`Rwanda beraamde moord Kabila'

Rwanda en Oeganda hebben gisteren de beschuldiging dat zij achter de moord zouden zitten op de Congolese leider Laurent Kabila afgedaan als ,,volslagen onzin''. De beschuldiging is afkomstig van een Congolese onderzoekscommissie die aangesteld werd door Kabila's zoon Joseph, de huidige president. De commissie komt met haar bevindingen op het moment dat leden van de VN-Veiligheidsraad in Afrika zijn om een oplossing te zoeken voor het slepende conflict in Congo.

De commissie, die haar in vage bewoordingen opgestelde conclusie woensdag bekend maakte, bevestigde dat Kabila op 16 januari werd doodgeschoten door een van zijn lijfwachten. De aanslag was echter ,,geen geïsoleerde daad'', zoals tot dusverre bij gebrek aan verdere aanwijzingen werd aangenomen. Volgens openbaar aanklager Luhonge Ngoy, die het onderzoek leidde, was de aanslag onderdeel van een poging tot staatsgreep die beraamd was door ,,een coalitie van buitenlandse machten''. Congo's tegenstanders Rwanda, Oeganda, de door Rwanda gesteunde rebellenbeweging RDC plus een vierde, niet nader geïdentificeerde partij zouden Kabila hebben laten ombrengen.

Rwanda en Oeganda ontkenden gisteren elke betrokkenheid bij Kabila's dood. ,,Dit zijn vergezochte beschuldigingen waaraan geen enkel gewicht moet worden toegekend'', zei een woordvoerder van het Rwandese ministerie van Buitenlandse Zaken. Oeganda noemde de beschuldiging ,,belachelijk'': ,,Deze regering is altijd duidelijk geweest in haar afwijzing van politieke moorden als een politieke weg vooruit'', aldus een hooggeplaatste politiek adviseur. In Congo is teleurgesteld gereageerd op de uitkomst van het onderzoek. Bewijzen voor de beschuldiging ontbreken en er wordt niet ingegaan op andere theorieën over de moord.

De beschuldiging komt tijdens een vredesmissie in Afrika van 12 leden van de VN-Veiligheidsraad. Het hoofd van de missie, Jean-David Levitte, probeerde gisteren in de Rwandese hoofdstad Kigali nog een positieve draai aan het rapport te geven. Volgens Levitte is het ,,onvermijdelijk'' dat de strijdende partijen in Congo elkaar over en weer beschuldigen en was het juist een bemoedigend teken dat het militaire conflict even vervangen was door ,,een verbale strijd''.