Brief over informant Clickfonds mag vrij

Openbaarmaking van vertrouwelijke justitiële correspondentie over een criminele informant in de beursfraudezaak is ,,mogelijk en verantwoord''. Dat schrijft een van de twee onderzoeksrechters in de Clickfondszaak, E. Pennink, in een proces-verbaal.

De rechtbank had Pennink vorige week om zijn oordeel gevraagd over een briefwisseling die hij recentelijk voerde met officier van justitie H. de Graaff. Uit de correspondentie bleek dat De Graaff Pennink had gemeld dat in het beursfraudeonderzoek aan hem door collega officier F. Teeven een criminele informant ,,ter beschikking was gesteld''. Toen Pennink daarover om opheldering vroeg, verwees De Graaff naar de Criminele Inlichtingendienst (CID).

De affaire kwam vorige week, tijdens de rechtszaak tegen het voormalige commissionairshuis Leemhuis en Van Loon, aan de orde. Advocaten wilden weten of de informant ook relevant is voor hun zaak. Het OM weigerde verder op de zaak in te gaan. Ook de briefwisseling wilde Justitie niet overleggen. De rechtbank verwees de zaak vervolgens terug naar de rechter-commissaris.

Pennink stelt nu dat ,,voeging van deze correspondentie aan de dossiers van de genoemde verdachten [in de Leemhuis en Van Loon-zaak, red.] relevant kan zijn voor enige in deze strafzaak te nemen beslissing.'' De kwestie zal daardoor woensdag, als de Leemhuis en Van Loon-zaak verder gaat, opnieuw aan de orde komen. Als getuige is dan onder anderen Teeven opgeroepen, die verantwoordelijk was voor CID-zaken. Teeven was ook zaaksofficier in het strafrechtelijk financieel onderzoek naar de verdwenen gelden van drugsbaron `de Hakkelaar'. Een vage CID-tip uit 1996 meldde destijds dat een deel van deze gelden witgewassen zouden zijn via enkele bedrijven die in het Clickfonds genoemd worden. Deze verdenking, die inmiddels uit het onderzoek is verdwenen, is gebruikt bij het vragen van Zwitserse rechtshulp. De verdediging denkt dat dit bewust is gebeurd om de Zwitsers te misleiden en zo extra informatie te vergaren. Zij stellen dat ook in 1997 al duidelijk was dat de tip niet reëel was en dat de vermeende informant daar mogelijk opheldering over zou kunnen geven.