Bergen van water

Een kademuur, afgraving van de uiterwaarden of een betere waterberging in het bovenstroomse gebied. De meningen over de opvang van hoogwaterpieken in de Maas zijn verdeeld. Internationaal overleg? `Daar kunnen we in Limburg niet op wachten.'

Tegenover Venlo op de westelijke Maasoever is zomaar een natuurgebied ontstaan. Na de wateroverlast van 1993 en 1995 zijn langs de onbedijkte Maas in allerijl dijken aangelegd. Bestaande dammen werden opgehoogd en verbreed. Om aan klei te komen werd het weiland langs de rivier met een noodwet onteigend. Kraanmachinisten hapten de klei her en der weg. Een plan ontbrak, na afloop bleef een gehavend landschap met grote gaten achter. Buurtbewoners spraken er schande van. Maar al snel schoten wilgenbosjes op. Drie jaar later groeiden er meer dan 300 verschillende soorten planten, waaronder tal van bijzondere soorten. Daarna verschenen allerlei vogels, zoals het zeldzame porseleinhoen, de kwartelkoning en het woudaapje.

De Stichting Ark adopteerde Romeinenweerd, zoals het gebied heet, als voorbeeldproject voor natuurontwikkeling langs de Maas en laat er nu Gallowayrunderen grazen. ``Het hele gebied is vrij toegankelijk, op warme dagen wordt hier volop gezwommen'', zegt Keesjan van Herik, ecologisch adviseur van de gemeente Venlo. ``Leerlingen van de plaatselijke basisschool komen hier na hoogwater zwerfvuil rapen en ze krijgen hier elk jaar een groot veldbiologiespektakel.'' De ontgrondingen hebben niet alleen klei opgeleverd, maar dragen ook bij aan een betere hoogwaterbescherming en dat is hard nodig.

Rep en roer

De Maas is een regenrivier. Bij zware regenval in de Ardennen raast het water langs de steile, rotsige hellingen naar beneden. De vele beekjes en stroompjes die de rivier voeden zwellen op en één of twee dagen later is Limburg in rep en roer. Bij Venlo bijvoorbeeld kan de Maas binnen een dag of twee wel negen meter stijgen en in de toekomst worden door het broeikaseffect nog hogere waterstanden verwacht. De huidige Maas kan een afvoer van zo'n 3000 kubieke meter per seconde verwerken voordat wateroverlast optreedt. Als het klimaat natter wordt, moet de Maas een afvoer van 3300 à 3400 kuub per seconde kunnen verwerken.

Om Venlo droog te houden wil Rijkswaterstaat binnenkort een metershoge kademuur – kosten 50 miljoen gulden – aanbrengen. ``Een onzalig plan, dat ons nu door de rijksoverheid wordt opgedrongen'', vindt Peter Freij, wethouder van de gemeente Venlo. ``Het is een monofunctionele oplossing – afgezien van de veiligheid heeft die dure kademuur geen enkele maatschappelijke meerwaarde. Het is een lelijk ding, dat ons het uitzicht op de Maas ontneemt en ons stadsbeeld bederft. En Den Haag doorkruist hiermee ons eigen plan Maascorridor.''

Dat laatste plan, een bundeling van 46 projecten over een traject van 25 kilometer langs de Zandmaas bij Venlo, voorziet óók in een betere hoogwaterbescherming, maar dan in combinatie met natuurontwikkeling en recreatie. Net zoals in Romeinenweerd kan in de uiterwaarden – die in Limburg langs de onbedijkte Maas `weerden' heten – klei worden afgegraven om het rivierbed te verruimen. Door deze `weerdverlaging' en door het graven van nevengeulen, die bij hoogwater met de rivier gaan meestromen, kunnen hoogwaterpieken beter worden opgevangen. Becijferd is dat de hoogwaterpieken bij Venlo dankzij deze aanpak zelfs met 23 centimeter zouden dalen, bovendien is dat volgens Freij veel aantrekkelijker in ecologisch, recreatief en toeristisch opzicht. Het plan Maascorridor kost echter 100 in plaats van 50 miljoen gulden en het zou pas in 2010 klaar zijn. Freij: ``Maar daarmee bereik je dan wèl een duurzame hoogwaterbescherming langs het hele traject. Zo'n hoogwaterkade beschermt alleen de dichtbevolkte binnenstad, maar niet onze glastuinbouw en ook niet het industrieterrein, waar een bedrijf als Océ met 4500 medewerkers staat.''

Na de hoogwaters van 1993 en 1995 heeft toenmalig minister Jorritsma van Verkeer en Waterstaat de Tweede Kamer toegezegd dat heel Limburg in 2005 veilig zou zijn. Concreet werd daarmee een overstromingskans van eens in de 250 jaar bedoeld. Nu is die kans een op de 30 tot 50 jaar.

Kademuren

Dat bleek te hoog gegrepen, waarop de termijn naar 2015 werd verschoven. Ter compensatie beloofde de huidige staatssecretaris van waterstaat, Monique de Vries, dat ten minste 70 procent van de inwoners van Limburg al in 2006 veilig zou wonen. Om die doelstelling in één klap waar te maken zijn drie bevolkingsconcentraties langs de Maas aangewezen: Gennep, Roermond en Venlo. Hier worden bijna 3 meter hoge kademuren langs de rivier gebouwd of opgehoogd. Daarmee doorkruist de overheid haar eigen beleid. Eerdere beleidsnota's, zoals de nota `Ruimte voor de rivier', de Vierde Nota Waterhuishouding en het rapport `Waterbeheer voor de 21ste eeuw' van de commissie-Tielrooy kwamen eensluidend tot de conclusie dat kademuren alleen als sluitstuk moeten worden toegepast.

``Ze hebben namelijk het bezwaar dat ze de stroomgeul versmallen en het water hoger opstuwen, waardoor benedenstrooms nog meer problemen met wateroverlast ontstaan'', zegt Willem Overmars van Bureau Stroming in Hoog-Keppel. Hij is één van de bedenkers van het Plan Ooievaar dat de natuurontwikkeling langs de grote rivieren in gang heeft gezet. Volgens Overmars is de toestand langs de Maas niet te vergelijken met die langs de Waal. De Maas heeft geleidelijk omhoog lopende terrasoevers, die een natuurlijke hoogwaterbescherming bieden. Bij de Waal bestaat het achterland uit metersdiepe polders, die als badkuipen volstromen wanneer de dijken zouden bezwijken.

Overmars: ``Als de Maasoevers overstromen, staan bewoners tot hun knieën in het water, maar als er in de Bommelerwaard een dijk doorbreekt, komt het water tot de nok van de huizen en zullen veel mensen verdrinken. Langs de Maas echter praat je niet over levensgevaar, maar alleen over materiële schade. Als er hoogwater op de Maas wordt voorspeld, heb je nog alle tijd om oma in een taxi weg te sturen en je platencollectie uit te zoeken voordat je de volgende dag zelf vertrekt.'' Daarom is het des te merkwaardiger dat het hoogwaterbeleid voor de Maasoevers nu wordt versmald tot de doelstelling `de bevolking moet veilig vóór 2006'. ``Duurzame alternatieven worden nu door tijdnood terzijde geschoven, ook al is daarover binnen en buiten Rijkswaterstaat inmiddels zeer veel kennis in huis'', aldus Overmars.

Een andere invalshoek om hetzelfde probleem op te lossen is een betere benutting van de waterberging in de bovenstroomse gebieden, zoals de zijrivieren van de Maas in de Belgische Ardennen. Bureau Stroming heeft in opdracht van het Wereld Natuur Fonds de mogelijkheden geïnventariseerd in het rapport Bergen van Water – waterbeheer als topsport. ``Wij vinden dat het kabinet zich te veel beperkt tot het voorkómen van wateroverlast'', zegt Leen de Jong van het Wereld Natuur Fonds. ``Daarbij blijven veel mogelijkheden om water in het hele stroomgebied van de rivieren te bergen onbenut. Door een betere waterberging in de bovenstroomse gebieden worden pieken in de regenval gedempt en dan zijn ingrijpende, kostbare maatregelen zoals kadeverhoging benedenstrooms niet nodig.''

In de middelgebergten van Ardennen, Eifel, Vogezen en het Zwarte Woud wordt het water nu zeer snel afgevoerd. De waterlopen zijn tot in de kleinste haarvaten verbeterd en verruimd. Bij regenval ontstaan daardoor extreme hoogwaterpieken benedenstrooms, bij laagwater ontstaan als snel droogteproblemen. Lang is gedacht dat de middelgebergten met hun harde rotsbodems en steile, V-vormige dalen ook van nature weinig water konden vasthouden, maar volgens Bureau Stroming is dat een misvatting. Al hoog op de plateaus kan in talloze kleine beekjes en stroompjes genoeg water worden vastgehouden om nou net het verschil uit te maken tussen het al of niet overstromen van Zuid-Limburg. Door het water bovenstrooms te vertragen, neemt de kans af dat watergolven uit verschillende beken in de Ardennen samenvallen en elkaar in de hoofdstroom versterken. Opmerkelijk is dat de zijrivieren van de Maas tijdens de hoogwaters van 1993 en 1995 nog niet eens hun hoogste stand bereikten, het water stond er slechts middelhoog. Het probleem was vooral dat het water in alle beken tegelijk middelhoog kwam te staan.

Sponswerking

Forse regenval in de middelgebergten leidt al na enkele dagen tot een afvoerpiek op de rivier. Extreme hoogwaters ontstaan door een opeenvolging van regenbuien, waarbij de hoogwaterpieken zich `opstapelen'. De sponswerking van de bovenstroomse gebieden is al effectief als in plaats van 15 procent maar 13 procent van de totale hoeveelheid water binnen enkele dagen wordt afgevoerd. Dan behoren extreme hoogwaters op Rijn en Maas tot het verleden. Daarvoor is een betrekkelijk klein landoppervlak voldoende, het gaat er vooral om de bergingslocaties bovenstrooms strategisch te kiezen.

Om deze theorie in praktijk te zien zetten we in een enigszins gammel busje koers naar groene heuvels. We passeren troosteloze Waalse industriegebieden in het dichtbebouwde beekdal van de Vesdre, een van de zijrivieren van de Maas, en volgen een andere zijrivier, de Amblève, stroomopwaarts tot aan haar oorsprong. Deze streek heet de Hautes Fagnes (de Hoge Venen). De oorspronkelijke, drassige hoogvenen, die de golvende hoogvlakten en hellingen in het middelgebergte bedekten, hielden het water vast als in een spons. Vrijwel al die venen en moerassen zijn in de loop van de 19de en 20ste eeuw ontgonnen en vervangen door naaldbos. Hierdoor is de waterafvoer naar de Maas versneld. Een deel van de naaldbossen groeit op steile hellingen in een V-vormig, door erosie uitgesleten rivierdal. Ongetwijfeld raast het regenwater hier 's winters recht naar beneden, om al een dag later in Borgharen aan te komen.

Maar het rivierdal blijkt lang niet overal even steil, sommige stukken zijn kilometers breed. Hier wordt geen bosbouw, maar veeteelt bedreven. Om de beekoevers te draineren hebben de boeren er greppels gegraven. De laatste jaren echter wordt deze streek voor de landbouw minder aantrekkelijk. De boeren laten de natste percelen aan hun lot over. De greppels worden niet meer onderhouden en slibben dicht, de oevers raken begroeid met riet. Zo ontstaan weer moerassige plekken, die kunnen bijdragen aan een betere buffering van de waterhuishouding. Door greppels te dichten blijft het water langer ondergronds en wordt de afvoer vertraagd.

Willem Overmars: ``Natuurlijk kan een spons niet onbeperkt water opnemen, maar een periode van zware regenval duurt ook niet eindeloos. Het is een kwestie van kansberekening. Als eerste stap hebben we de mogelijkheden op een rijtje gezet. Door op de juiste plekken de afwatering te dempen komt de veenvorming weer op gang. In een relatief klein deel van het bosareaal kan zo de waterafvoer uit een veel groter gebied worden vertraagd.''

Een andere mogelijkheid is om in de grote akkerbouwgebieden op de hoogvlakten in de Ardennen, die 's winters grotendeels braak liggen, evenwijdig aan de hoogtelijnen te ploegen om oppervlakkige afstroming van het water tegen te gaan en inzijging in de bodem te bevorderen. Ook dat draagt bij aan de sponswerking. Overmars: ``Kijk naar Rotterdam, die stad investeert in waterzuiveringsmaatregelen bij de Duitse industrie die op de Rijn loost. Dat is goedkoper en effectiever dan uiteindelijk al die zwaar vervuilde bagger uit de Rotterdamse havens te moeten saneren. Op diezelfde manier zouden wij de boeren in de Ardennen kunnen betalen om bij te dragen aan een betere waterberging.''

Wethouder Freij van Venlo gaat liever zelf aan de slag. ``Inderdaad zijn er goede mogelijkheden voor waterberging in de Belgische Ardennen. Maar uit ervaring weet ik dat zulk internationaal overleg vaak nogal traag verloopt. Daar kunnen wij in Limburg niet op wachten.''