Democratie

In zijn artikel `Eigenbelang is de vijand van de vrijheid' (NRC Handelsblad, 5 mei) wijst F. Korthals Altes terecht op het belang van burgerzin en vrijwillige naleving van democratisch tot stand gekomen regels voor het behoud en de groei van een vrije en pluriforme samenleving. Als steuntje in de rug acht hij een consequente handhaving van die regels door middel van sancties noodzakelijk. Als tegenover de overheid echter de burger staat als calculerende vrijbuiter, gaat volgens Korthals Altes het evenwicht in de samenleving verloren.

Helaas vertoont het betoog van Korthals Altes zelf ook een gebrek aan evenwicht. Hoewel hij vele alinea's wijdt aan de kenmerken van goed burgerschap, gaat hij nagenoeg geheel voorbij aan de kenmerken van goed bestuurderschap, die net zo belangrijk zijn voor een pluriforme samenleving.

Juist onder bestuurders is calculerend vrijbuitergedrag tegenwoordig de norm. Daadkracht wordt verward met het negeren van legitieme belangen van burgers; overtuigingskracht met een vlotte babbel en gelikte pr; dialoog met het ritueel organiseren en bijwonen van inspraakbijeenkomsten; en respect met het formeel correct afwerken van bezwaarprocedures.

Bovendien kunnen bestuurders in de praktijk meestal niet aangesproken worden op dit gedrag, laat staan dat er aan hen sancties kunnen worden opgelegd. De toetsbare beginselen van behoorlijk bestuur zijn, als het erop aankomt, veelal een wassen neus, vanwege de terughoudende interpretatie van bestuursrechters die zo bang zijn op de stoel van bestuurders te gaan zitten, dat ze van de weeromstuit maar bij hen op schoot gaan zitten. In de praktijk kunnen rechters zich vrij gemakkelijk onttrekken aan toetsing van een besluit aan de beginselen van behoorlijk bestuur, en doen dat vaak ook. Als bestuurders en rechters zo met burgers omgaan, hoe kan dan worden verwacht dat diezelfde burgers respect hebben voor bestuurders en beleven dat de door die bestuurders geformuleerde regels democratisch gelegitimeerd zijn?

Door de hand niet in eigen bestuurders-boezem te steken, vervalt Korthals Altes zelf in het gedrag dat hij burgers verwijt: namelijk alleen denken vanuit het eigen deelbelang of dat van de eigen, beperkte groep. Bestuurders die een bijdrage willen leveren aan het herstel van burgerzin, kunnen dat alleen realiseren door vertrouwen bij burgers te wekken in hun oprechtheid. Dit vergt van die bestuurders een consequent, niet-opportunistisch respect voor andere dan de eigen belangen. Niet preken, maar zelf het goede voorbeeld geven.