`GELD IS NIET ALLES'

Het respect voor de vrijheid van onder- wijs neemt af, vindt Bas van der Vlies (SGP). Deel zeven in een serie gesprekken met onderwijs- woordvoerders in de Tweede Kamer.

`De sfeer in het onderwijs is een urgent probleem', zegt ir. Bas van der Vlies (58), onderwijswoordvoerder van de SGP-Tweede-Kamerfractie sinds 1981 – langer dus dan wie ook in de Kamer. Maar als altijd heeft de voormalige leraar natuur- en wiskunde en conrector onmiddellijk óók een matigend woord klaar: ``Ik wil overigens niet alleen de klaagzang benadrukken. Want er zijn veel mensen die een grote vreugde ontlenen aan hun taak in het onderwijs, dat moeten we niet vergeten. Dat is óók de werkelijkheid.'' Juist om die vreugde is Van der Vlies ook blij met de plannen voor meer functiedifferentiatie op scholen. ``Het leraarschap wordt nu nog te vaak als een fuik ervaren. Er is geen uitzicht op wat anders. Met meer functievariatie kan het vak aantrekkelijker worden.''

In Kamerdebatten onderscheidt zich de kleine orthodox-protestante SGP-fractie door een constructieve opstelling ten opzichte van de regering en door grote aandacht voor het bijzonder onderwijs. Ook bepleit de SGP altijd de waarde van Gods woord. Zo merkte Van der Vlies tijdens de laatste begrotingsbehandeling op dat de nadruk op `variëteit' in het beleid van minister Hermans niet mag leiden tot `relativisme'. Het zou juist een goede zaak zijn als `elke leerling in ons land een bijbels genormeerde visie op het wereldgebeuren en het menselijk leven te verwerken zou krijgen', aldus Van der Vlies, die ook fractievoorzittter en politiek leider van zijn partij is. ``Juist de jeugd in het voortgezet onderwijs heeft behoefte aan helderheid en duidelijkheid. `Zeg ons waar je staat', vragen ze van de leraren. Ze willen niet altijd horen `dit zou kunnen en dat zou kunnen. Is er wel een waarheid?'''

Wat heeft Paars het onderwijs opgeleverd?

Van der Vlies: ``Na een lange tijd van krapte is er nu ruimte voor investeringen. En dat is hard nodig. Maar of dat een verdienste van Paars is? Het kabinet heeft het economisch tij mee. In 1994 is Paars begonnen met bezuinigen. Toen was schraalhans keukenmeester. Nu is het tij gekeerd. De nieuwe investeringen in klassenverkleining, ICT, onderhoud en leermiddelen zijn een goede zaak. Ook wij hebben gepleit voor meer geld.

``Maar geld is niet alles. Een voorwaarde voor een goed pedagogisch didactisch klimaat is ook rust. En dan gaat het niet om de rust van leegheid, maar om de mogelijkheid zaken nog eens te overdenken en te herhalen. Er gebeurt wel èrg veel tegelijk in het onderwijs, er is onrust. Inderdaad, wij hebben ook voor de basisvorming en de Tweede Fase gestemd, dat is zo. Maar dat was op dat moment ook niet meer te stoppen.

``Wij zijn ook tegen verruiming van de mogelijkheden voor ouders om mee te betalen aan de scholen. Het probleem is dat dan de ene school beter onderwijs kan gaan bieden dan de andere. Dat is voor die rijkere school natuurlijk geen probleem, maar wel voor die andere die gespeend blijft van dat extra geld. Zelfs als het alleen nog maar gaat om betere gebouwen, sportvelden en computers, dan nog leidt dat tot verschillen in het onderwijs. Op de `rijkere' scholen loopt alles gesmeerder. Dat vinden wij ongewenst tegenover de `armere' scholen. Wij zijn voor 100 procent bekostiging door de overheid en goed onderwijs voor iedereen.''

Wat vindt u van de autonomiever- groting van scholen, die het centrale thema lijkt van het beleid van minister Hermans?

``Een prima punt. Ontbureaucratisering, wie kan er tegen zijn? En natuurlijk is het logisch dat de overheid ook over de schouders van de scholen mee wil blijven kijken of het geld wel goed besteed wordt. Maar dat moet dan wel bij een marginale toetsing blijven. Anders geeft de minister met de ene hand vrijheid die hij met de andere hand weer terugneemt. De sturing via wetgeving mag dan afnemen, maar sturing via andere beleidsinstrumenten zoals de inspectie lijkt alleen maar toe te nemen. Wat is dan de toename in autonomie? Daar moet een betere balans in worden gevonden, waarbij wij voorschriften die de identiteit van een school raken scherp afwijzen. Die identiteit moet natuurlijk wel meer zijn dan een bordje op de deur.''

Waarom zou het ministerie eigenlijk nog betalen als die identiteit niet veel meer voorstelt?

``Die gedachte zou ik toch willen afhouden. Wel mag de inspectie vrágen aan bijzondere scholen wat het onderscheid is met een openbare school. Komt die wel tot uiting in het schoolwerkplan? Maar verder kan de overheid daarin niet gaan. Ze mag geen oordeel uitspreken over de intensiteit en de waarde van de identiteit. Dat is een zaak van het schoolbestuur. En zolang er genoeg ouders zijn die voor zo'n school kiezen, blijft ze bestaan. Want richting en inrichting van het onderwijs zijn vrij volgens artikel 23 van de grondwet. Alleen als het onderwijs niet deugdelijk is, mag de overheid ingrijpen.''

Waar ligt de grens tussen de eis van deugdelijk onderwijs en de vrijheid van richting?

``Het vak godsdienst is natuurlijk vrij. En bijvoorbeeld in de biologieles kan de overheid eisen dat de evolutieleer wordt toegelicht. Maar een school moet wèl vrij zijn daarover ook een ethisch oordeel uit te spreken in de les. Die evolutieleer hoeft niet te worden afgeplakt op bijbels georiënteerde scholen. Als je ergens moeite mee hebt, moet je er juist scherp over kunnen zijn, vind ik.''

Dan vindt u het dus wel een goede zaak dat de evolutieleer nu een verplicht eindexamenonderwerp is.

``Nou, dat is toch wel op het randje hoor. Maar in de praktijk moet die leerstof aangereikt worden, dat is op zichzelf nog geen probleem. Het gaat om de vrijheid hoe je die stof behandelt. Er is nu op scholen weer een ander probleem, met de verplichte culturele en kunstzinnige vorming. Want niet alle cultuuruitingen en -activiteiten kunnen de toets aan de bijbelse normen doorstaan. Ja, je kunt dan denken aan naakte beelden en aan sommige podiumkunsten waarin bijvoorbeeld het menselijk lichaam wordt geadoreerd, zoals ballet. We moeten daar natuurlijk niet al te kleinzielig over doen, maar het is wel een probleem. Wij willen dat scholen zelf mogen bepalen waaraan ze aandacht geven en waaraan niet. Het moet dus niet in een centraal examen worden vastgelegd, vinden wij.''

Is er na zeseneenhalf jaar Paars niet steeds minder aandacht en gevoelig- heid voor deze kwesties?

``Ja. Toen ik in de Kamer kwam, in `81, had een verwijzing naar de vrijheid van onderwijs nog gezag. `Natuurlijk, daar moeten we rekening mee houden', was de reactie. Die discipline is nu minder. Er is minder respect voor het subtiele evenwicht dat in de loop der tijden tot stand is gekomen.''

Wat is het ergst?

``Er zijn twee belangrijke instrumenten waarmee een schoolbestuur de identiteit kan handhaven: het benoemingsbeleid en het toelatingsbeleid. In het benoemingsbeleid valt de schade wel mee. Maar er is nu wel grote druk om het toelatingsbeleid open te breken, vooral vanuit D66. Ik snap de overwegingen wel, om allochtonen beter te spreiden over de scholen, en ik vind ook dat christelijke scholen zo mogelijk daaraan hun bijdrage moeten leveren. Maar dit gaat te ver: een bijzondere school moet nu eenmaal aan de ouders onderschrijving van de grondslag mogen blijven eisen. Alleen respect is niet voldoende.''

    • Hendrik Spiering