Exclusief Zeeuws: de schorviltbij

Je hoeft geen gebieden aan te kopen om zeldzame flora en fauna te beschermen, zegt Het Zeeuwse Landschap, dat een Rode Lijst publiceerde met typische Zeeuwse planten en dieren.

Afrika heeft zeldzame neushoorns en olifanten. Azië heeft tijgers die moeten worden beschermd. En Zeeland heeft sinds kort twee diersoorten die nergens anders ter wereld voorkomen dan in de eigen provincie: de schorviltbij en de geveerde witvleugeluil.

Van de schorviltbij komen er volgens de Stichting Het Zeeuwse Landschap in Heinkenszand maar tweehonderd voor, vooral in het Verdronken Land van Saeftinge en, sporadisch, bij Borssele. Veldbioloog Chiel Jacobusse van Het Zeeuwse Landschap vertelt dat de schorviltbij onlangs na 25 jaar afwezigheid weer gezien is op een terrein waar motorcrossen werden gehouden. De andere exclusief Zeeuwse soort is de geveerde witvleugeluil, een motachtige nachtvlinder waarvan er enkele duizenden voorkomen, volgens Jacobusse ,,nooit noordelijker dan Haamstede en nooit zuidelijker dan Cadzand''.

De twee soorten prijken op een deze week verschenen Rode Lijst van 536 zeldzame Zeeuwse planten en dieren, samengesteld door Het Zeeuwse Landschap. Het is voor zover bekend de eerste keer dat er op provinciaal niveau zo'n lijst is samengesteld.

Al langer bestaan Rode Lijsten op Europees en nationaal niveau met zeldzame flora en fauna, op basis waarvan soortbeschermingsprogramma's worden opgesteld en uitgevoerd. Op de Zeeuwse lijst staan alleen planten en dieren waarvan ten minste een kwart van de totale Nederlandse populatie in Zeeland voorkomt, van spinnen, wespen, slakken en pissebedden tot korstmossen en zwammen.

De schorviltbij en de geveerde witvleugeluil zijn het waard om beschermd te worden, zegt Chiel Jacobusse, een enthousiast natuurvorser uit Zeeland. Niet alleen omdat ze toevallig voorkomen in een gebied dat bedreigd wordt door de bouw van een woonwijk, een industrieterrein of een snelweg. ,,Je moet een diersoort niet als oneigenlijk argument gebruiken om een gebied te sparen'', zegt Jacobusse, refererend aan de discussie over korenwolf en zeggekorfslak die louter door aanwezigheid complete bouwcontracten waardeloos kunnen maken. ,,De dieren hebben een intrinsieke waarde.''

Jacobusse zet kanttekeningen bij het adagium van natuurbeschermers dat soortenbeleid op z'n best onlosmakelijk verbonden is met gebiedsbescherming. ,,Je hoeft niet altijd een gebied aan te kopen om een soort te beschermen''. Nestkasten voor bijen neerzetten is al heel nuttig. Bermen zorgvuldig wieden zonder zeldzame onkruiden uit te roeien. En gewoon kijken in de natuur. Weten waar zich ergens iets bevindt. Jacobusse heeft onlangs in zijn eigen tuin een kerkzesoog ontdekt, de segestria florentina, een uiterst zeldzame spin. ,,Het bijzondere aan deze spin is dat hij niet twee maar drie paar poten naar voren heeft gericht, en niet twee maar slechts één paar poten naar achteren.''