Komt dat zien! Circus Shakespeare

Ieder personage in Shakespeares stuk `Timon van Athene'

wordt door zowel een acrobaat als een acteur gespeeld

in de spektakelvoorstelling `Circus Shakespeare'.

x

In de enorme Hal 4 van de Utrechtse Jaarbeurs is een metersdiep gat gegraven. Op de bodem van de kuil ligt Timon van Athene - ooit filantroop, nu berooid, verlaten en verbitterd. Terwijl Timon zijn laatste woorden prevelt, balanceert hoog in de lucht koorddanser Laszlo Simet op een stalen kabel. Hij plaatst een tafel en een stoel op het koord en gaat rustig zitten eten. Simet levert met zijn tafel-en-stoelact niet alleen een ongelooflijke prestatie - naar het schijnt uniek in de wereld - hij completeert ook het toneelbeeld: terwijl Timons lichaam in de kuil zijn laatste adem uitrochelt, verbeeldt Simet Timons geest die reeds hoog in de hemel is, waar hij een eenvoudig maal geniet, als pendant van de bacchanalen die de aardse Timon graag hield.

Als vaste bezoeker van het kerstcircus in de Utrechtse Schouwburg kwam regisseur Paul Koek van Zuidelijk Toneel Hollandia op het idee een voorstelling te maken waarin circus en theater zouden samenkomen. Door een samenwerking van Hollandia met de Schouwburg, de Jaarbeurs en Festival a/d Werf ontstond Circus Shakespeare, een megalomaan locatieproject waarvoor de Jaarbeurshal is omgebouwd tot een jaarmarkt met clowns, acrobaten, eettentjes, bloedende tuinkabouters, rare fietsjes, en een laaghangend koord waarop de bezoekers zichzelf hoogdraadkunstenaar kunnen wanen. Bonte kermismuziek van een klein elektronisch orkest, met een op afstand bestuurbare vleugel en draaiorgel, houdt de stemming erin.

De toeschouwers kunnen een uur lang rondlopen langs de jaarmarktattracties. Daarna lokken toneelspelers ze naar drie tribunes rond een planken podium aan de rand van de markt. Daar wordt - komt dat zien - het toneelstuk Timon van Athene van William Shakespeare opgevoerd. Naast toneelspelers treden hierin ook acrobaten en clowns op. De aankleding doet soms aan circusfilmer Fellini denken: een grote, enkelhoge tafel vol kunstfruit, met als hoofdmaal een clown met een appel in zijn hand. Een dwergachtige actrice zweeft langs, met engelenvleugels van flamingoveren. Te pas en te onpas steken de spelers hun armen triomfantelijk in de hoogte, alsof ze een gewaagd kunststukje hebben geleverd.

Een week voor de première heerst in Hal 4 nog de chaos. Tussen technici die tenten en stands opbouwen, musici die lawaaiige elektronische geluiden uitproberen, en rondrijdende bouwkarretjes, proberen de toneelspelers zich te concentreren op het stuk. Een acrobaat is door de planken boven de kuil gezakt. Tussen twee repetities en een broodje falafel in, zit regisseur Jeroen Willems, die het spektakel samen met Paul Koek leidt, in de aanpalende, doodstille Hal 5 om toe te lichten wat hem zo aantrekt in het circus.

Narrig

Willems: ,,Circus heeft voor mij een grote schoonheid: die eeuwenoude traditie, en de romantiek die eraan hangt. Verschillende artiesten die meedoen zijn rondreizend, ze wonen in caravans die nu ergens in de buurt op een camping staan. Daarnaast vind ik hun strenge discipline heel mooi, de zorgvuldige omgang met hun materiaal, de concentratie op de gezichten die ik bij musici ook zie. In het stuk zit een jongen, Ezec Lefloc'h, die een bal aan een touw op een stok gooit. Als ik het zo vertel, lijkt het niets, maar de bewegingen die hij maakt zijn zo ongelooflijk mooi om te zien.

,,We wilden de circusacts niet gebruiken als een soort loze versiering. Daarom wordt ieder personage in het toneelstuk gespeeld door zowel een acteur als een acrobaat. Die functioneert als zijn schaduw; en als het goed is, vallen de twee samen.'' Zo heeft de generaal in het stuk als alter ego acrobaat Hyacinthe Reisch die zichzelf voortbeweegt in een manshoog rad van stalen buizen. Schijnbaar vervaarlijk en onbesuist dendert hij tussen de spelers door. Als Timons hofmeester Carola Arons de wereld ineen ziet storten, maakt boven haar hoofd trapezewerker Isona Dodero een bloedstollende bijna-doodsmak.

Voor de eerste doorloop begint, neemt Paul Koek met de bejaarde clowns nog even rustig hun scène door. Gerrit Reus, de programmeur van de Utrechtse Schouwburg die de circusacts samenstelde, ontdekte hen toen hij in de krant een foto zag van de begrafenis van clown Kees Korver, waarbij oude clowns in volle ornaat rond het graf stonden. Hij zocht de dochter van de overledene op, Cora Korver, en vroeg of zij een groepje clowns kon formeren.

Korver treedt op met de veteranen Hans Hildebrand, van het duo Hillie en Billie, en Hennie Jansen (,,Voor bekenden heet ik Moos, voor héle bekenden is het Tuffie''). De groep wordt aangevuld met 76-jarige acteur Ger van der Grijn: ,,In Woyzeck van had ik een zwijgende rol als man met paardenhoofd. Tien jaar geleden heb ik wel eens opgetreden als clown. De anderen doen er niet moeilijk over dat ik geen echte clown ben. `Met zo'n hoofd hoef jij je nauwelijks te schminken', zeggen ze.'' Tussen de scènes in spelen de clowns op een boerenkar een korte Griekse klucht die Shakespeare gebruikte als bron voor Timon van Athene. Dat moet in het oud-Grieks. In de klucht wordt Timon gespeeld door de Griekse actrice Despina Panagiotopoulou, die tevens de juiste uitspraak bewaakt.

Het leren van de dode taal kost de clowns veel moeite. Van der Grijn: ,,Je hebt geen enkele herkenning, het moet zuiver op ritme.'' Korver: ,,Je weet geeneens wat je zegt.'' Jansen: ,,We worden steeds onderbroken omdat we het niet goed zouden uitspreken. Daar word ik wel eens narrig van. Het is al zo'n kleretekst. Ik probeer het wat leuker te maken door er Nederlandse zinnetjes doorheen te gooien. Ik zeg bijvoorbeeld: 'Acropolis. Kan ook een ander dorpie wezen.'''

Hans Hildebrand staat op en doet een stukje voor: ,,Scavé, Timona, Scavé!''

Panagiotopoulou: ,,Nee nee. Het is: Scáve.''

Hildebrand: ,,Oja. Net als in gráven.''

Koek: ,,Het gaat niet om de juiste uitspraak, het gaat om de muziek van de tekst. Het hoeft ook niet allemaal zo precies. Als je het mislukken maar laat lukken.

Hildebrand: ,,Net als Tommy Cooper.''

Prullenbak

Timon van Athene gaat over een rijke idealist die zijn fortuin met zijn vrienden wil delen. Als hij in de geldproblemen komt, laten ze hem barsten, geheel volgens het aforisme van bokser Joe Louis: `A friend in need is a pest'. Timon eindigt als mensenhater. Willems legt uit waarom ze dit minder bekende werk van Shakespeare wilden brengen: ,,Shakespeare heeft Timon van Athene zelf verworpen, pas na zijn dood is het teruggevonden en in zijn verzameld werk opgenomen. Voor mij is dat een aantrekkelijke gedachte, een stuk opvoeren dat de schrijver zelf in de prullenbak heeft gegooid. Timon is in zekere zin een on-Shakespeareaans stuk, onder meer omdat er geen liefdesrelatie inzit.''

De mannenrollen worden voornamelijk door vrouwen gespeeld, de hoeren zijn mannen. Dat is volgens Willems niet om het toneelstuk een nog decadenter aanzien te geven: ,,We wilden Henriëtte Koch per se in de hoofdrol, niet omdat we een vrouw wilden, maar omdat we haar wilden. Als we haar echter met louter mannen hadden omringd, dan was die travestierol alsnog opgevat als een of ander statement over de man-vrouwrelatie.

,,Voor mij staat Timon voor de utopische gedachte, die gedoemd is om te sterven. Het zit in ieder mens om gedachtes over een ideale wereld te koesteren, en we hebben die ook nodig. Timon heeft het aantrekkelijke van de jongen uit je jeugd die alles durfde, achter wie je aanliep omdat hij het gevaar opzocht en tartte. Als je zo'n jongen dan jaren later tegenkomt, is het doorgaans slecht met hem afgelopen. Utopisten eindigen vaak ook zwart, ze keren zich af van de wereld die niet wil luisteren, de ramen gaan dicht, en ze sluiten zich op in sektes met een paar volgelingen. Volgens mij weet Timon vanaf het begin dat hij zal sterven, zoals koorddansers altijd weten dat ze op een dag zullen vallen.''

Om dit verhaal te vertellen hebben Koek en Willems, net als hun utopist, niet de meest eenvoudige weg gekozen. Tijdens de repetities verdrinkt het toneelstuk geregeld in de drukke hal. Willems: ,,Wij moeten ons de hele tijd bezighouden met ongelooflijk veel randvoorwaarden. Een goed geluid is bijvoorbeeld essentieel. De voorstelling is natuurlijk monumentaal en groots, maar de spelers moeten praktisch op conversatietoon kunnen praten. In deze heksenketel moeten we blijven bewaken wat we in eerste instantie wilden vertellen.''

Tijdens een doorloop vorige week ontstond opeens een prachtig eindbeeld: de clowns, de acrobaten en de toneelspelers staan gezamelijk aan de rand van de enorme kuil, waarin het ontzielde lichaam van Timon ligt. Het doet denken aan de krantenfoto van de clownsbegrafenis.

`Circus Shakespeare' in Hal 4, Jaarbeurs, Utrecht. T/m 23 juni, di t/m za 19.00u. Inl. 030-2302023 of www.circusshakespeare.nl.