Leren van Almere

Het toppunt van kneuterigheid vinden wij het. Maar Duitsers vinden onze rijtjeshuizen juist een wonder van typisch Nederlandse architectuur. Twaalfde aflevering van een zoektocht naar de kern van de Nederlandse cultuur.

Wie altijd tussen bomen verkeert, vindt een bos niets bijzonders. Zo is het ook met het Nederlandse rijtjeshuis. Het rijtjeshuis is het meest voorkomende gebouwtype in Nederland en het grootste gedeelte van de huidige woningproductie in de Vinex-wijken bestaat uit rijtjeswoningen. Maar dit typisch Nederlandse fenomeen krijgt niet de aandacht die het verdient. De hedendaagse Nederlandse architectuur en stedenbouw geniet in de hele wereld groot aanzien en het aantal artikelen dat er in Japanse, Amerikaanse, Britse en Duitse tijdschriften inmiddels aan zijn gewijd, is niet meer te tellen, maar voor het rijtjeshuis en de Vinex-wijken is in al die overzichten van het architectuurwonder Nederland nauwelijks plaats.

Ook in de twee Nederlandse boeken over de Nederlandse architectuur die vorig jaar op de golven van het succes in verschillende talen zijn uitgebracht, ontbreken de rijtjeshuizen vrijwel geheel. In Hans Ibelings' Het Kunstmatig Landschap, bedoeld als een overzicht van de Nederlandse architectuur, komt een doodenkel rijtjeshuis voor. In Bart Lootsma's Superdutch komt helemaal niet, hoewel enkele van de door hem beschreven bureau's (Mecanoo, Neutelings/Riedijk en Ben van Berkel) ze wel hebben ontworpen. Alle aandacht in deze boeken gaat uit naar de radicale, experimentele of anderszins opvallende ontwerpen van architecten als Rem Koolhaas, Neutelings/Riedijk, Ben van Berkel, Adriaan Geuze en niet te vergeten MVRDV.

Dat het rijtjeshuis en de Vinex-wijken zo'n nietige rol spelen in de overzichten van de Nederlandse architectuur, heeft te maken met hun bedroevende reputatie onder de Nederlandse intellectuele elite. In artikelen in kranten en weekbladen worden ze vrijwel zonder uitzondering in afkeurende of zelfs denigrerende woorden beschreven. Een rijtjeshuis staat voor kneuterigheid en voor de voorspelbaarheid van een keurig burgerlijk bestaan. Zo werd op 10 maart in deze krant een Vinex-locatie bij de aankondiging van een tv-documentaire over wonen in Nederland een Vinex-locatie tussen haakjes omschreven als: `eenvormige nieuwbouwwijk aan de rand van de grote stad.' Elders in dezelfde krant bleek zelfs tot het grote Amerika te zijn doorgedrongen hoe verschrikkelijk het is om te wonen in een typisch Nederlands rijtjeshuis in een typisch Nederlandse buitenwijk. ,,Ik wil verhalen vertellen die de mensen aan het denken zetten'', zei de Amerikaanse country-noir-zangeres Mary Gauthier die dag in een interview. ,,En die verhalen gaan per definitie niet over saaie mensen in rijtjeshuizen.''

Maar zoals het aanzicht van een bos wordt bepaald door de bomen en niet door de bijzondere mossen en zwammen, zo wordt het karakter van de Nederlandse architectuur bepaald door het meest voorkomende gebouwtype. Hoewel het aantal bijzondere gebouwen in de recente Nederlandse architectuur in de tientallen loopt, is dit toch veel te weinig om op te vallen op een reis door Nederland. Wie door Nederland rijdt, ziet eerst en vooral Vinex-wijken in aanbouw met rijtjeshuizen, heel veel rijtjeshuizen.

En zoals men een bos vaak meer waardeert als men er niet dagelijks in verkeert, zo kunnen buitenlanders beter de waarde van het Nederlandse rijtjeshuis bepalen dan Nederlanders zelf. Het zijn dan ook vier Duitse architecten die onlangs een degelijke studie hebben geschreven over het hedendaagse Nederlandse rijtjeshuis. ,,Het Nederlandse rijtjeshuis is een succesverhaal'', zo beginnen Lars Hertelt, Frank-Bertolt Raith, Leonhard Schenk en Rob van Gool Das niederländische Reihenhaus. Steeds weer stellen Duitse politici het goedkope Nederlandse rijtjeshuis ten voorbeeld aan Duitse bouwers en kopers. `Lernen von Almere' heet dan ook een van de hoofdstukken in het boek, een verwijzing naar Learning from Las Vegas, het beroemde hoofdwerk van de postmodernistische architectuur van Robert Venturi en Denise Scott-Brown.

,,Jaloers kijken we naar de Nederlandse kopersmarkt die een aandeel van slechts 25 procent etagewoningen kent, terwijl dit in Duitsland 56 procent is'', schrijven de vier Duitsers in hun lofzang op het rijtjeshuis. Van de vaak geuite kritiek dat het rijtjeshuis een goedkoop en armzalig alternatief is voor het vrijstaande huis waar ook elke Nederlander van droomt, willen ze niets weten. Het rijtjeshuis is een respectabel gebouwtype met eigen kenmerken en eeuwenoude wortels, zo houden de vier Duitsers ons voor. Al in het antieke Piraeus kwamen ze voor. De oorsprong van het Nederlandse rijtjeshuis ligt in de zeventiende eeuw, toen in veel Nederlandse steden begijnhofjes werden gebouwd waar identieke woningen onder één dak rondom een gemeenschappelijk perk werden gegroepeerd. Sindsdien zijn er altijd rijtjeshuizen gebouwd in Nederland, maar de echte bloeitijd volgde na de Tweede Wereldoorlog en is, getuige de Vinex-wijken, nog steeds niet afgelopen. Nergens anders ter wereld zijn en worden er zoveel rijtjeshuizen gebouwd als in Nederland.

Al is het rijtjeshuis geen specifiek Nederlands verschijnsel, er bestaat wel een typisch Nederlands rijtjeshuis. Elk tijdperk krijgt in Nederland zijn eigen rijtjeshuis. In de jaren zestig en zeventig had het Nederlandse rijtjeshuis de gedaante van de beroemde doorzonwoning, die Duitse waarnemers zo `positief verraste'. De doorzonwoning heeft meestal een voortuintje, dat de overgang van de publieke straat naar het private huis vormde. In het tijdperk van de woonerven, die eind jaren zeventig overal in de Nederlandse buitenwijken hun intrede deden, moeten de rijtjeshuizen het zonder etalageramen stellen. Bij de woonerfwoningen is de keuken met een klein raam veelal aan de straatzijde gelegen. De voortuin van de rijtjeshuizen aan de woonerven is veranderd in een combinatie van parkeerplaats en gemeenschappelijke ruimte waar kinderen kunnen spelen. De huidige Vinex-rijtjeshuizen grenzen vaak zonder enige overgangszone onmiddellijk aan de straat, en hebben een gesloten, bijna afwerend karakter gekregen.

De vier Duitse rijtjeshuisbewonderaars brengen deze veranderingen in verband met de maatschappelijke veranderingen in Nederland. De overheid heeft zich begin jaren negentig teruggetrokken uit de woningbouw en laat die nu over aan ongesubsidieerde bouwondernemingen en woningbouwverenigingen. Hierdoor is de woningmarkt veel meer dan voorheen een normale, kapitalistische markt geworden, waar de wensen van de consumenten niet straffeloos kunnen worden genegeerd. In de Vinex-wijken is dan ook geen plaats meer voor moralistische en ideologische overwegingen om bijvoorbeeld door stedenbouw en architectuur gemeenschappen te creëren. De Vinex-bewoner is een individualist, een `woonconsument', voor wie zijn rijtjeshuis geen levenslang `Heim' is, maar een stap in zijn wooncarrière.

Met onverholen bewondering stellen de Duitsers vast dat het rijtjeshuis al lang niet meer alleen de natuurlijke habitat van doorsnee gezinnen is. Ook alleen- en tweeverdieners zonder kinderen, ouderen en minderheden bewonen ze tegenwoordig. De variatie in rijtjeswoningen is dan ook groot. Anders dan de Vinex-critici vaak beweren, gaat het hierbij vaak om meer dan alleen de eindeloos verschillende gevels. Das niederländische Reihenhaus staat vol voorbeelden van rijtjeshuizen met ongebruikelijke, nieuwe indelingen. Zo gaan er veel cliché's over rijtjeshuizen aan diggelen. Nederlandse architecten mogen dan graag klagen over de beperkingen van de vergaande industrialisering van de Nederlandse bouw, de Duitsers zien er juist een goede basis voor experimenten in. Serie und vielfalt, luidt niet voor niets de ondertitel van hun boek. Zij beschouwen het Nederlandse rijtjeshuis als een modern product, dat vergelijkbaar is met hedendaagse personenauto's die al naar gelang de wensen van de klanten van allerlei extra onderdelen kunnen voorzien.

Ondanks het verbluffende aanpassingsvermogen van het Nederlandse rijtjeshuis, zien de Duitsers er wel een constante in. Niettegenstaande de metamorfoses in de jaren tachtig en negentig is en blijft het rijtjeshuis een uitdrukking van de `ideologie van gezelligheid, normaliteit en harmonie in de Nederlandse maatschappij.' Echte suburbane vrijstaande huizen zijn eilanden in het groen, maar rijtjeshuizen vormen altijd straatwanden die nog herinneren aan `gezellige' traditionele steden. En terwijl de bouw van vrijstaande huizen een uitnodiging is tot Belgische gekkigheid, houden rijtjeshuizen de drang tot individuele expressie in toom. Veel verder dan een bijzondere lamp naast de voordeur of het aanbouwen van een serre kunnen rijtjeshuisbewoners niet gaan. Het rijtjeshuis is een garantie voor gewoonheid en onopvallendheid.

Valt er dan geen onvertogen woord over het Nederlandse rijtjeshuis en de Vinex-wijken in Das niederländische Reihenhaus? Jazeker wel. De Duitse auteurs zijn goed op de hoogte van de algemene kritiek op de Vinex-wijken in Nederland. Het pleidooi van de ex-architect Carel Weeber voor het Wilde Wonen, waarbij iedereen die dat wil een eigen kaveltje naar eigen inzicht bebouwt, komt uitgebreid in hun boek aan de orde. Weeber ziet de Vinex-wijken nog als een archaïsch staatsproduct dat bewoners een vrijstaand droomhuis ontzegt. Voor Weeber zijn de Vinex-wijken nog niet suburbaan genoeg. Maar de meeste critici vinden de Vinex-wijken juist te weinig stedelijk. Van het oorspronkelijke streven om van Vinex-wijken compacte stadsuitbreidingen te maken, komt niet veel terecht, klagen zij. Juist door de overheersing van rijtjeshuizen zijn de Vinex-wijken vlees noch vis, grootstedelijk noch suburbaan.

De Duitsers ontkennen de juistheid van deze kritiek niet, maar zij vragen zich wel af of het verlangen naar ouderwetse stedelijkheid niet achterhaald is en vals nostalgisch in deze tijd waarin lifestyles en consumentisme het leven regeren. Vinex-wijken passen beter bij het moderne leven dan de traditionele stad. Het gesloten rijtjeshuis in de Vinex-wijken is de volmaakte tijdelijke anonieme uitvalsbasis van waaruit de Vinex-bewoner, uiteraard per auto, naar veel bestemmingen in de wijde omgeving vertrekt en zijn eigen hyperindividualistische leven samenstelt. Voor de Duitsers zijn de Vinex-wijken dan ook niet minder dan de modernisering van Nederland. Instemmend citeren ze Petra Brouwer en haar studie over Almere, de rijtjeshuisstad bij uitstek: ,,Almere is anti-utopia. De stedenbouwkundigen hadden hier niet de bedoeling de status-quo te veranderen, eerder het tegendeel. De radicaliteit van het experiment Almere komt voor uit een nauwgezette extrapolatie van de realiteit.'' Zo is het Nederlandse rijtjeshuis niet alleen de uitdrukking van Nederlandse gezelligheid, maar ook van het aloude Nederlandse realisme.

Volgende week begeeft Paul Steenhuis zich in het Holst van Nederland

    • Bernard Hulsman