Gebrek aan bestuurlijk talent

Het opstappen van twee GroenLinks-wethouders in Amsterdam is een streep door de rekening van diegenen die dromen van een Haagse coalitie tussen GroenLinks en PvdA.

,,De kracht van GroenLinks ligt in een zekere frisheid, stijl en ideeën, niet in zijn bestuurskracht'', zegt het PvdA-Kamerlid Jet Bussemaker, nochtans een verklaard voorstander van een mogelijke, linkse regeringscoalitie tussen PvdA en GroenLinks. Het conflict in het Amsterdamse college van B en W deze week, waarbij twee GroenLinks-wethouders opstapten omdat zij te weinig steun voelden van de lokale PvdA, betreurt Bussemaker. Het is een lokale zaak, natuurlijk, maar het geeft te denken.

Bussemaker is de enige niet in politiek Den Haag die denkt dat het Amsterdamse conflict weliswaar een lokale zaak is, maar wel een die aantoont dat het binnenhalen van GroenLinks in het landsbestuur wellicht in strategische of ideologische zin aantrekkelijk is, maar in de bestuurlijke sfeer onverwacht gecompliceerd kan zijn.

Zeker, GroenLinks lijkt bij de volgende Kamerverkiezingen weer als kool te gaan groeien. Er is alom waardering voor de manier waarop de Kamerfractie van GroenLinks opereert. En in de partijgelederen van het in 1990 uit een fusie van CPN, PSP, PPR en EVP ontstane GroenLinks neemt de neiging tot onpraktische beginselpolitiek zienderogen af en groeit de bestuurlijke ervaring. Sinds de laatste gemeenteraadsverkiezingen zijn 41 GroenLinksers wethouder geworden.

Maar er zijn ook momenten waarop in GroenLinks de oude reflexen weer de kop opsteken, waarmee een verantwoordelijke bestuurderspartij als de PvdA beoogt te zijn weinig kan aanvangen. ,,Ik herken in de verwoording van het Amsterdamse conflict wel iets van mijn eigen kritiek toen ik nog lid was van GroenLinks'', zegt Bussemaker, die zelf na 1994 GroenLinks verruilde voor de PvdA.

Anderen in Den Haag gaan achter de hand nog veel verder: die Köhler, die aftrad om zijn te weinig daadkrachtige beleid bij de Amsterdamse sociale dienst en eerder blunderde bij zowel de noord-zuidlijn als de taxioorlog, is een voorbeeld van schrijnende incompetentie en kon alleen maar zolang aanblijven omdat de Amsterdamse PvdA hem tot deze week de hand oven het hoofd hield.

,,Ik weet een goed middel om D66 er in de volgende kabinetsperiode weer bovenop te helpen'', zegt een Amsterdamse D66'er, in de wetenschap dat in de peilingen D66 veel stemmers verliest aan GroenLinks. ,,Een tijdje GroenLinks in de regering en dan kan iedereen zien wat figuren als Köhler in het bestuur weten aan te richten en dat ze zich alleen maar kunnen handhaven omdat de PvdA ze bescherming biedt.''

Van het gebrek aan bestuurlijke ervaring maakt GroenLinks zelf niet bepaald een geheim. Paul Rosenmöller gaf vorig jaar volmondig toe dat er geen geschikte GroenLinkser gereed stond om in Nijmegen de eerste GroenLinkse burgemeester te worden, toen dat mogelijk was. Dat werd toen de Amsterdamse PvdA-wethouder Ter Horst.

,,Maar dat wil helemaal niet zeggen dat er binnen GroenLinks geen bestuurlijk talent aanwezig is'', zegt partijvoorzitter Mirjam de Rijk. ,,Het is eerder zo dat er voor het burgemeesterschap weinig animo bestaat in onze partij. Velen hebben ook bezwaar tegen een ambt waarin je door de kroon benoemd wordt en niet verkozen. GroenLinksers kiezen liever voor een functie waarin je iets kunt veranderen in de samenleving, als wethouder. Of als minister straks, waarom niet.'' En dat het niet tot elke politieke prijs hoeft, ziet De Rijk in het Amsterdamse geval gedemonstreerd.

Rosenmöller, politiek leider van GroenLinks, schaart zich eveneens inhoudelijk aan de kant van de opgestapte Amsterdamse partijgenoten. Ook GroenLinks in de Kamer, zegt hij, heeft bezwaren tegen een overheveling van arbeidsbemiddeling van de sociale dienst naar marktpartijen, in de mate die de Amsterdamse PvdA voorstond.

Verder reageert Rosenmöller zeer behoedzaam: ,,Het is een lokale zaak. Als GroenLinks ooit aan een regeringscoalitie zou meedoen, dan hangt dat natuurlijk af van de vraag in hoeverre de PvdA bepaalt dat GroenLinks een partij van betekenis is. En in hoeverre ze dat doen, hangt toch in de eerste plaats af van onze eigen stembusuitslag.''