Nieuwspikorde

Een ramp in een rijk land wordt voor CNN een onontkoombaar tv-ritueel. Het camerateam rukt uit en de eerste, grofkorrelige beelden worden via de satelliet over de wereld verzonden naar hotels en kabelabonnees. Als in een gebed wordt dit telkens herhaald. Gisternacht was er nog niet veel bekend van de instorting van een feestzaal in Jeruzalem: drie doden, 700 aanwezigen bij de bruiloft, uit het hele land werden ambulances opgeroepen. Het was geen Palestijnse aanslag. De correspondente dacht dat het dak was ingestort. Beelden van in files wachtende ambulances met knipperlichten en kermende gewonden die op straat lagen. Uit de keppeltjes en Hebreeuwse teksten op de rug van de verpleegkundigen aan de brancards, kon ik op maken dat het in Israël was. De CNN-cameraman was op een afgebrokkelde vloerrand geklommen om het inferno van bovenaf te aanschouwen. Om de drie minuten zag ik die zelfde dikke man met wit overhemd, keppel en lok op een ladder naar de verdieping van de cameraman klimmen.

Vanmorgen was er meer bekend: 25 doden, minstens 300 gewonden en 650 aanwezigen. Niet het dak was ingestort maar de dansvloer, die plotseling was gaan meedeinen met de dansers, meldde Eddo Rosenthal van het Journaal. Maar CNN was alweer aan het minderen, omdat het nieuwe er af was. De herhalingen van de nacht zelf waren te begrijpen omdat de meeste kijkers bij het eerste gerucht van zo'n ramp meteen op CNN inschakelen om te worden bijgepraat met het weinige wat tot dan toe bekend is. Maar zodra er meer feiten en context zijn, is de interesse alweer verdwenen.

Adam Smith zag al in de achttiende eeuw dat het internationale nieuws van zijn tijd in de krant een wereldwijd medeleven opwekte. Dat was vooruitgang. Britse lezers stonden niet langer onverschillig tegenover een ramp in China. Toch was dat medeleven van Britten voor Chinezen lang niet zo groot als voor medeburgers. CNN heeft dat verschil in medeleven vergroot omdat het vastzit aan beelden. Er is behoefte aan een afgerond verhaal, liefst op bekend terrein. Een ingestorte feestzaal in Jeruzalem doet het beter dan een kapotgeschoten Palestijns politiebureau of een door een aardbeving verwoeste Indiase stad. Laat staan dat een Chinese overstroming met één miljoen doden het lang bij CNN uithoudt. Te groot, te afgelegen, te onoverzichtelijk.

De feestzaal hoort tot de CNN-gemeenschap. De kijker is er misschien zelf geweest of kent iemand die in die stad woont. CNN tracteerde de kijker ooit op het door schijnwerpers belichte puin van een door een aardbeving ingestort hotel in Athene. Er was niets te zien. Kranen groeven in de brokstukken, waaronder misschien een CNN-schotel. Achteraf bleek de ramp minder groot dan de huidige in Jeruzalem. Maar ernst is geen criterium. De achtervolging van de jeep van O.J. Simpson was weer belangrijker dan de ingestorte feestzaal.

Wereldnieuws kent een strakke hiërarchie – met de Verenigde Staten bovenaan. Op de tweede plaats volgen andere rijke landen met een goed ontwikkelde tv-infrastructuur, waaronder Nederland en Israël. Hoe meer Engels er in zo'n land wordt gesproken, des te hoger staat het. Als de hotelramp zich in de VS had voorgedaan, zouden er al Engelstalige interviewtjes zijn met slachtoffers.

Op de derde plaats in de pikorde staan omgevingen van vliegvelden in bekende Derde Wereld landen, oorlogen waar het westen bij betrokken is en helemaal onderaan het ondoordringbare Chinese achterland, Afghanistan, Afrika met voor de gewone kijker chaotische gebeurtenissen die zelden tot CNN doordringen en nooit worden verklaard. Het verhaal van het ingestorte hotel heeft een begin, een einde, een reddingsactie en schuldigen. De droogte en hongersnood in Mongolië niet. Daar zijn geen ambulances maar dode kamelen. In Siberië zijn meer camera's dan in Mongolië, dus zien we meer van de overstroming daar. Geen wonder dat mensen uit vergeten landen vertrekken naar landen die in het nieuws zijn. Amerika bovenaan.