Bejaardenzorg als lappendeken

In Nederland is het vanzelfsprekend dat ouders hun kinderen steunen, maar niet dat kinderen later voor hun ouders zorgen. Vreemd, vinden Indiase antropologen.

Vol enthousiasme keerde de econome Maithreyi Krishnaraj enkele jaren geleden terug van een bezoek aan een Nederlands bejaardentehuis. Daarin zou ze ook wel willen wonen, als ze in India stonden! Pas toen de hoogleraar, verbonden aan de Indian Council of Social Science Research, wat langer in Nederland verbleef, ontdekte ze dat het hier helemaal niet vanzelfsprekend is dat een individu beschikt over een uitgebreid familienetwerk. Sociaal isolement ligt dus op de loer in de prachtige bejaardenwoningen.

Samen met twee Indiase antropologen en de Nederlandse antropologe prof. Carla Risseeuw heeft Krishnaraj de afgelopen jaren onderzoek gedaan naar de invloed van de Nederlandse verzorgingsstaat op het dagelijks leven, in het kader van het NWO-programma Indo-Dutch programme for Alternatives in Development, waarin deelnemen de Universiteit Leiden en het International Institute for Asian Studies. Vorige week presenteerden ze hun voorlopige bevindingen op een symposium in Leiden. Krishnaraj analyseerde vooral het sociale systeem, met al zijn wetten en regelingen. De antropologe Rajni Palriwala van de universiteit van Delhi, bekeek de toestand van de alleenstaande ouders: `` Het is verrassend hoe sterk onder hen nog altijd de norm is dat er om zes uur warm gegeten moet worden en dat moeder thuis met thee en koekjes klaar zit als de kinderen uit school komen.'' De antropologe Kamala Ganesh, van de universiteit van Bombay (Mumbai), onderzocht het leven van de Nederlandse thuiswonende hulpbehoevende bejaarden van 75 jaar en ouder. De oudste was 112. Via een tolk ondervroeg ze ongeveer honderd Leidenaren: de bejaarden zelf, hun kinderen en hulpverleners, soms in meerdere gesprekken.

Autonomie en onafhankelijkheid bleken de meest centrale waarden in het bestaan van zelfstandig wonende bejaarden, ontdekte Ganesh. ``Een beetje onverwacht, want het gaat juist om mensen die hulp nódig hebben.'' Om die waarde van autonomie te handhaven moet de bejaarde de vele hulp die hij of zij krijgt dan ook zèlf coördineren. ``Er is heel veel concrete hulp'', constateert de Indiase, ``dan weer komt er iemand de ramen wassen, dan weer is er iemand die de bejaarde naar de dokter brengt, er is `Tafeltjedekje', een telefooncirkel, er zijn elektronische halskettingen waarmee je alarm kunt slaan als je valt, subsidies voor brillen en schoenen, taxi-bonnen. Maar het is een patchwork care, een lappendeken aan zorg die de persoon zelf bijeen moet houden. En dat is nu juist het probleem.''

Ganesh was geschokt toen ze ontdekte dat er bejaarden zijn die dagenlang niet warm eten omdat ze `Tafeltjedekje' (een woord dat Ganesh inmiddels vlekkeloos kan uitspreken) niet lekker vinden. Een alternatief is er kennelijk niet. `Wanneer drinkt u koffie met iemand?' vroeg Ganesh aan een oude vrouw. `Ja, als ik 's morgens op kan staan. En als ik dan toevallig de buurvrouw zie, vraag ik of ze koffie komt drinken. Anders niet'. ``Het menselijke netwerk is de zwakste schakel'', aldus Ganesh.

En belangrijker nog: er is in Nederland bijna geen mogelijkheid (geen conceptual space) om afhankelijkheid een plaats te geven in het dagelijks leven. ``Vrágen om hulp is bijna uitgesloten. Want in Nederland bestaat geen idee van wederkerigheid zoals in India. Daar zegt een moeder: `Ik heb jarenlang voor jou gezorgd, nu moet je voor mij zorgen'. In Nederland wordt niet gekeken naar het verleden: hier moet alles in het hier en nu in balans zijn. Alleen als het echt niet anders kan, mag je vragen om hulp. En de oude mensen kunnen daarvoor dan niets meer terugdoen. Zo wordt het ervaren. Dus er is veel stilte. Alleen binnen het huwelijk bestaat ruimte voor afhankelijkheid. En de meeste zorg wordt dan ook altijd geboden door een nog levende partner. Als je hier je oude moeder helpt, is dat geen plicht maar een eigen keuze. Gek genoeg is de hulp van ouders voor hun kinderen weer wèl helemaal vanzelfsprekend.''

GEVEN EN CLAIMEN

Ouders helpen als vanzelfsprekend hun kinderen, maar kinderen niet hun ouders. Dat het ook anders kan wordt tijdens het symposium bevestigd door Monique Kremer, van de Universiteit Utrecht. Ze publiceerde vorig jaar het boekje `Geven en claimen: burgerschap en informele zorg in Europees perspectief'. ``Het is typisch Nederlands'', aldus Kremer. ``In België bijvoorbeeld is het precies andersom. Als je daar in een enquête vraagt wie verantwoordelijk is voor de ouderen, zeggen de meeste mensen: de familie. En bij kinderen antwoorden ze juist: de staat. Dat verschil komt ook tot uiting in de wetten. In België moet de familie meebetalen als iemand wordt opgenomen in een verzorgingshuis. Interessant is dat Denen juist antwoorden dat primair de staat verantwoordelijk is, zelfs als het gaat om hulp aan echtgenoten. In Nederland zou dat ondenkbaar zijn.''

Waardoor in Nederland kinderen wel en ouderen niet als verantwoordelijkheid van de familie worden gezien is onduidelijk, zegt Kremer. ``Maar het heeft er zeker iets mee te maken dat het krijgen van kinderen als een persoonlijke keuze wordt gezien, om het eigen plezier als het ware. Dan moet je daar dus zelf voor zorgen, maar als je zelf oud bent, kun je er geen rechten aan ontlenen.''

``Ook ouderen beschouwen de staat nog steeds als de belangrijkste bron van verzorging'', vertelt Ganesh. ``Die zorg wordt nog altijd gepersonifieerd in Vadertje Drees. Maar in werkelijkheid heeft zich de laatste jaren een wending voorgedaan. Vroeger had je de AOW en het recht op een plaats in een verzorgingstehuis. Dat laatste recht is dramatisch beperkt, nu wordt van overheidswege sterk de mantelzorg benadrukt, niet-professionele hulp van familie en bekenden. Dat is vooral om financiële redenen.''

Maar wat wil Ganesh nou eigenlijk zeggen, zo vraagt dan uit het publiek de Indiase antropologe Nita Kumar. Dat er elders, in India bijvoorbeeld, wèl een menselijker zorgnetwerk is voor ouderen? Ganesh zou toch beter moeten weten: de zorg van de familie is er volkomen mechanisch en veel ouderen voelen zich hulpeloos en eenzaam! ``Nee, nee'', riposteert Ganesh, ``Ook ik geloof niet in die mythe van goede familiezorg. Ook ik ken de plagen van het Indiase systeem. Ik bekijk het Nederlandse systeem op zijn eigen merites. En dan constateer ik dat het menselijke netwerk het kwetsbaarst is. En dat er amper conceptual space voor ouderen is om hun kunderen om hulp te vragen.''