Drassig

In het Westen des lands had ik nog één NS-wandeltocht op mijn verlanglijstje staan: van Barendrecht naar Rhoon, door de grienden van de Oude Maas. Waar het getij nog werkt op de rivier. Waar blauwborst en spotvogel zouden zingen.

`Op sommige plaatsen', waarschuwde het dagtochtenboekje, `zijn de paden vanwege de drassigheid met planken beloopbaar gemaakt. Stevige wandelschoenen zijn aan te bevelen.'

Dus reisde ik op een verloren vrijdag via Rotterdam-CS naar Barendrecht. Ik geloof dat ze daar een bibliotheek hebben, dat ik daar een keer op een literaire avond ben geweest. Verder is Barendrecht mij vreemd.

Het plaatselijke stationsgebouw maakte een verkrotte indruk, maar het bleek wel degelijk geopend te zijn. Toen ik mij aan het loket vervoegde, maakte een vrouw zich los uit de lectuur van wat misschien wel een goed boek was. `Mag ik een wandelroute van u?'

`Die is er niet meer,' zei die vrouw.

`Die is er niet meer?' herhaalde ik verbluft.

`Die is opgeheven. Die staat ook niet meer in het boekje.'

`Sinds wanneer niet?'

`Sinds 1 april niet.'

`Jee', zei ik. Het begon ernaar uit te zien dat ik voor niets via Rotterdam-CS naar Barendrecht was gereisd. `Hebt u niet nog een paar exemplaren liggen?'

`Mijn collega', antwoordde die vrouw prompt, `heeft ze allemaal vrolijk weggegooid.'

Wat deze reactie vooral zo treffend maakte was het woordje vrolijk. Zo klonk het alsof ze me daar al verwacht hadden. Nee, die waren niet op hun achterhoofd gevallen, die hadden hun maatregelen getroffen, die zorgden er wel voor dat ze iemand niet nodeloos van dienst hoefden te zijn.

`Jee', hernam ik machteloos, `wat moet ik nu?'

`Ja', zei die vrouw, en er was natuurlijk ook niets wat haar verplichtte te zeggen dat er binnen drie minuten een trein terugging naar Rotterdam. Toen ik dat eenmaal zelf had uitgevogeld en een kaartje had aangeschaft, was hij net vertrokken. Nou ja, een verloren vrijdag was het dus toch al.

Lokethumor. Dit genre is niet van vandaag of gisteren, en ik voorspel het nog een grote toekomst.