Balans van de misère

DE REKENING IS letterlijk al opgemaakt. De economische schade in Nederland door de mond- en klauwzeercrisis bedraagt 2,8 miljard gulden. De groei van de economie zal hierdoor 0,3 procentpunt lager zijn. Belangrijke cijfers, maar cijfers zeggen niet alles. Nu de crisis hier op zijn eind loopt en sinds 22 april geen nieuwe gevallen van MKZ meer zijn gerapporteerd, kan een voorlopige balans in bredere zin worden getrokken. De uitbraak van het mond- en klauwzeervirus was een gebeurtenis die alle andere binnenlandse nieuwsfeiten in de schaduw zette. Het was een crisis van formaat, met een eigen dynamiek, een draaiboek vol onverwachte wendingen en een cumulatie van ellende. De vergelijking is eerder gemaakt: het was een beetje oorlog. Het waren de maanden van het verdriet en de woede van de boeren, de beproeving van een minister en de stilte van het afgemaakte vee. Meer dan een kwart miljoen dieren zijn `geruimd'. Zieke dieren, maar vooral veel gezonde. Nederland volgde met zijn aanpak de richtlijn van de Europese Unie. Die schrijft voor dat ter uitroeiing van het virus al het vatbare vee in een cirkel rond een besmet bedrijf moet worden gedood. Hetgeen geschiedde. Los van de voors en tegens van dit preventief ruimen, dienen bij een evaluatie door de autoriteiten een paar hoofdvragen te worden beantwoord. Is na de uitbraak van het virus overal snel genoeg tot `ruiming' overgegaan? Was het niet beter geweest om vanaf het begin de strengste maatregelen te nemen om verspreiding te voorkomen? Nu was de aanpak: scherpere maatregelen bij toenemende dreiging van het virus. Maar heeft dat de crisis niet versneld? En heeft Nederland met zijn eigen beleid van noodvaccinaties niet veel meer vee afgemaakt dan nodig was? Vanaf het moment dat het virus ons land binnenkwam en het afmaken begon, stond het debat over de aanpak op scherp. Nederland kon moeilijk anders dan de EU-regels volgen. Hoewel hier geen sprake was van veeverbrandingen waren de beelden van de `ruimingen' verschrikkelijk. Tegelijkertijd liepen de emoties bij de boeren hoog op; ze werden met gretigheid aan den volke getoond. Het waren gouden dagen voor onderbuiktelevisie. Dit neemt niet weg dat het verdriet van de meeste boeren ongeveinsd was. Ze moesten gezonde dieren afmaken. Daarnaast wankelde hun bestaan. Velen waren in één klap alles kwijt. Aan de politici in Brussel en Den Haag luidt nu de indringende vraag of het non-vaccinatiebeleid van de Europese Unie op de helling moet. Duidelijk is dat het virus de wereld niet uit is. Boeren beginnen dadelijk opnieuw. Hun jonge vee is onbeschermd zolang de Unie vaccineren verbiedt. Niemand zit te wachten op nog een uitbraak, maar deze kàn komen. Een volgende duivelsvraag dient zich aan. Is een onbelemmerde vleesexport al deze misère wel waard? We weten nu dat het antwoord op die vraag meer is dan een koele rekenkwestie.

TOT SLOT DE MINISTER. Leidinggevenden worden pas leiders als zij juist weten te handelen in momenten van beproeving. Tijdens deze crisis heeft de D66'er Brinkhorst als minister van Landbouw het hoofd koel gehouden. Van meet af aan was duidelijk dat hij de baas was en dat hij met heldere en eenduidige beslissingen stond voor zijn zaak. Een onalledaagse verschijning in de polder. Hij overlegde volgens de traditie met alle betrokkenen, maar deelde de verantwoordelijkheid niet. Dat is een verademing in een tijd waarin gezagsdragers uitgaan van het principe `met z'n allen' verantwoordelijk te zijn. Een storm van kritiek heeft hij de achterliggende maanden over zich heen laten komen. De kritiek is verstomd; de minister staat nog overeind. Brinkhorst heeft er geen geheim van gemaakt voorstander te zijn van hervorming van de Europese landbouwpolitiek. Hij heeft daarvoor tal van redenen aangevoerd, waaronder de MKZ-ellende. Zijn standvastigheid als crisismanager kan hem in Europa van pas komen. Aanpassing van het landbouwbeleid – ook dat zal een titanenstrijd zijn.