`Natuurlijk ben ik trots op de Talibaan'

Op zijn islamitische universiteit leidt de Pakistaanse oud-senator Mulana Sami-ul-Haq jaarlijks honderden studenten op. Een bezoek aan de leermeester van de Afghaanse Talibaan.

Veertig kilometer buiten de noordwestelijke Pakistaanse stad Peshawar, aan de weg naar Islamabad, is een groot bord aan een loopbrug bevestigd. Het bord verwijst naar `Jamia Darul Uloom Haqqania' in Akhora Khattak, de islamitische universiteit van de Pakistaanse oud-senator Mulana Sami-ul-Haq.

De 63-jarige Sami-ul-Haq is een bewonderaar en pleitbezorger van de Talibaan, de heersers over het grootste deel van het naburige Afghanistan. Sterker nog, veel `koranstudenten' die in september 1996 de rivaliserende mujahideen-milities uit Kabul verjoegen, hebben een opleiding gevolgd aan madrassa's (koranscholen) die onder zijn hoede staan. Veel van zijn leerlingen hebben het zelfs tot minister geschopt in de Talibaan-regering of vervullen andere hoge functies in de beweging.

,,Natuurlijk ben ik trots op de Talibaan'', zegt de geestelijke met een olijke blik in zijn ogen, terwijl hij over de campus van zijn universiteit wandelt, op weg naar het auditorium. ,,Het zijn niet allemaal dieren of terroristen, zoals ze worden afgeschilderd door de BBC en andere media. Je hoeft heus niet bang te zijn.'' De studenten die met hem mee oplopen grinniken.

De universiteit in Akhora Khattak herbergt meer dan 2.000 studenten: de meesten komen uit Pakistan en Afghanistan (van wie velen opgroeiden in een van de meer dan 200 vluchtelingenkampen in Pakistan), anderen uit Iran, Tadzjikistan, Oezbekistan en de Arabische landen. Na acht jaar studie zijn ze klaar om ,,het licht van de kennis'' in de wereld te verspreiden. Ook wordt van hen verwacht dat zij zich sterk maken voor invoering van de shari'a, het islamitisch recht.

,,Onze boodschap is de leer van de islam, die is gericht op het verbeteren van het menszijn. We leren om niet alleen aan onszelf te denken. God is onze Schepper. Hij bepaalt wat er met ons, menselijke wezens, gebeurt'', zegt een student die deze zomer met meer dan 500 jaargenoten zal afstuderen. ,,Wij offeren ons op voor ons geloof door te leven volgens het woord van de profeet Mohammed, vrede zij met hem, en door zijn woord uit te dragen'', valt een andere student hem bij. De vloer van de open galerij voor het auditorium is bezaaid met sandalen; binnen luisteren enkele honderden studenten, gehurkt, naar hun leermeester die voor hen zit.

,,Het waren de Afghanen die Pakistan hebben behoed voor het communisme. We zijn de Afghanen heel dankbaar'', zegt Sami-ul-Haq na het college. ,,We zijn trots op wat de Talibaan tot stand hebben gebracht in Afghanistan. Zij hebben vrede gebracht, stabiliteit en veiligheid.''

Ze hebben van u ook geleerd met wapens om te gaan?

,,Wij bestuderen hier de heilige schrift, de hadith [de schriftelijke overlevering van de uitspraken en de daden van de profeet Mohammed, WB], en andere kennis die daarmee samenhangt, zoals filosofie. Het verhaal dat hier militaire trainingen worden gegeven, klopt niet. Heeft u hier wapens gezien? Misschien een mes in de keuken. Dat de Talibaan met wapens kunnen omgaan, hebben ze geleerd van de Russen en van andere partijen. Generaties hebben alleen maar oorlog gekend. Dan leer je omgaan met wapens.''

Voegen de afgestudeerden van dit jaar zich ook bij de Talibaan?

,,De studenten komen uit verschillende landen, niet alleen uit Afghanistan. Na hun studie gaan ze naar hun vaderland terug.''

Wat is de grootste uitdaging voor de Talibaan?

,,Het grootste probleem is dat de Westerse landen en landen uit andere delen van de wereld zich tegen de Talibaan hebben gekeerd. Ze worden als paria's behandeld en niet gerespecteerd als regering. De aanstokers zijn de Verenigde Staten, die geen gelijkwaardige partners naast zich dulden. De Europese Unie zou eens wat zelfstandiger moeten durven optreden en onder de vlag van de Amerikanen vandaan kruipen.''

Sami-ul-Haq verwijst naar het recente bezoek van generaal Massood, een van de leiders van de Noordelijke alliantie die tegen de Talibaan vecht, aan Parijs en het Europese Parlement. ,,Het zou veel rechtvaardiger zijn als de EU met de leiders van de Talibaan zou praten om eens te luisteren naar wat zij te zeggen hebben.''

In uw uitleg van de islam is weinig ruimte voor vrouwen om zich te ontplooien. Wat heeft u tegen vrouwen?

,,De islam is niet tegen scholing van vrouwen. Maar er zijn regels. Ze moeten afgezonderd studeren en niet samen met mannen. Hetzelfde geldt voor werk. Vrouwen zijn geen wezens die zomaar door iedereen benaderd en aangeraakt mogen worden. De islam schrijft voor dat je ze met respect behandelt. Er zijn scholen waar vrouwen onderwijs krijgen. Dat is geen probleem.''

Kennelijk wel voor de Talibaan in Afghanistan.

,,Er zijn daar onvoldoende scholen, zelfs voor jongeren. Het ontbreekt aan de middelen. De Russen hebben alles vernietigd. Daarom vragen de Talibaan ook om hulp.''

De Talibaan hebben vrouwen verboden te werken.

,,Vrouwen kunnen allerlei functies vervullen. De Talibaan hebben zelfs twee vrouwelijke luchtmachtpiloten. Maar er zijn niet genoeg banen, er is niet genoeg werk. De vrouwen die noodgedwongen thuiszitten, krijgen hun salaris doorbetaald. Het enige is dat we vasthouden aan de parda, de scheiding tussen mannen en vrouwen.''

In Nederland doet men niet zo krampachtig. Is de Westerse wereld zo slecht?

,,We willen niet dat onze dochters worden behandeld als Monica Lewinsky.'' De omstanders lachen. ,,Zo'n vrije samenleving willen we niet. Bij ons bestaat een bijzondere relatie tussen man en vrouw. Bij ons zijn de familiebetrekkingen minder materialistisch dan bij jullie. Jullie stoppen oude mensen in bejaardentehuizen en kijken er niet meer naar om. Wij zorgen voor onze ouders.''

Bent u tegen modernisering?

,,Wat is dat voor een vraag? Wat bedoelt u? Hoe wilt u de relatie tussen man en vrouw moderniseren? Als u met modernisering bedoelt: toegang tot nieuwe technologieën, computers en dergelijke, dat streven wij natuurlijk ook na. Maar als u bedoelt: een vrije samenleving, daar zijn we tegen. Dat noemen wij geen vooruitgang maar achteruitgang.''

Derde deel in een serie over Afhanistan. Eerdere delen verschenen in de krant van 15 en 17 mei.)