PvdA tolereerde Köhler niet langer

Al langer leefden er in Amsterdam twijfels over de bestuurlijke daadkracht van GroenLinks-wethouder Köhler. Gisteren struikelde hij over de problemen bij de sociale dienst.

Er rust geen zegen op `klein links' in Amsterdam. Voor de tweede keer in een kwart eeuw is het er niet in geslaagd bestuurlijke verantwoordelijkheid tot een goed einde te brengen. In 1975 sneuvelde het program-akkoord van PvdA, CPN, PSP en PPR op de aanleg van de metro. De wethouders Riethof (PSP) en Van Duijn (PPR) moesten toen, met de PvdA'er Lammers in hun voetspoor, voortijdig aftreden om plaats te maken voor het CDA. Eergisteren heeft GroenLinks zich wederom buiten haakjes geplaatst uit onvrede over het gebrek aan vertrouwen van met name de PvdA.

GroenLinks hoopt op een herkansing na de raadsverkiezingen volgend voorjaar. Dankzij de electorale voorspoed voor landelijk leider Rosenmöller zullen die vermoedelijk winst opleveren. Maar gelet op de onmacht om de woensdagnacht geforceerde breuk in een breder politiek kader te plaatsen en de PvdA aldus voor het blok te zetten, heeft GroenLinks daarop geen garantie.

De aanleiding van het onoverbrugbare conflict tussen GroenLinks en PvdA, dat eergisteren tot uitbarsting kwam, was de reorganisatie van de gemeentelijke sociale dienst en zijn methode om langdurig werklozen aan werk te helpen. GroenLinks-wethouder Köhler (ex-PSP) van sociale zaken was daarvoor sinds 1988 verantwoordelijk. Tot groeiend ongenoegen van de VVD en D66 en later ook de PvdA, die vonden dat Köhler meer belangstelling toonde voor het betalen dan voor het verminderen van de ruim 50.000 uitkeringsgerechtigden in de bakken van de inmiddels organisatorisch in het ongerede geraakte sociale dienst. De interventie van minister Vermeend (Sociale Zaken), die vorige maand begonnen is met een eigen onderzoek naar de handel en wandel van de hoofdstedelijke dienst dat volgende week wellicht klaar is, speelden hen in de kaart.

GroenLinks weigerde woensdagnacht niettemin in te stemmen met het voorstel van PvdA, VVD en D66 om de arbeidsbemiddelende taak daarom voorlopig over te dragen aan derden, zolang de dienst daartoe zelf niet in staat is. Volgens fractieleider Van Poelgeest is ,,arbeidstoeleiding een publieke taak''. Tweederde van de 25.000 cliënten van de sociale dienst, die naar een betaalde baan moeten worden begeleid, mocht wat hem betreft door anderen worden geholpen. Maar die laatste eenderde diende de sociale dienst zelf ter hand te nemen. GroenLinks had met deze concessies naar eigen zeggen al een ,,veer gelaten'' en eiste daarom garanties tot achter de komma. De PvdA bleek, toen rond middernacht puntje bij paaltje kwam, echter niet bereid de partner ter linkerzijde nog verder tegemoet te komen. Pas als de sociale dienst bij machte is meer te doen dan uitkeringen verstrekken, zou die de regie weer in handen krijgen. ,,Dat hopen we innig'', aldus PvdA-fractieleider Piersma. ,,Maar eerst zien, dan geloven. We willen de dienst niet overladen met al maar meer beleid, zonder dat de uitvoering ervan in de politiek wordt getrokken''.

Hiermee raakte Piersma niet alleen des pudels kern maar sloeg hij ook een nagel in de bestuurlijke doodskist van GroenLinks. Het begrip uitvoering was afgelopen jaren namelijk amper voorgekomen in het politieke vocabulaire van Köhler. In zijn andere portefeuilles (verkeer & vervoer, waartoe bijvoorbeeld de aanleg van de Noordzuid-lijn van de metro en het taxibeleid behoort) heeft hij zich eveneens ontpopt als een leerling van de Hongaarse ex-partijleider Kádár (`Wie niet tegen mij is, is voor mij') die zich indertijd met een salamitactiek staande hield. Stapje voor stapje bouwde Köhler, als gewoon raadslid nog geroemd om zijn grensoverschrijdende benadering, sinds zijn aantreden als wethouder aan allerhande kleine muurtjes. Omdat Köhler alle hoeken en gaten van zijn dossiers pleegt te kennen, leken die hermetisch gesloten. Maar het geheel verdween uit het zicht.

Met name zijn behandeling van de taxioorlog zette kwaad bloed bij de collegepartijen PvdA en VVD. Omdat Köhler de weerbarstige Taxi Centrale Amsterdam (TCA) eerder een `status aparte' binnen de geliberaliseerde taxiwet had voorgespiegeld, schoof hij de verantwoordelijkheid voor de `oorlog' die begin 2000 op straat uitbrak door naar minister Netelenbos (Verkeer & Waterstaat). Weliswaar sloot hij na ruim een jaar een akkoord met TCA – op de dag dat drie bestuurders waren gearresteerd op verdenking deel uit te maken van een criminele organisatie – maar de uitvoering daarvan had slechts zijn gedistantieerde aandacht.

Het raadsdebat van woensdagnacht illustreerde de teloorgang van de politicus Köhler. Uit angst de broze consensus binnen het college van B en W op het spel te zetten – de wethouders van de andere partijen waren aanvankelijk niet voor maar ook niet ronduit tegen zijn plannen met de sociale dienst – ontliep hij tot nagenoeg het bittere einde het publieke debat en probeerde hij winst te boeken met kleine manoeuvres door vooral vragen te stellen, tekstvoorstellen te doen en zijn finale positie vooral niet te openbaren.

Van enige dramatiek was al die uren in de gemeenteraad dan ook geen sprake, hoewel de problemen bij de sociale dienst zo langzamerhand dramatische trekjes vertonen. Toen de bijl na middernacht eenmaal viel en Köhler het vertrek van zijn partij uit het college aankondigde, konden de betrokkenen de aard van het politieke conflict alleen nog maar aan elkaar uitleggen. In de samenvatting van CDA-leider Goedhart: ,,GroenLinks doet principieel waar een praktische oplossing geboden is''.