Schilderij terug naar erven Goudstikker

De erven Goudstikker hebben in New York een schilderij teruggekregen dat voor de Tweede Wereldoorlog in het bezit was van de Nederlandse kunsthandelaar Jacques Goudstikker (1897-1940).

Het is de eerste keer dat de aanspraken van de erven op de collectie Goudstikker daadwerkelijk worden erkend en dat een kunstwerk uit deze collectie aan hen wordt overgedragen.

Het gaat om het doek De verleiding van Sint Antonius van de Vlaamse schilder Jan de Cock (1480-1526) uit het begin van de 16de eeuw.

Het schilderij zou in januari van dit jaar worden geveild bij Christie's in New York, waar het was ingebracht door de erfgenamen van het Newyorkse echtpaar George en Hertha Katz. Kort voor de veiling werd duidelijk dat het doek afkomstig is uit de Goudstikker-collectie die aan het begin van de oorlog in handen kwam van de Duitse bezetters. Het schilderij werd daarop door Christie's teruggetrokken van de veiling. De erven Katz maakten gisteren in New York hun besluit bekend om het doek zonder meer over te dragen aan de Amerikaanse schoondochter van Goudstikker, Marei von Saher.

De kunstverzamelaar George Katz had het schilderij van De Cock in 1958 gekocht bij de New House Gallery in New York. Volgens de advocaat van de erven Katz, Robin Maynard, was George Katz niet op de hoogte van de herkomst van het schilderij en zou hij het nooit hebben gekocht als hij geweten had dat het om geroofd joods bezit ging. Het Duits-joodse echtpaar Katz was zelf eind jaren dertig uit nazi-Duitsland naar de Verenigde Staten gevlucht.

Marei von Saher liet gisteren in New York weten dat de restitutie van het schilderij hopelijk ook andere eigenaars van kunstwerken uit de Goudstikker-collectie ertoe zal aanzetten deze aan haar terug te geven.

De collectie Goudstikker die uit meer dan 1100 schilderijen bestond, werd aan het begin van de Tweede Wereldoorlog aan de Duitse rijksmaarschalk Göring verkocht, kort nadat Jacques Goudstikker op zijn vlucht naar Engeland om het leven was gekomen. Na de oorlog werd een deel van de collectie, 300 schilderijen, naar Nederland gerecupereerd, de overige schilderijen raakten zoek of kwamen elders terecht. Omdat de gerecupereerde schilderijen naar het oordeel van de Nederlandse overheid door de medewerkers van kunsthandelaar Goudstikker vrijwillig aan de Duitsers waren verkocht, kwamen zij in het bezit van de Nederlandse staat. Volgens een afspraak van de Geallieerden uit 1943 zou alles wat tijdens de oorlog vrijwillig aan de Duitse bezetters was verkocht, toevallen aan de staat, in dit geval Nederland. Een deel van de 300 gerecupereerde schilderijen werd geveild, de overige 235 werden ondergebracht in Nederlandse musea en overheidsgebouwen.

De weduwe Goudstikker, die na de oorlog vergeefs geprobeerd had de kunstwerken terug te krijgen, stemde in 1952 toe in een schikking met de Staat der Nederlanden, waarbij zij afzag van verdere claims. Haar Amerikaanse schoondochter, Marei von Saher, diende in 1997 opnieuw een claim in voor de 235 schilderijen in Nederland. Nadat deze claim in maart 1998 door de Nederlandse regering was afgewezen, spande zij een procedure aan tegen de Staat. In december 1999 oordeelde het gerechtshof in Den Haag dat de claim verjaard was. De weduwe Goudstikker heeft na de oorlog niet officieel een eis tot rechtsherstel ingediend, maar trof in 1952 een schikking met de Nederlandse overheid. Daarom achtte het Hof het nu niet meer mogelijk de claim van Marei von Saher te behandelen.

De erven Goudstikker besloten na de uitspraak van de Haagse rechtbank hun civiele procedure tegen de Staat der Nederlanden voort te zetten. Aanleiding tot die beslissing waren de excuses die premier Kok in januari 1998 maakte aan de joodse gemeenschap over de tekortkomingen in het naoorlogse rechtsherstel. De aanspraken van de erven Goudstikker worden sinds vorig jaar gesteund door het World Jewish Congress.

De New-Yorkse advocaat van de erven Goudstikker, Lawrence Kaye verwees gisteren in een verklaring naar de 235 schilderijen in Nederland: ,,In plaats van deze schilderijen terug te geven aan de familie van Goudstikker, zoals de bedoeling van de Geallieerden was toen ze na de oorlog naar Nederland werden gerecupereerd, hielden de Nederlandse autoriteiten vast aan deze collectie ondanks de protesten van de familie. Zo werd de collectie de hoeksteen van het nationale Nederlandse kunstbezit.''