Luchthavens van morgen

Grote openbare gebouwen vallen naar stijl te verdelen in twee soorten. De eerste dient om de mensen te imponeren, de tweede om ze van dienst te zijn. Mooie voorbeelden van de eerste soort zijn de Nederlandse kazernes uit de tweede helft van de negentiende eeuw. Ik denk aan de Willem III in Amersfoort, die alweer jammer genoeg is afgebroken. Een brede bakstenen gigant, de afmetingen nog geaccentueerd door een groot plein voor het appèl en de excercities. Stel je voor dat je dienstplichtig bent, een boerenjongen van een jaar of achttien, je `moet voor je nummer opkomen', en je hebt nooit iets groters gezien dan het dorpskerkje. Toevallig is het een dag zoals E.A.Poe heeft beschreven in The Fall of the House of Usher, het monster tekent zich af tegen de lage lucht. De moed zinkt je in de schoenen. Dat was de bedoeling. Of neem het belastinggebouw aan de Amsterdamse Wibautstraat, dat stalinistische roverspaleis waar, wie hier binnengaat, alle hoop laat varen. Kazernes en belastinggebouwen zijn de bolwerken van de oude almachtige staat. Die heeft zijn best gedaan ze een zo grimmig mogelijke aanblik te geven.

De oudste gebouwen van de tweede soort zijn de grote warenhuizen: De Bijenkorf, Le Printemps, Harrods, Macy's de vroegste paleizen van de consument, nu als saurussen zich desperaat handhavend in de oude binnensteden. De nieuwste zijn de luchthavens, de horizontale kathedralen van het mobiel consumentisme. De klant maakt er nog steeds aanspraak op, volgens de waardigheid van zijn koningschap te worden ontvangen – een paar architectonische strijkages zijn aan hem besteed maar het gaat hem er in de eerste plaats om, zo snel mogelijk te krijgen waarvoor hij betaalt: zo snel mogelijk van A naar B. Mobiel consumentisme, daar wordt veel werk van gemaakt. De ideologie van de toenemende mobiliteit is de enige die ons is overgebleven: iedereen met laptop zoveel mogelijk onderweg. Juist daarom is het een eer dat The Wall Street Journal Schiphol tot de beste luchthaven van Europa heeft uitgeroepen.

Waarom? Op architectonisch gebied is er niet veel bijzonders te zien. Niets van `futuristische' allure als het oude TWA-gebouw op Kennedy Airport, dat dan ook zal worden afgebroken. Schiphol bestaat uit een systeem van kundig aan elkaar gepaste dozen. Het begint met de grote doos van het winkelcentrum, dan de doos waar de incheck-balies zijn. Via de marechaussee kom je in de dozen van de vertrekhal, die zich weer vertakt in de dozen van de pieren. Behalve in de vertrekhal is overal van alles te koop. De passagiers hoeven zich niet te vervelen, of wat de vreemdeling kan overkomen zich verlaten te voelen. Want hoewel de doos an sich niets huiselijks heeft, en het geheel van de luchthaven een doorgangshuis is, zijn de inrichters erin geslaagd er een zekere gezelligheid in te bouwen. En verdwalen is heel moeilijk, wegens de allersimpelste bewijzering.

Vergelijk dit alles eens met andere beroemde luchthavens. Charles de Gaulle, dat uit ingewikkeld geconstrueerde eilanden met verdiepingen bestaat. Tussen de eilanden rijden bussen; de verdiepingen zijn door roltrappen verbonden. Verdwaal je op zo'n eiland, op de verkeerde verdieping, dan ben je gedwongen de opgaande roltrap af te rennen. Of Kennedy Airport, de barbaarse chaos die je om te beginnen al buiten het hoofd moet bieden, de armoedigheid van de winkeltjes binnen, de morsigheid van de cafetaria's en het dictatoriale snauwen van het personeel. Als ik dakloos was, zou ik het liefst op Schiphol willen wonen. Dat zich daar al 200 daklozen hebben gevestigd, vind ik geen wonder. Het is een compliment voor de luchthaven dat ze niet opvallen.

Maar nu de gevolgen van de mobiliteitsideologie op langere termijn. Allerlei tekenen wijzen erop dat de mobiliteit gevaar loopt in zichzelf te stranden. Vorige week zijn de Duitse piloten in staking gegaan, volgende week vliegen de Franse niet. Regelmatig gaan alle Grieken in staking; de Italianen ook. De meeste vluchten hebben vertraging `wegens late aankomst van het toestel'. Het luchtruim raakt vol als een Randstad. Steeds vaker komt het voor dat een passagier `vliegtuigdol' wordt (airline rage). Om de haverklap worden vluchten gekenseld. Koffers die naar Miami moeten, komen in Bangkok terecht. Het gevolg daarvan is dat de luchthavens steeds groter massa's van getergde mensen moeten herbergen. Over de ideologie van de totale mobiliteit hangt zwaar de boze droom van de totale stagnatie. Let maar op. Het wordt Pinksteren. Het seizoen van razernij in de vertrekhal is weer aangebroken.

Dit stelt nieuwe eisen aan de architecten van de luchthavens. Het komt erop neer dat de ideologie van de totale mobiliteit te land en in de lucht de massa's der consumenten te veel belooft. De ontwerpers van de ruimtelijke ordening en de architecten van de luchthavens moeten daarvoor compensatie vinden, maar dan zonder de ideologie te beschadigen (want die is nog heilig). In het wegverkeer is het mislukt. Hou rekening met het zwarte scenario voor de luchtvaart; verzin een ruimte waarin een paar duizend in hun mobiliteit gefrustreerde geïndividualiseerden twee etmalen kunnen doorbrengen zonder in een alles vernietigende opstand te komen. Hoe houdt de luchthaven zijn passagiers in bedwang? Kan de architectuur zich laten inspireren door de oude kazernebouw? Iedere ideologie krijgt op den duur haar eigen anti-utopie. De Orwell van de totale mobiliteit is al geboren.