Herzien

Over geen gebouw is de laatste jaren in Nederland zoveel te doen geweest als over de Villa VPRO. Sinds de VPRO dit kantoor van beton en glas in 1997 in het Hilversumse mediapark betrok, is het nauwelijks uit het nieuws geweest. Steeds weer haalden de klaagzangen van de VPRO-medewerkers de kranten, nadat ze hun dertien oude Gooise villa's hadden moeten verruilen voor de betonkolos, die ironisch de naam `villa' kreeg.

De leiding van de VPRO had aan de architect van de nieuwe villa, MVRDV uit Rotterdam, gevraagd een open gebouw te ontwerpen, een gebouw waarin de cultuurverschillen die de dertien oude villa's kenmerkten, zouden verdwijnen. Het nieuwe VPRO-gebouw moest oude grenzen slechten en samenwerking stimuleren. De omroep kreeg precies wat hij wilde: een opener gebouw dan de Villa VPRO is niet denkbaar. De gevels bestaan geheel uit glas en binnen doen vele hellingbanen, hellende vloeren, trappen en trappetjes zelfs het onderscheid tussen verdiepingen vervagen.

De reacties van critici, ook die van mijzelf, op de Villa VPRO waren positief. Ze hadden unaniem bewondering voor deze radicale toepassing van een idee dat Rem Koolhaas had gebruikt in een nooit uitgevoerde bibliotheek in Parijs. Geroemd werden de gebogen vloeren en hellingbanen die van dit gebouw één ononderbroken vloeroppervlak en één grote ruimte hadden gemaakt. Maar zoals meestal bij architectuurcritici prevaleerden esthetische boven functionele overwegingen.

Al gauw na alle jubelverhalen over het gebouw begonnen de VPRO-medewerkers steen en been te klagen over de slechte akoestiek van het gebouw, het gevolg van het feit dat zowel de vloeren als de plafonds uit kaal beton bestonden. Samen met een gebrek aan privacy dat een open ruimte nu eenmaal met zich meebrengt, zorgde dit ervoor dat veel VPRO-medewerkers voortdurend werden gestoord door lawaai en telefoongesprekken van andere medewerkers. Hokjes om zich af te zonderen kende het gebouw vrijwel niet, zo klaagden ze verder, en het gebouw zat vol gevaarlijke afstapjes, randjes, waarvan de showtrap die ook dienst kon doen als tribune wel het ergst was. Een andere klacht was dat het in het gebouw door de glazen gevels snel heet wordt als de zon schijnt.

Intussen zijn er enkele maatregelen getroffen om de klachten te verhelpen. De betonnen kolommen zijn ingepakt met zacht kunststof en aan de plafonds hangen reusachtige geluidsdempende tampons die de doorzichtigheid van het gebouw teniet doen. De betonnen vloeren zijn overal van vloerbedekking voorzien, niet alleen uit akoestische overwegingen maar ook omdat de coating van de betonnen vloer losliet. En ook verschenen er glazen binnenwanden, die voor een zekere afscherming zorgden.

Maar veel heeft het niet geholpen. Na het leggen van de vloerbedekking waren de gesprekken over nog grotere afstand te horen, zo viel onlangs te lezen in de Volkskrant. Het grote klagen van de VPRO-medewerkers is dan ook nog niet voorbij.

Toch kan een bezoeker van de VPRO-villa als ik, die gewend is om in armzalige standaardkantoren met systeemwandjes te werken, zich alleen maar verbazen. Zeker, het aantal tekortkomingen van de Villa VPRO is meer dan gemiddeld. Maar daar staat een meer dan gemiddeld aantal bijzondere dingen tegenover, zoals de groene daktuin en het restaurant met panoramaraam. Er zit dan ook maar één ding op voor de VPRO-leiding: laat alle VPRO-medewerkers eens een week in het Rotterdamse kantoor van NRC Handelsblad werken. Ze zullen juichend terugrennen naar hun gehate `villa'.