De weg omlaag

Dit jaar doen minder leerlingen eindexamen havo dan in voorgaande jaren. Zou dat iets te maken kunnen hebben met de invoering van het studiehuis? Daarover wordt veel gespeculeerd en links en rechts hoor je schoolleiders verklaren dat het zowel voor leraren als voor leerlingen wennen is met al die zelfstandige opdrachten. Inderdaad dat krijg je als je zegt dat het ineens allemaal heel anders moet.

Overigens wordt nu wel gezegd dat scholen niet verplicht waren hard van stapel te lopen, dat ze het studiehuis heel geleidelijk mochten invoeren en zelf konden bepalen hoe ver ze daarin zouden gaan, maar de suggestie die uit het procesmanagement aanvankelijk werd gewekt was een heel andere. Scholen moesten volstrekt anders gaan werken om ervoor te zorgen dat leerlingen beter waren voorbereid op de eisen die werden gesteld door universiteiten en hogescholen.

Het gevolg is geweest dat leerlingen meer aan hun lot werden overgelaten dan ze ooit zullen meemaken als ze straks na het eindexamen gaan studeren, want hogescholen en universiteiten zijn, in het kader van de bevordering van de studeerbaarheid, juist ertoe overgegaan de studies schoolser in te richten.

Heeft het studiehuis dan de schuld van deze verzwaring? Nee, althans zeker niet alleen. Wat met name de politiek telkens schijnt te vergeten is dat de nieuwe exameneisen in de vorm van een beperkt aantal profielen indertijd zijn bedacht toen veel hoog opgeleiden werkloos waren. De profielen die een uitbreiding betekenden van de vakkenpakketten en bovendien ook de keuzevrijheid beperkten (denk aan de befaamde pretpakketten), waren bedoeld om een eind te maken aan het veelvuldig mislukken van studenten in het tertiair onderwijs. Voor zwakke havisten bijvoorbeeld was het beter, zo werd betoogd, dat ze de mavo deden en vervolgens een middelbare beroepsopleiding.

Inmiddels zijn de tijden veranderd. Er is een groot tekort aan hoog opgeleiden. Niemand klaagt meer over hun niveau. Ook de studenten zijn harder gaan werken nu ze weten hoe zeer dat beloond wordt met een bijpassende, goed betaalde baan. Maar daarmee is nog niet alles verklaard.

Bovenop dit alles is er namelijk recent nog een andere politieke keuze gemaakt die eveneens bijdraagt tot een afname van het aantal kandidaten voor het havo-eindexamen: namelijk de invoering van het vmbo, de samenvoeging van vbo en mavo. Deze rampzalige maatregel heeft geleid tot een tweedeling in ons onderwijs, die ongedaan maakt wat we indertijd met de Mammoetwet hebben nagestreefd, namelijk de mogelijkheid tot doorstroming. De laatbloeier die op de mavo was begonnen kon altijd nog, via havo en vwo, uiteindelijk op de universiteit belanden. De mavo werd in het verleden gezien als een algemene opleiding, een treedje lager dan de havo, maar niet wezenlijk anders.

Door de mavo nu de plaats te geven van de meest theoretische van de voorbereidende middelbare beroepsopleidingen, is de afstand tot de havo welhaast onoverbrugbaar geworden. In psychische zin, maar ook feitelijk, behalve in die gevallen waarin de mavo nog deel uitmaakt van het cluster mavo/havo/vwo. Dit laatste is overigens een combinatie die duidelijk niet door het beleid werd beoogd en door sommige schoolbesturen ook als ongewenst wordt tegengewerkt.

Minder havo-eindexamenkandidaten? Logisch, want dat is het vanzelfsprekende resultaat van de politieke besluitvorming van de afgelopen jaren.

prick@nrc.nl