Euthanasiewet

In NRC Handelsblad van 18 mei stelt de Duitse ambassadeur von Puttkamer in het kader van de nieuwe Nederlandse euthanasiewet dat Duitsers moeilijk met gedogen uit de voeten kunnen. Deze opmerking is typerend voor de misverstanden die er over het Nederlandse beleid inzake euthanasie bestaan. De `Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding' is nu juist bedoeld om een wettelijk kader te scheppen waarbinnen euthanasie verantwoord toegepast kan worden. Van `gedogen' is daarmee geen sprake meer.

Von Puttkamer refereert in dit kader ook aan het Duitse verleden, daarmee kennelijk doelend op de etnische genocide op joden, zigeuners en de systematische moord op gehandicapten en homoseksuelen die door de nazi's als `euthanasie' werden aangeduid. De Nederlandse wet heeft met deze gruwelen echter niets te maken. En het valt in de verste verten niet aannemelijk te maken dat ons euthanasiebeleid zal leiden tot voornoemde oorlogsmisdaden.

De opmerkingen van de Duitse ambassadeur geven echter wèl aan dat Nederland de nieuwe euthanasiewet inhoudelijk gezien op een betere wijze in het buitenland moet gaan presenteren. Met name in landen als Duitsland en Israël, waar de echo van de holocaust nog steeds weerklinkt en een zinvolle discussie bemoeilijkt.

Toch zullen buitenlandse tegenstanders van euthanasie met gedegen argumentatie van repliek gediend moeten worden, al zijn zij niet zelden gespeend van a-historische retoriek. Het recht op een waardig levenseinde komt tenslotte toe aan ieder individu, niet alleen in Nederland, maar overal ter wereld.