale recht minder actueel (althans in Nederland) dan ooit, maar niettemin breken velen zich het hoofd over de vraag wat, gegeven de immigratie van mensen uit andere culturen, specifiek Nederlands is. Dat is niet zonder belang, al was het maar om immigranten en hun directe nakomelingen van wie `integratie' wordt gevraagd, duidelijk te maken waarmee men dan wel wordt geacht te integreren.

De Franse filosoof Renan probeerde in zijn beroemde lezing aan de Sorbonne van 1882 tevergeefs de vraag `wat is een natie?' te beantwoorden. Volgens hem zijn noch taal, noch religie, noch etnografische eenheid, geografische samenhang of ras bepalend. Mensen `verzinnen' dat ze tot een natie behoren.

Is een dynastie dan een typisch kenmerk van een natie, vroeg Renan als echte 19de eeuwer. Nee, Zwitserland en de VS hebben zichzelf zonder dynastieke basis opgericht, allerlei vorstendommen daarentegen hebben zich nooit tot natie ontwikkeld. `Nederland, dat – door een daad van heldhaftige besluitvaardigheid – zichzelf heeft geschapen, is niettemin een intiem huwelijk aangegaan met het Huis van Oranje en het zal werkelijk gevaar lopen op de dag dat deze verbintenis wordt ondermijnd.'

Ook die laatste waarschuwing zou je typisch negentiende-eeuws kunnen noemen: de vrees voor maatschappelijke desintegratie wanneer de monarchie zou verdwijnen als bindende factor. Tegelijkertijd is die vrees ook 21ste eeuws: als `de cultuur' geen bindende factor is, zou volgens sommige hedendaagse denkers immers ook maatschappelijke desintegratie dreigen. Hetzelfde is altijd van religie gezegd.

Inmiddels is het begrip cultuur in de multiculturele samenleving tot ijkpunt geworden in plaats van monarchie of religie. De Nederlandse cultuur is een strijdkreet voor het behoud van een geïntegreerde samenleving waarin minimaal enkele basale normen en waarden worden gedeeld. Iemand kijkt naar een tekening of een schilderij en zegt niet `Dit is mooi', hij zegt: `Dit zijn wij.' Met andere woorden: niet de anderen. Zo wordt `de Nederlandse cultuur' tot een variant van het 19de eeuwse God-Nederland-Oranje: een exclusief territoir of een geloofsartikel. Op het gebied van de kunst heeft deze benadering het in de 19de eeuw nooit verder gebracht dan Tollens en nationalistische gezangen van het type `Stoere jongens, ferme knapen.' Ook in deze eeuw zal het hooguit folklore zijn.

Prins Willem-Alexander opende dinsdag in Alkmaar de tentoonstelling `Neerlands trots' over de inpolderingen van de 17de eeuw. Die polders zijn mooi. Ben ik er ook trots op? Nee, de inpoldering van de Tweede Maasvlakte laat me koud en de plannen om het IJsselmeer verder in te dammen staan me tegen. Ben ik trots op Rembrandt? Als het al zo zou zijn, dan met niet meer recht dan de trots van de voetbalfan op Johan Cruyff, het Oranjegevoel van mensen die geen bal kunnen trappen.

God, Nederland en Oranje heeft plaatsgemaakt voor het leertstuk van de Nederlandse cultuur, maar dat is: de Driekusman, het zeegat uit. Het is folklore, geen kunst want die is per definitie grenzenloos.