Inzicht in een oogwenk

Een nieuwe, uitmuntende historische atlas van Indonesië draagt niet alleen kennis aan, maar spreekt ook zeer tot de verbeelding. Het endemisch geweld in de archipel wordt schrijnend duidelijk.

In de jaren 1913-1915 nam het Nederlands gezag in het toenmalige Nederlands-Indië een drastische, ons niet geheel onbekende maatregel. In het kader van de pestbestrijding stak het de huizen in brand van Javanen op het platteland die getroffen waren door die ziekte. De lijken werden vernietigd. Dat heette de enige effectieve manier van pestbestrijding. Logisch dat de vreemde overheid weinig populair was onder Javaanse boeren.

Wáár dit de pestlijders precies overkwam, is te zien op een van de 328 kaarten van de historische atlas van Indonesië, gemaakt door de Australische historicus Robert Cribb. Een historische atlas met zulke platen spreekt tot de verbeelding. Dat doen gewone atlassen al. Nog niet gehinderd door een teveel aan kennis van de plaatselijke omstandigheden, kun je je reiziger wanen in onbekend gebied en daarover volop fantaseren. Een historische atlas heeft dat effect in het kwadraat. Zeker wanneer de kaartenmaker niet heeft volstaan met de geografische of politieke veranderingen in de tijd, maar er een overvloed aan culturele en sociaal-economische gegevens (zoals de pestgebieden op Java) met visuele middelen als kleuren, cirkels en pijlen in heeft aangebracht.

Deze Historical Atlas of Indonesia prikkelt de historische interesse ten volle. In niet meer dan 191 bladzijden tekst, inclusief de kaarten, wordt de lezer door het Indonesisch verleden gevoerd, van aardverschuivingen miljoenen jaren geleden tot de Oost-Timorcrisis in het jaar 2000. En daarmee wordt niet alleen de fantasie gestimuleerd, maar ook kennis geproduceerd: de atlas geeft inzicht in een oogwenk. Met één blik op de kaart weet de lezer hoe er in 1955 gestemd is, in 1971 en in 1999. Daarmee is de atlas een rijk geïllustreerde `snel-cursus' Indonesische geschiedenis. Dat die kaarten door afwezigheid van de kleur rood ook voor kleurenblinden aantrekkelijk zijn, is een bijkomend voordeel.

Met 17.000 eilanden is Indonesië de grootste archipel ter wereld en de staat met de meeste islamitische inwoners ter wereld (88 procent van de 200 miljoen). Voeg daarbij de Nederlandse interesse in het koloniaal verleden, dat in VOC-restanten en jeugddroom, in veroordeling van eigen militair optreden en eindexamenonderwerp haar voedingsbodem vindt, en alle voorwaarden voor een warme receptie van deze atlas lijken aanwezig. Zo'n ontvangst is geheel terecht.

De auteur Robert Cribb is in Nederland alleen in vakkringen bekend, maar hij verdient beter. Afgezien van zijn boeken en artikelen over specifieke onderwerpen stelde hij in 1992 een Historical Dictionary of Indonesia samen. Bovendien schreef hij met een collega een helder boekje over de geschiedenis van Indonesië na 1945, Modern Indonesia, A History since 1945. Hierin vatten zij die vijftig jaar in niet meer dan 160 bladzijden scherpzinnig samen. Als er iemand dus op deze taak was voorbereid, dan was dat Cribb.

En zo wandelen we met hem van aardschollen naar milieu, van bevolkingsstromen naar slavernij en slavenhandel in de zestiende en achttiende eeuw door naar de huidige urbanisatie. Er is zelfs een kleine (en sombere) toekomstverwachting opgenomen: in 2025 zal de Indonesische bevolking 370 miljoen mensen tellen, dit ondanks een voor Azië betrekkelijk geringe bevolkingsgroei van 1,6 procent per jaar. Want ook in kaarten met regionale context, die dat soort gegevens leveren, voorziet de atlas.

Austronesiërs

De eerste kaarten zijn de gebruikelijke geografische: Indonesië in de context van Azië en de Pacific; Indonesië uitgestrekt op de kaart van Europa, reikend van Ierland tot de Oeral. Maar dan begint het. Kaarten van continentale platen geven het onbekende weer, voorafschaduwingen van de latere geografische lijnen. Interessant is het om hier de zogenaamde `wet van de remmende voorsprong' in werking te zien. De meest herkenbare vorm van de archipel tweehonderd miljoen jaar geleden is die van Nieuw-Guinea; van het huidige Java is dan nog niets te bekennen.

Het hoofdstuk over volken en bevolking geeft hetzelfde verhaal: de oudste inwoners van de archipel waren de Australo-Melanesiërs, de voorouders van de Papoea's. De Austronesiërs, waaruit de huidige Indonesische bevolking is voortgekomen, arriveerden via Taiwan pas rond 3000 v.C. in de archipel. De landbouw ontwikkelde zich rond 7000 v.C. ook voor het eerst op Nieuw-Guinea. Het kan verkeren.

Cribb besteedt veel aandacht aan omgevingsfactoren, zoals de uitbarsting van vulkanen tussen 1006 en 1996. De grootste milieuramp uit de negentiende eeuw, de uitbarsting van de Krakatau in augustus 1883, is met gevolgen voor de zeespiegel op kaart gezet. In tien uur bereikte de vloedgolf, die aanvankelijk een hoogte had van vijftien meter, Madagascar. Het donderend geweld van de uitbarsting zelf werd bijna 5.000 kilometer verder gehoord. Maar ook de recentste milieugeschiedenis is vertegenwoordigd. Het uitgestrekte rookgordijn dat Sumatra, Maleisië en Borneo in 1997 verduisterde, is overzichtelijk met brandhaarden en al in de atlas te vinden. Het grijs van de kaart betekende op de grond in de provincie Jambi op Sumatra slechts enkele meters zicht.

Historische atlassen zijn traditioneel vooral van betekenis voor het aangeven van de politieke machtsstructuren. Cribb verdeelt de geschiedenis handzaam in drie perioden: de tijd tot 1800, de jaren 1800-1942 en de periode 1942 tot heden. Aan de hand van de kaarten is de invloedssfeer van de oudste Indonesische rijken, Srivijaya, Mojopahit en Mataram, in de archipel goed te volgen. De kaarten illustreren glashelder hoe de strijd tussen de Verenigde Oost-Indische Compagnie en Mataram geleidelijk in het nadeel van de tweede verliep. In de zeventiende eeuw omvatte Mataram bijna geheel Java. Rond 1830 was het gereduceerd tot de vorstendommen Yogyakarta en Surakarta, een schim van zijn vroegere glorie.

Schijnzekerheid

De weergave van de historische werkelijkheid in kaarten biedt het voordeel van helder- en overzichtelijkheid. Een grens en een jaartal suggereren vaststaande feiten van gezagsuitbreiding en daadwerkelijke gezagsuitoefening, van heldere en geaccepteerde grenzen. Het verleden is concreet. Maar ook hier heeft elk voordeel zijn nadeel, dat van schijnzekerheid. Grenzen van vorstendommen lagen zelden vast. Tot ver in de negentiende eeuw was de archipel demografisch een vrij leeg gebied; rond 1800 woonden op Java niet meer dan vier miljoen mensen. Waar mensen en hun arbeidskracht schaars waren, werd de macht van een vorst uitgedrukt in zoveel mogelijk onderdanen, niet in territorium. Een verdrag tussen het Indische gouvernement en een inheemse vorst suggereerde wel onderschikking, maar over welk gebied was lang niet altijd helder. Dat geldt nog minder voor de mate, waarin het contract door inheemse vorsten en hun onderdanen werd erkend; halve vertalingen konden tot dubbele interpretatie leiden. De Nederlandse machtsuitbreiding in het Zuid-Sumatraanse vorstendom Jambi bijvoorbeeld is veel langer mistig geweest dan het enkelvoudige jaartal 1834 op de kaart suggereert. Ondanks een waarschuwing ontkomt Cribb niet aan dat genoemde nadeel; door de schaal der kaarten en gebrek aan gegevens kon hij echter moeilijk anders dan het verleden toch op deze manier inzichtelijk maken.

Veel betrouwbaarder zijn de kaarten van de bestuurlijke indeling van koloniaal Java in de negentiende en twintigste eeuw. Via kaarten van de telegraaf-, scheepvaart- en spoorwegverbindingen ontstaat een knap overzicht van de koloniale staatsvorming. Een kaart van het schrijnende opiumgebruik, waarvan de koloniale staat financieel profiteerde, maakt wel duidelijk dat de huidige normen van drugsgebruik weinig werden gerespecteerd.

Interneringskampen

Dit is een historische atlas van Indonesië, niet van Nederlands-Indië. Wie een overzicht van de Japanse interneringskampen tijdens de Tweede Wereldoorlog zoekt, moet zijn heil zoeken bij de Geïllustreerde Atlas van de Japanse Kampen in Nederlands-Indië 1942-1945 van Jan van Dulm e.a. (Purmerend: Asia Maior, 2000). De kaarten over de jaren 1941-1945 en 1945-1949 in de historische atlas van Cribb zijn in hoofdzaak militair ingevuld. Die van de 16 deelstaten uit 1949 tot slot daarvan levert een pijnlijke illustratie van de verbrokkeling van de archipel als gevolg van de Nederlandse wensdroom van het federalisme.

Het moderne Indonesië is veel uitgebreider aanwezig. Daarover wordt één ding schrijnend duidelijk: het endemisch geweld in de archipel. Opstandige legereenheden waren in de jaren vijftig actief op Sumatra en op Sulawesi (Celebes), de moslimbeweging Darul Islam voerde een guerrilla in West-Java, Aceh en Zuid-Sulawesi. Na de overwinning van de centrale regering in Jakarta, werden de jaren zestig overschaduwd door strijd tussen communisten en landbezitters om grond op Java, een strijd die uitliep op de communistenmoorden na de coup van 1965 (400.000 tot 1 miljoen slachtoffers). De jaren zeventig en tachtig kenden hun eigen, door het Soeharto-regime geïnstigeerde geweld, de jaren negentig vele locale uitbarstingen van interetnisch en ander geweld.

Ook die jongste geschiedenis staat nu op de kaart. Het verleden van Indonesië is daarmee op een fascinerende, esthetisch verantwoorde en kritische wijze in kaart gebracht. Een enkele fout, het jaartal 1968 voor de Act of Free Choice van de Papoea's (1969), zij de auteur van zoveel moois van harte vergeven.

Robert Cribb: Historical Atlas of Indonesia. University of Hawaii Press/Curzon Press, 256 blz. ƒ280,-

Verre Oosten