Stemmetjes uit de put

Het was een goed idee om kindergriezelschrijver Paul van Loon een kinder-kunstboek over griezelschilderijen van Jeroen Bosch te laten schrijven. De kinder-kunstboeken zijn een initiatief van de Rotterdamse Kunsthal en kunstboekenuitgeverij Waanders. Er zijn inmiddels al zeven kleurige deeltjes met harde kaft verschenen, zoals Mondriaans Alfabet (geschreven door Bianca Stigter, kunstredacteur van deze krant), De spiegel van Rembrandt (door Jan Wolkers) en recentelijk Jezus is jarig (door Toon Hermans, die het boekje vlak voor zijn dood voltooide).

De boekjes zijn een succes, om redenen die zich laten raden. Kunsthistorici zijn meestal niet de producenten van publieksvriendelijk proza, en als er voor kinderen over kunst geschreven moet worden, is de toon al gauw tuttig. De formule van deze serie kunst-kinderboeken, naar een idee van Kunsthal-directeur Wim Pijbes, lijdt niet aan dat probleem. Er worden steeds min of meer beroemde personen gezocht, die over een kunstenaar schrijven, zoals toneelspeler Frank Groothof (bekend van ondermeer het kinder-tv programma Sesamstraat, dit jaar 25 jaar in de lucht) die over de broers Vincent en Theo van Gogh schreef.

Soms gaan de teksten van deze boekjes wat over de hoofden van kinderen heen, maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door het aantrekkelijke, kleurige uiterlijk van de deeltjes. Maar dat bezwaar geldt absoluut niet voor dit nieuwste boekje, dat is uitgegeven vanwege het pas begonnen Jeroen Bosch jaar.

Paul van Loon is met voorsprong de populairste mannelijke kinderboekenschrijver van Nederland van de laatste jaren. Hij is de kampioen van het door Harry Potter iets verdrongen populaire genre van de griezelverhalen voor kinderen: voor de kleintjes Dolfje Weerwolfje (1 en 2), voor de wat oudere kinderen is er zijn serie De Griezelbus, met verhalen over vampiers, weerwolven en wat dies meer zij. Ook een boek als Nooit de buren bijten is een hit.

Van Loon, net als kinderboekenschrijver Sjoerd Kuyper ooit als popmusicus begonnen, is in zijn publieke optreden ook karaktervast: hij vertoont zich nooit zonder mysterieuze zonnebril. Hij is zelf een mysterieuze personage, en daarvan maakt hij in dit Jeroen Bosch-boekje goed gebruik.

Hij begint zijn vertelling over Bosch aan de rand van de (herbouwde) middeleeuwse put op het marktplein in Den Bosch, vlak bij de plek waar de schilder ooit zijn atelier had. Hij hoort stemmetjes in de put, en ziet ineens twee rare wezentjes, afkomstig uit een Bosch-schilderij. `,,In de put!' zeggen ze met kwebbelstemmetjes, ,,In de put!'.' Zoals Erik in Bomans' Klein insectenboek ooit in een schilderij terechtkwam doordat een schilderijlijst op zijn hoofd viel, zo daalt Van Loon via de put af in de schilderijen van Jeroen Bosch. `Overal om mij heen klinken kreten, knetteren vlammen. Vreemde, onwerkelijke gedaantes rennen langs mij heen. Halfmensen met hagedissestaarten, vogelmensen met vleugels'. Zo begint Van Loon een tocht door de wereld van Bosch. Beeldend beschreven en goed geïllustreerd geeft hij zo vreemde wezens en onderdelen uit uiteenlopende schilderijen als De hel, Het laatste oordeel, De hooiwagen, De tuin der lusten, Het narrenschip en De verzoeking van Sint Antonius een plaats in een spannend, doorlopend verhaal. Op een knappe manier brengt hij de `andere werkelijkheid' van Jeroen Bosch tot leven, nog enger en mysterieuzer dan die van zijn eigen griezelboeken.

Paul van Loon: De Andere Werkelijkheid van Jeroen Bosch. Waanders, 32 blz. ƒ27,50