`Erkennen van corruptie was lang taboe'

Corruptie heeft volgens minister Herfkens (Ontwikkelingssamenwerking) vaak een verwoestend effect op ontwikkelingslanden. ,,Transparantie is het sleutelwoord.''

De Nederlandse minister van Ontwikkelingssamenwerking Eveline Herfkens koestert weinig illusies. ,,Corrupt zijn we allemaal'', zegt ze stellig. Het wil er bij haar niet in dat factoren als religie of cultuur hierbij een matigende invloed zouden hebben. ,,Ik geloof dat ieder mens wat dit betreft dezelfde neigingen heeft.''

De minister is zelf ook niet brandschoon, erkent ze. Toen ze als meisje tegen haar zin naar de tennisbaan werd gestuurd, zocht ze haar toevlucht in de bar. ,,Als mijn broer dat zag, kocht ik hem om om het mijn ouders niet te vertellen.''

Maandag begint in Den Haag een grote conferentie over corruptiebestrijding. Minister van Justitie Korthals is gastheer, maar Herfkens' ministerie draagt bij in de kosten van de vierdaagse conferentie. Ze doet dat omdat corruptie juist in ontwikkelingslanden zo'n ernstig probleem is. Er zal overigens ook ingaan op corruptie in ontwikkelde landen.

Volgens Herfkens rustte er tot voor kort bij Nederlandse ontwikkelingshulp ten onrechte een taboe op het onderwerp corruptie. ,,Men was huiverig om in het openbaar te etaleren wanneer er vergissingen werden gemaakt'', aldus de minister. Terwijl corruptie volgens haar een verwoestend effect heeft op veel ontwikkelingslanden. Wanneer er bij voorbeeld gebrek is aan behoorlijk bestuur geen onafhankelijke rechtspraak bestaat en contracten niet kunnen worden afgedwongen, raakt de private sector en daarmee de hele economie vroeg of laat ernstig ontwricht. Het gebruik van steekpenningen kan volgens de minister bovendien ,,ontwikkelingsprioriteiten van een land ernstig verstoren''. Het kan ertoe leiden dat er wegen of bruggen worden aangelegd of kostbare ziekenhuisapparatuur wordt aangeschaft, terwijl een land daaraan eigenlijk geen behoefte heeft.

Voor kleinschalige corruptie kan Herfkens intussen wel enig begrip opbrengen. ,,In veel arme landen waar salarissen niet toereikend zijn om je kinderen goed naar school te laten gaan of je zieke vrouw in het ziekenhuis te laten behandelen, wordt die afweging anders. Dat is heel iets anders dan wanneer je het geld gebruikt om een derde auto aan te schaffen.''

Met een notoir corrupt land als Kenia heeft de minister echter in 1999 de intensieve ontwikkelingssamenwerking stopgezet. Maar het is geen geheim dat ook in de 21 landen waarmee Nederland wél een intensieve hulprelatie onderhoudt, corruptie bestaat, zij het doorgaans op minder stuitende wijze dan in Kenia.

Een tovermiddel tegen corruptie is volgens Herfkens transparantie, in het bijzonder van begrotingen en andere financiële documenten. Ook voor de 21 landen is transparantie het sleutelwoord. Herfkens: ,,Voor mij is cruciaal dat we een goed inzicht hebben in hoe die landen hun geld uitgeven. De boeken moeten open.''

Dat is soms makkelijker gezegd dan gedaan. Landen als Ethiopië en Eritrea voelden daar aanvankelijk niets voor. Wegens hun onderlinge oorlog was de hulp aan die landen trouwens tot voor kort opgeschort. De omvang van de hulp bepaalt overigens hoe strikt Nederland kan controleren, erkent de minister. ,,Je zou wel heel hoog van de toren blazen als je tegen een land als India, waar de Nederlandse hulp maar zo'n klein deel van het inkomen beslaat, zegt: met de billen bloot.''

Ook op kleinere schaal kan financiële transparantie uitkomst bieden, zo merkte de minister op reis in een dorpje in Oeganda. ,,Er was daar in het gemeentehuis, een hutje als alle andere, een groot wit vel aan de muur geprikt. Daarop stond keurig hoeveel er was binnengekomen uit onroerend goed-belasting en de verhuur van plekken op de markt en iedereen kon zien hoeveel geld ging naar het salaris van de onderwijzer en hoeveel naar het opknappen van de markt.''

Herfkens is ervan doordrongen dat bestrijding van corruptie ook voor de Nederlandse hulp van het grootste belang is. Daarom heeft Nederland sinds begin vorig jaar ruim 110 miljoen gulden in projecten tegen de corruptie gestoken, zowel in ontwikkelingslanden als in een organisatie als Transparency International, dat de corruptie wereldwijd in kaart probeert te brengen.

Toch gelooft de minister niet dat Nederland zelf veel aan het probleem kan doen. ,,Dat zou een enorme overschatting zijn van wat hulp kan uitrichten. Die landen moeten zichzelf in de eerste plaats ontwikkelen, zíj moeten het beleid voeren. Wij kunnen alleen maar een duwtje geven en hen, als het de goede kant op gaat, wat genereuzer financieren.''

Grote doorbraken, laat staan een internationaal verdrag tegen corruptie van de Verenigde Naties, verwacht de minister niet van de Haagse conferentie. Daar is het te vroeg voor. ,,Het is al mooi als de deelnemers beseffen dat het op termijn erg duur voor hun land is, als ze de corruptie niet aanpakken.''