Ondanks alles trouw aan het koninkrijk

Het is het sportiefste land ter wereld – sinds de Olympische Spelen weten we er weer alles van. En het is een paradijs voor avontuurlijke backpackers, aldus de talloze reisboeken. Maar wanneer is Australië een volwassen natie geworden?

Die vraagt dringt zich op in Australia, a biography of a nation van Phillip Knightley. Wie op zoek wil naar de binnenkant van de Australische samenleving, krijgt een fascinerend beeld voorgeschoteld van een continent dat de afgelopen eeuw zowel velen heeft afgestoten als aangetrokken. Een natie die, om de vraag naar de volwassenheid maar meteen te beantwoorden, haar tijd vooruit is, maar ook nog steeds worstelt met haar verleden.

In 1987 publiceerde de Australische Amerikaan Robert Hughes The Fatal Shore over het ontstaan van het blanke Australië, over de Britse gedeporteerden wier gedwongen komst meteen de ondergang inluidde van de inheemse beschaving, die van de Aboriginals. Knightley pakt de draad op aan het begin van de vorige eeuw, toen op 1 januari 1901 de Australische federatie tot stand kwam.

De Australiër Knightley, die in Groot-Brittannië faam verwierf als journalist en schrijver, werkte ook in India, een ander juweel in de kroon van het verloren gegane Britse Empire. Misschien is zo'n brede achtergrond wel een voorwaarde om de complexe Australische ziel goed te kunnen ontleden. Een ziel, waarin de sporen van verlatingsangst (door de breuk met het vroegere moederland) en schuldbesef (door de wandaden jegens de Aboriginals) nog duidelijk aanwezig zijn.

De eenvoudigste benadering is om Australië neer te zetten als `het land van de toekomst', waar elke generatie kolonisten opnieuw beseft dat men op elkaar is aangewezen. `Hun gevoel van saamhorigheid' is de dominerende karaktertrek van de Australiërs, schrijft Hughes. `[...] als het er op aankomt, komt het collectieve besef bovendrijven dat ze in hetzelfde schuitje zitten, één voor allen, allen voor één.' Dat klinkt als een opluchting, maar Hughes beschrijft ook de momenten waarop het bijna mis ging. Zo ontaardden de traditionele tegenstellingen tussen `links' (de Ierse republikeinen) en `rechts' (de Anglo-Australians) Australië in de crisisjaren dertig bijna in een burgeroorlog. Paramilitaire organisaties als de Australian Labor Army en de geheime Old Guard stonden gereed om elkaar af te maken.

Feestjes

Dit jaar herdenkt Australië bescheiden het eeuwfeest van de federatie. In een normaal land zou dat het `feest van de onafhankelijkheid' heten, maar Australië is in veel opzichten geen normaal land. Vraag Australiërs wanneer ze onafhankelijk zijn geworden, en je krijgt een reeks data als antwoord. Knightley heeft het veelbetekenend over `psychologische breekpunten' als hij de relatie tussen Australië en Groot-Brittannië te berde brengt – een thema dat, even veelbetekenend, als een rode draad door zijn boek loopt.

In de Eerste Wereldoorlog vielen – onder Brits opperbevel – bijna 8.000 Australiërs bij de (mislukte) invasie bij Gallipoli en circa 60.000 sneuvelden in België en Noord-Frankrijk. Ruim twintig jaar later werd de lotsverbondenheid met het oude moederland nog zo sterk gevoeld dat de toenmalige Australische premier Robert Menzies daags na de Britse oorlogsverklaring aan Duitsland (op 3 september 1939) eenvoudigweg meedeelde: `Groot-Brittannië heeft de oorlog verklaard, en als gevolg daarvan is Australië ook in oorlog.' Opnieuw lieten tienduizenden Australische vrijwilligers zich inschepen om aan verre fronten te vechten.

Nog geen twee jaar later was van dat kinderlijke vertrouwen in het Britse leiderschap bitter weinig over. Toen na hun aanval op Pearl Harbor in december 1941 de Japanners razendsnel oprukten, kwam Australië plotseling tot het besef dat het zelf werd bedreigd – terwijl een groot deel van zijn manschappen vocht in het Midden-Oosten. En het ontdekte ook dat het niet op de hulp van Groot-Brittannië hoefde te rekenen, zoals twee maanden later de val van het onneembaar geachte bolwerk Singapore pijnlijk bevestigde. De prioriteiten van de Britse oorlogspremier Winston Churchill lagen in Europa en in India, en niet in het afstoppen van de Japanse opmars.

John Curtin, in oktober 1941 premier geworden, bestookte Churchill met protesttelegrammen over dit `onvergeeflijke verraad'. Voor bescherming zal Australië zich voortaan wenden tot de Verenigde Staten, deelde hij zijn landgenoten mee, `bevrijd van alle pijnscheuten uit onze traditionele band van verwantschap met het Verenigd Koninkrijk.'

Bondgenoot

Dat de Australisch-Britse verwijdering in de Tweede Wereldoorlog niet het definitieve keerpunt werd in de relaties, is vooral het levenswerk geweest van Robert Gordon Menzies. De man die Australië mét Groot-Brittannië in oorlog had verklaard, werd tien jaar later opnieuw premier en bleef dat tot 26 januari 1966. Australië toonde zich in `The Menzies Era' een trouw bondgenoot van de VS, bereid om de Amerikanen bij te staan in de Koude Oorlog, in Korea en later Vietnam. Maar de liberaal Menzies was net zo trouw aan het Verenigd Koninkrijk, en een hartstochtelijk royalist. `Hij belichaamde de hoop van de Britten en van de Anglo-Australians dat de speciale band tussen Australië en het moederland nog lang niet voorbij was, dat het `grote verraad' van de Tweede Wereldoorlog kon worden vergeven, en dat Australië, ondanks de aanwas van Europese migranten, een buitenpost van Engeland en van Engelse waarden kon blijven in de South Pacific.'

Het verwijt onderdanig te zijn, kan de latere socialistische premiers niet worden gemaakt, en zeker niet Gough Whitlam. Whitlam regeerde kort (1972 tot 1975), maar hij heeft waarschijnlijk meer dan wie ook ertoe bijgedragen dat Australië zich emotioneel bevrijdde. Net als bij de behoudende Menzies roept de herinnering aan de turbulente `Whitlam Era' tot op de dag van vandaag sterke emoties op in Australië – zij het diametraal tegenovergestelde bij verschillende bevolkingsgroepen.

Menzies haalde de Australische soldaten terug uit Vietnam en verving het `God Save the Queen' door `Advance Australian Fair'. Hij zocht toenadering tot de Aziatische buren van zijn land en hij reisde naar de Northern Territority om zich te verzoenen met Vincent Lingiari. Deze Aboriginal-leider had op 23 augustus 1966 grote beroering gewekt door zijn werk op Wave Hill, een van de grote cattle stations van het Britse familiebedrijf Vesteys, neer te leggen en met tweehonderd leden van zijn Gurindji-volk weg te trekken naar het grondgebied dat zij beschouwden als het hunne. Negen jaar later schraapte Whitlam ter plekke wat aarde bijeen en liet de droge zandkorrels in de uitgestrekte hand van Lingiari glijden. Een handeling die uitdrukte dat de Gurindji het land van hun voorvaderen hadden teruggekregen.

Maar aan Whitlams droom van `een nieuw en beter Australië' kwam een snel en dramatisch einde. Na een begrotingsconflict in de senaat, aangewakkerd door een financieel schandaal, werd hij ontslagen door gouverneur-generaal Sir John Kerr. Een laffe karaktermoord of een weloverwogen politieke afrekening die Australië 25 jaar later nog verdeelt, schrijft Knightley. Of de CIA er destijds achter zat, heeft ook Knightley niet boven tafel gekregen.

Australia, a biography of a nation gaat over politiek en politici, maar vooral over de maatschappelijke ontwikkelingen die Australië heeft doorgemaakt. Knightleys verhaal is indringend, vaak anekdotisch, het verraadt betrokkenheid en bewaart tegelijkertijd de afstandelijkheid van een begenadigd waarnemer die meer van de wereld heeft gezien.

Veel thema's die Whitlam aansneed, beroeren de nu multiculturele, Australische samenleving nog steeds ten diepste. Nog steeds worstelt het land met zijn rol als `politie-agent' in de Aziatische regio. Nog steeds lopen de emoties hoog op in het debat over verzoening met de Aboriginals en nog steeds is de navelstreng met het Verenigd Koninkrijk niet volledig doorgeknipt.

Eind 1999 sprak de bevolking zich uit tegen een republiek. Volgens analisten was dat niet zozeer een keuze voor het verleden als wel een uiting van fundamenteel wantrouwen tegen de politieke elite in Canberra. En ook dat is een typische karaktertrek van de eigenzinnige Australiërs, aldus Knightley.

Phillip Knightley: Australia, a biography of a nation. Jonathan Cape, 373 blz. ƒ83,40

Verre Oosten